Ambtenaren als hoeders van de democratie
Johan Remkes
Ik wil beginnen met een algemene opmerking: de overheid is geen commercieel bedrijf, en moet dat ook niet willen zijn. Het managen van het democratische proces is iets anders dan het leiden van een koekjesfabriek – overigens niets ten nadele van koekjesfabrikanten. En de burger is ook geen klant van de overheid. Een belangrijke kerntaak van de overheid is het zorgen voor een veilige en leefbare woonomgeving. Die taak is niet primair het aanbieden van diensten en producten, maar vaak wordt de overheid met haar ambtenaren wel zo beoordeeld en veroordeeld. Het functioneren van de overheid wordt vaak vergeleken met een commercieel bedrijf en steekt daar in de beeldvorming schraal bij af: inefficiënt, traag en hopeloos bureaucratisch. En zo ook het personeel, de ambtenaren.
In het bedrijfsleven is het vaak makkelijker dan bij de overheid. Hoe je er ook over denkt, het gaat uiteindelijk om winstmaximalisatie op langere of kortere termijn. Dit gegeven maakt besluitvorming door het bedrijfsleven eenvoudiger dan die door de overheid waar verschillende belangen tegen elkaar afgewogen moeten worden. Het bedrijfsleven en de overheid kun je dan ook niet één op één vergelijken.
In tegenstelling tot een commercieel bedrijf, werkt de overheid in een complex samenspel van maatschappelijke, sectorale en individuele belangen. Er bestaat niet zoiets als het maatschappelijk belang of de burger. Het gevoerde overheidsbeleid is een afweging tussen al die belangen die vaak ongelijksoortig en tegengesteld zijn. Impasses lijken daarbij de regel en trage besluitvorming de norm. Dit is geen inefficiëntie, laat staan luiheid. Dit is all in the game in een zorgvuldig democratisch proces.
Kan het dan echt niet sneller? Ja zeker. In een dictatuur worden impasses eenvoudig doorbroken, simpel door geen rekening te houden met alle belangen. Democratische spelregels zijn aan de kant gezet. Volgens sommigen is daar iets voor te zeggen, maar ongetwijfeld tot het moment dat het eerste dictaat hen persoonlijk raakt. Feitelijk is in een dictatuur geen sprake van democratische besluitvorming. Daarmee lijkt me voldoende gezegd. Snelle besluitvorming bij de overheid is misschien wel prettig, maar zeker niet altijd wenselijk en mogelijk.
Overigens ben ik er van overtuigd dat de overheid op onderdelen bedrijfsmatiger kan werken, maar niet door het klakkeloos overnemen van de wetten van de commercie. Als de burger klant zou zijn en de klant koning dan zou de politie zich bijvoorbeeld veel meer dan nu bezighouden met overlastbestrijding – hoe belangrijk ook - en veel minder met zware criminaliteitsbestrijding. Zware criminaliteit vormt een veel grotere bedreiging voor onze democratische rechtstaat. Mensen hebben vaak een afhankelijkheidsrelatie met de overheid en hebben daarin geen keuze. Het is de taak van de overheid om hier eenduidig en zorgvuldig naar te handelen. Daarnaast kan zogenoemd bedrijfsmatig werken leiden tot het nemen van onverantwoorde risico’s met publieke gelden, althans dat leert de ervaring, ook in Noord-Holland. De overheid moet geen commercieel bedrijf willen zijn.
Zorgvuldige besluitvorming die tijd kost behoort de overheid te kenmerken en zo ook de mensen die voor de overheid werken, bestuurders en ambtenaren. Dit betekent echter niet dat er niet goed en hard gewerkt wordt. Werken in een dergelijke omgeving vergt geduld, doorzettingsvermogen, lange adem, flexibiliteit, brede kijk en soms tactisch politiek vernuft.
Wat mij altijd opvalt, is het eergevoel van ambtenaren, eergevoel in het werk en ook idealisme in het dienen van de publieke zaak. Zonder eergevoel en idealisme worden ambtenaren bureaucraten. Procedures worden dan belangrijker dan de doelen en belangen die ze dienen.
Ambtenaren in ons land kenmerken zich door loyale medewerking aan de uitvoering van politiek/bestuurlijke besluitvorming. Dat is overigens iets anders dan een ambtelijke cultuur waarin uitsluitend ‘ja en amen’ wordt gezegd. Ambtenaren zijn er als overheidsdienaren om ‘mee’ te denken met hun bestuurders, maar ook om ‘tegen’ te denken, te wijzen op voetangels en klemmen op de bestuurlijke weg bij het realiseren van maatschappelijke doelen.
Kortom, ik ben trots op de loyale en kritisch meedenkende ambtenaren in Nederland.
Johan Remkes is commissaris van de Koningin van de provincie Noord-Holland
Oei