Vereniging voor OverheidsManagement

De eigenwaardige professional

De eigenwaardige professional

Leon Klinkers en Guido Rijnja

‘Wie komt er voor de ambtenaar op?’ legt een hulpvraag buitenboord, op de melodie van de klassieke heuristiek dat je bij aanvallen de oorzaak bij een ander zoekt, en daarmee de oplossing. Zoals we succes rap op het eigen conto wordt geschreven. Zo heeft succes vele begeesterde vaders en hangen de beschimpte of betwijfelde banen er meestal wat verweesd bij. Kom op zeg. Het is tijd voor een reveil van de eigen aard van de ambtenaar. Ruim baan voor de ‘eigenwaardigheid’. Dat begint in eigen kring.

Die eigenwaardigheid staat al enkele jaren onder druk. Belangrijkste boosdoener: de doorgeschoten belangstelling voor bedrijfsmatigheid (vaak samengebald met verwijzing naar de stroming New Public Management) . De liefde voor meetbaarheid, vergelijkbaarheid en berekenbaarheid heeft immers het zicht ontnomen op de kern van wat overheid vermag: de gezaghebbende toedeling van waarden. Die a priori omstreden is, a priori met gekakel omgeven is en a priori leidt tot een kritische houding ten opzichte van de mensen die het fenomeen overheid dag in dag uit gestalte geven: bestuurders en hun vrijgestelde linker- en rechterhanden: een dikke miljoen ambtenaren bij rijk, provincie, gemeenten en tal van uitvoeringsorganisaties. Waar het om gaat is deze eigenheid te ‘herwaarderen’ en te 'hervinden'. Het zou mooi zijn als daar buiten bestuurshuizen de handen voor op elkaar gaan, maar laten we in eigen kring beginnen.

Als een cry for help onderstreept de vice-president van de Raad van State de zorg voor het overheidseigene in zijn Algemene Beschouwingen van 2010. Hij belicht de betekenis van idealen als richtsnoer voor politieke keuzes. Idealen maken dat de overheid geen ‘productorganisatie’ maar een ‘capaciteitsorganisatie’ is (Simon, aangehaald door Tjeenk Willink, 2010). Van productorganisaties kopen klanten producten die reeds geproduceerd zijn. In capaciteitsorganisaties kopen ‘klanten’ vaardigheden die nog tot resultaat moeten leiden. Voor productorganisaties is prijsconcurrentie zinvol; in capaciteitsorganisaties is het tevoren bepalen van de prijzen van (toekomstige) producten vragen om moeilijkheden. Het leidt tot calculerend gedrag en soms zelfs gesjoemel. In het marktdenken is geen plaats voor de eigen identiteit en de waarderationaliteit van instituties. In het marktdenken is tijd een kostenpost. Daardoor ontbreekt de tijd om na te denken wat het algemeen belang vereist. Er moet gereageerd of gehandeld worden en wel nu! Het vermogen om te relativeren lijkt verdwenen. De ’opinion populaire’ wordt als ’opinion publique’ beschouwd. Internetfora, twitter en hyves stimuleren dat. Elk bericht, elke opinie, is waar, tenzij binnen twaalf uur tegenbewijs wordt geleverd. Het marktdenken kent alleen ’competitie’, geen ’coöperatie’; moeizaam in een land waarin het openbaar bestuur juist voor samenhang moet zorgen en op samenwerking is gebaseerd.

Ach, alleen al de factor tijd. Democratische besluitvorming schept zelden gunstige voorwaarden voor efficiënte snelle stappen. Wie ervoor kiest te werken bij de overheid kiest voor méér dan het voorbereiden en uitvoeren van dienstverlening, efficiency en productiviteit, maar ook voor publieke verantwoording, voor checks and balances op basis van rechtsstatelijke normen en voor democratische besluitvorming, met alle onvolkomenheden van dien. Werken voor de overheid is niet oordelen over de enge opgave of hypotheekaftrek wordt afgeschaft maar oordelen over de vraag hoe woningbeleid er uit mag zien en vraagstukken over verdeling van welvaart. Voor de eigenheid is het daarom ook van belang om te beginnen in eigen kring. Noem het: ambtelijk besef. Wat betekenen die rechtstatelijke normen en democratische besluitvorming voor jou, en hoe ga je om met de dilemma’s die ontstaan bij de communicatie, bij de (re)presentatie van keuzes en besluiten en de dilemma’s die je daarbij ontmoet? Is deze oproep voor een herwaardering van het eigene van het ambtenaarschap een pleidooi voor handhaving van de aparte ambtelijke status? Die staat onder druk, nu zoveel afspraken over arbeidsomstandigheden en voorwaarden zijn gelijkgetrokken. Of bepleiten we hier om de eigenheid van het ambtenaarschap als in vroege dagen te herijken door te investeren in uiterlijke kenmerken, zoals uniformen en de ambtelijke eed? Symbolen zijn in de politiek-bestuurlijke arena niet onbelangrijk, weten we! Nee, dat is niet de essentie van ons betoog.

Kernboodschap is: een overheid die zich niet bezighoudt met fundamentele waardetoedeling en die niet in staat is tot de toedeling van waarden en idealen, veronachtzaamt het specifieke eigene als werkgever en versterkt de idee dat het werken bij de overheid ook niets eigens veronderstelt. Een overheid die wel oog toont voor de ‘eigenwaardigheid’, erkent de specifieke positie van het openbaar bestuur en de specifieke eigenschappen van de mensen die er werken. Een ambtenaar die zich geen deelgenoot meer weet van de gezaghebbende toedeling van waarden, raakt de oriëntatie kwijt die essentieel is voor het werken bij de overheid en schiet in de minstens zo essentiële communicatie met het publiek tekort.

Tot zover de duiding van en plaats van waarde in het openbaar bestuur op dit moment. De vraag is hoe pak je dit als ambtenaar dan op? Wil je deze verandering inzetten dan ga je je als ambtenaar minder richten op de problemen maar op de resultaten, minder reageren op simpelweg de omstandigheden en je gedrag meer laten sturen door je normen en waarden. Minder geobsedeerd te zijn door je eigen agenda en je meer verplaatsen in de ander en feedback niet uit de weg te gaan om je in staat te stellen te leren en te groeien. Alleen als jezelf leert veranderen, kun je andere mensen helpen te veranderen. Laat je niet inpakken door je eigen zelfrechtvaardiging of door het overnemen van andermans zelfrechtvaardiging ('zo pakken we de zaken hier nu eenmaal altijd aan'). Geef je zelf ruimte en waarde door je ie eigen verhaal te vertellen met uitvoeringsvoornemens zodat je niet op situaties automatisch reageert en ga na wat je beweegredenen daarbij zijn.

Op deze wijze creëer je eigenwaarde die meer is dan de doelstellingen die je wenst te realiseren en een beschrijving van je eigen verhaal. Waarden zijn dan ook persoonlijke en maatschappelijke idealen en verhalen. Alleen als we volgens onze eigen allerhoogste idealen leven en volgens die van de maatschappij waar we deel van uitmaken, ervaren we 'een moment van waardigheid' (Margolis, 2001). Een ambtenaar die wel kan tonen hoe-ie eigenwaardig in de slag gaat met die lastige, omstreden maar o zo boeiende afweging van waarden en idealen, heeft een eigen toekomst.

Leon Klinkers is beleidsadviseur onder andere bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Guido Rijnja is communicatiemanager bestuursdienst Rotterdam
 
You are here: Home Oei