Het verhaal van Egbert Beter
Ik tob. Ik tob als een malle en kom er niet uit. Ik zwerf al even door alle gelederen van mijn huis, maar ben het spoor bijster. Mijn huis lieve lezers, mijn huis is ‘Het huis van Egbert Beter’. En Egbert Beter, dat ben ik. Ik zal me niet uitvoering voorstellen. Ik kom nog wel een keer langs in de verhalen.
Er komen - al jaar in jaar uit - veel mensen bij mij over de vloer. Mijn huis is de overheid. Er is veel gebeurt de laatste maanden en jaren. Heel veel. Daarom heb ik een aantal medebewoners, bezoekers, en oud-bewoners gevraagd vanuit hun eigen ogen een verhaal te schrijven, een tekening te maken, een oproep te doen of mensen wakker te schudden.
En dat is nodig. Hard nodig, want in mijn huis gebeurt van alles. Mijn schuur is net afgebroken, ik heeft een nieuw dak en op de gang is het rumoerig. De badkamer wordt verbouwd, tweemaal zelfs. Er wordt druk gewerkt in mijn huis. Mensen praten veel. Over waar welke stoel moet komen te staan. En wie op welke stoel mag gaan zitten. Mensen die al op een stoel zitten, moeten beter werken. Dat heeft mijn baas gezegd. Maar ik vraag me wel eens af: hoe dan?
Ik geef je een rondleiding door mijn huis. Ik heb allemaal mensen en dingen in mijn huis gevraagd om te vertellen over de verbouwing in mijn huis. Ik hoop dat de verhalen die verteld worden jou enthousiast maken om ook te helpen om het huis zo stevig, handig en mooi mogelijk te maken.
Ik neem jullie mee langs het hekwerk en de tijd, via de koffie naar de kelder en al dan niet meer. Schik niet van de monsters die u tegen kunt komen. Schrik niet van de illusie van herhaling.
Hoe goed zijn we eigenlijk? Helemaal compleet is het nog niet. Het antwoord blijf ik u dan ook schuldig, want zowel de whiskeykamer, het sleutelgat, de verhuisdoos en de ongebruikte kamer zijn nog niet besproken. Maar met de verhalen van de schrijvers uit mijn huis is er voorlopig genoeg stof tot nadenken.
Gegroet,
Egbert.
