Vereniging voor OverheidsManagement

Egbert Beter en Karel Kleiner

door Louis Meuleman

Egbert beter’s huis was groot, misschien wel te groot. De kinderen waren de deur uit, zijn echtgenote trouwens ook. En als hij de voordeur dichtsloeg galmde het een beetje. Dat kan beter, dacht Egbert, en hij zette een advertentie: Kamer te huur.
Een paar dagen later ging de bel. Op de stoep stond een jongeman in een net zwart pak. Bruine schoenen, dat wel, en blauwe sokken. Hmmm, dacht Egbert. De man stelde zich voor als Karel Kleiner, consultant en bouwingenieur. Dat zat zo: hij had langs bij Rijkswaterstaat gewerkt maar was voor zichzelf begonnen toen de organisatie werd verbeterd door hem af te slanken. Kleiner was slachtoffer van ‘beter’ geworden, en hij vond het wel een grappig toeval dat hij nu juist op de kamer van een heer Beter was afgekomen.

Kort en goed, Egbert dacht met Karel wel een nette huurder te hebben gevonden, en de zaak werd beklonken.
Karel bleek een energiek en vindingrijk persoon. Hij had ontzettend veel ideeën over hoe het huis zou kunnen worden gemoderniseerd. Tenslotte was hij bouwingenieur, en dat is bijna architect. Na een week lagen er bouwtekeningen op Egberts bureau.

Ten eerste kon de zijvleugel van het huis die er ooit was aangebouwd, beter verdwijnen. Die nam het zicht op het park weg, en haalde volgens Karel de symmetrie uit het pand. Ook de dubbele garage bleek een sta-in-de-weg. Egbert reed inmiddels in een Smart, en daarvan konden er wel vijf in de immense garage.

Verder stelde karel voor om een aparte ingang te maken voor zijn kamer. De brede voordeur kon in tweeen worden gedeeld en zo ontstond er een aparte opgang naar de bovenetage. Karels kamer werd dan een heus appartement, wat de waarde van het huis zou verhogen. In de toekomst zou Egbert dat deel dan zelfs apart kunnen verkopen. Trouwens, Karel had daar zelf wel trek in, zijn consultancy liep immer goed.

Egbert zag de voordelen van de verbouwing wel in. Wat had hij aan al die ruimte? En de waardevermeerdering sprak hem ook wel aan. Zo gezegd, zo gedaan.

Een jaar later. Karel Kleiner bewoonde nu het grootste deel van het huis, en bleek een veeleisende man te zijn. Egbert Beter beschikte alleen nog over de woonkamer, een kleine slaapkamer op de begane grond, en een keuken met daarin een douchecabine.

Egbert ontmoette een nieuwe vriendin. Toen ze na een tijdje wilden gaan samenwonen vond zij dat Egbert veel te klein woonde. Hij kon kiezen: niet samenwonen, of bij haar intrekken. Hij koos het laatste, en verkocht de rest van het huis aan Kleiner, die nu veel groter woonde en dat ook beter vond passen bij een man van zijn statuur en succes.

Natuurlijk is elke gelijkenis van deze geschiedenis met bestaande veranderoperaties aan het huis van de rijksdienst toeval. Maar je kunt je wel afvragen of zowel Egbert als de rijksdienst zich niet beter had moeten laten adviseren. Beter verloor van Kleiner, en dat was omdat Kleiner wel een aantrekkelijk, economisch onderbouwd verhaal had, en Beter hierop geen weerwoord. Kwaliteit verloor van kwantiteit, net zoals professionaliteit en expertise het dreigen te verliezen van efficiency en control. Egberts verhaal lijkt een beetje op het verhaal uit de Britse serie Yes Minister, al meer dan 20 jaar oud, waarin een nieuw ziekenhuis met 500 hardwerkende medewerkers de prijs voor het efficiëntste hospitaal kreeg. Het ziekenhuis was zo efficiënt omdat het geen patiënten toeliet. Die zouden immers de soepel lopende organisatie kunnen verstoren.

 
You are here: Home