Evenwicht en ambitie
Ellen van Schoten
Een lerende overheid en wat daarvoor nodig is.
De omvang van de rijksdienst staat ter discussie en tegelijkertijd wordt de samenleving steeds complexer. Dat maakt dat de kwaliteit van het werk dat de ambtenaren leveren er des te meer toe doet. Is daar voldoende aandacht voor? Het gaat onder meer om het concreet maken van goed openbaar bestuur en, meer specifiek, om het presteren en het functioneren van de rijksoverheid, het lerend vermogen en het belang van de personeelsfactor.
De Algemene Rekenkamer, die onderzoek doet naar de rechtmatigheid en doelmatigheid van de overheidsuitgaven, stelt de vier kenmerken die samenhangen met het presteren en het functioneren van de overheid centraal in haar strategie. Het gaat om vraaggericht, effectief & efficiënt, transparant en publieke verantwoording (zie figuur). 
Door daaraan te toetsen wil de Algemene Rekenkamer een bijdrage leveren aan het verbeteren van het lerend vermogen van het openbaar bestuur. Waarom is dat zo belangrijk?
Wil de overheid leren van ervaringen dan dient hiervoor binnen de bedrijfscultuur ruimte te zijn. Op microniveau bij een overheidsproject, en juist ook bij grote en complexe projecten en processen op macroniveau. Om dat te bewerkstelligen, moeten management en politiek bestuur aan de slag: zij kunnen hier aandacht voor vragen en erop sturen. Onze les uit onderzoek: zijn de geformuleerde ambities in evenwicht met de beschikbare mensen, middelen en tijd.
De roep om een kleine en efficiënte overheid - minder ambtenaren, geen onnodige overheidsbemoeienis - moet leiden tot minder administratieve lastendruk en regels, en tot minder uitgaven. In 2007 is voor dit doel het programma Vernieuwing Rijksdienst van start gegaan. Dit programma moet bijdragen aan een rijksdienst die onder meer snel, adequaat en ontkokerd reageert op nieuwe maatschappelijke uitdagingen en beleid maakt dat uitvoerbaar is en beleid afschaft dat uitgewerkt is. Tegelijkertijd moet deze rijksdienst een goede werkgever zijn voor ambitieuze, competente, integere en loyale ambtenaren.
Koppel de omvang van de rijksdienst aan benodigde kwaliteit
In Nederland werken 954.000 mensen in de publieke sector; 11,4 procent van de beroepsbevolking. Daarvan werken er 123.000 bij de sector Rijk (de ministeries zonder Defensie en de zelfstandige bestuursorganen). Het overgrote deel (78%) van deze rijksambtenaren werkt in uitvoeringsorganisaties. De rest is verdeeld over beleid, ondersteuning (bedrijfsvoering) en toezicht.
Voor de volledigheid: Bij Defensie werken 68.000 mensen en bij de politie 62.000. De gemeenten, provincies en waterschappen hebben zo’n 194.000 personen in dienst en de rechterlijke macht 4.000. In de sector onderwijs en wetenschappen werken 504.000 personen en van hen zijn er 340.000 ambtenaar.
De doelstellingen van Vernieuwing Rijksdienst gaan niet alleen over de omvang van de rijksdienst, maar eerst en vooral over de kwaliteit daarvan. Resultaatgerichtheid, competentie en efficiëntie zijn daarbij kernbegrippen. Een belangrijke voorwaarde om die kernbegrippen te kunnen realiseren, is dat we zuinig zijn op de ontwikkeling van menselijk kapitaal. Aandacht hiervoor moet meer zijn dan een plichtmatig nummer. De cijfers wijzen uit waarom: de mensen die bij het Rijk vertrekken zijn gemiddeld 42 jaar oud; een aanzienlijk deel van de jongere medewerkers stroomt uit. Bij de rijksdienst is de gemiddelde leeftijd 44,3 jaar en nieuwkomers komen binnen als zij gemiddeld 34,9 jaar oud zijn. Naast de veelbeschreven vergrijzing is de ontgroening van de rijksdienst dus een punt van aandacht.
Wordt kennis van beleidsdossiers gewaardeerd en is er tijd voor het opbouwen van relevante netwerken, zodat beleid wordt ontwikkeld dat op de praktijk is toegesneden? Is er sprake van gepaste inzet van ICT als hulpmiddel, in plaats van ICT te gemakkelijk opvoeren om op papier de personeelsomvang te verkleinen? Over de inzet van ICT heeft de Algemene Rekenkamer na onderzoek aanbevelingen voor de hele rijksdienst gedaan. Zoals we dat ook deden na onderzoek naar het detacheren van ambtenaren bij internationale organisaties, zoals VN- of EU-instellingen. Dat detacheren gebeurt weinig - 501 ambtenaren in de periode van 2002 tot medio 2008 - terwijl de rijksoverheid al jaren zegt een stimulerend beleid te voeren omdat zulke werkervaring ook bijdraagt aan de brede inzetbaarheid van ambtenaren.
De samenleving verandert en dat heeft ook voor de overheid gevolgen. Veranderingen kunnen leiden tot verbeteringen, maar dragen ook risico’s met zich mee. Een organisatie die wordt gereorganiseerd heeft vaak minder aandacht voor financieel beheer, zeker als wijziging op wijziging wordt gestapeld. Met als mogelijk gevolg dat controles en herstelwerkzaamheden toenemen, in plaats van afnemen. Als de financiële middelen worden bijgesteld is het een taak van de politiek en ambtelijke top om te zorgen dat de ambities realistisch zijn en in evenwicht met het aantal mensen en de tijd die uitgetrokken wordt om doelen te bereiken. Efficiëntie en verbetering van de kwaliteit van de rijksdienst kunnen een stimulans krijgen als aandacht voor het lerend vermogen van het openbaar bestuur intelligent wordt ingepast. Voor de Algemene Rekenkamer is dit alles reden om de komende jaren de factor personeel extra aandacht te geven in ons onderzoek.
Dr. E.M.A. (Ellen) van Schoten RA is secretaris van de Algemene Rekenkamer
Oei