Vereniging voor OverheidsManagement

Het goede samenleven

door Alex Brenninkmeijer

De metafoor van het huis voor de rijksoverheid als organisatie brengt mij bij het thema “het goede samenleven”. De vragen naar de inrichting van de samenleving en naar het goede leven synthetiseer ik zo tot de vraag naar het goede samenleven. Hoe ziet voor de (rijks)overheid het goede samenleven eruit? Wat is daarbij van belang? Thema’s die in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst genoemd zijn zijn verkokering, horizontalisering, diliverabels overheid-markt,  de weg naar “een betere overheid”  en de samenwerking van ambtenaren. Veel versleten termen, maar dat laatste – samenwerking - spreekt mij wel aan.

De eerste associatie die bij mij in verband met de overheid naar bovenkomt is overconsumptie. De overheid wil zoveel en houdt zo weinig rekening met de vraag hoe dat vele goed uitgevoerd moet worden. Het stellen van vragen over verantwoorde uitvoering vormt zelfs in Den Haag een teken van zwakte. Zoals de leiding van een grote uitvoeringsorganisatie die op afstand is geplaatst mij vertelde, geschokt te zijn voor het geweldige dédain van Den Haag voor de uitvoering. Goed samenleven? Voor goed samenleven zou ik als eerste deugd bescheidenheid willen noemen. Kom daar maar eens om in Den Haag.

Wat zijn de regels voor het samenleven? Of liever nog dan de regels, wat zijn de leefregels, de vaak ongeschreven uitgangspunten die samenleven tot “het goede samenleven” maken. Er is een code goed bestuur door BZK opgesteld met daarin de voorspelbare items als integriteit, goede dienstverlening, participatie, doelgerichtheid en doelmatigheid, rechtmatigheid en rechtvaardigheid, zelfreinigend vermogen en verantwoording. Mooier kan het bijna niet: nu nog de uitvoering in de praktijk.

Voor de rijksoverheid is het een belangrijke vraag waarom “het goede samenleven” vaak zo moeizaam verloopt. Er is wel een zekere cultuurwijziging merkbaar en jongere ambtenaren zijn vaak wat meer gericht op goede samenwerking. En door functiewisselingen raken ook meer ervaren ambtenaren meer en meer gewend aan het idee dat zij voor één overheid werken. Toch is onuitgesproken dat er binnen en tussen Haags burelen nog heel wat belangentegenstellingen worden uitgebuit en de schotten vaak nog zo vast en zeker rond bepaalde domeinen staan. Het “goede samenleven”, maar dan wel op je eigen territorium, lijkt vaak het devies.

En in die territoriumdrift zit ook wel wat in. De overheidstaak is zo complex dat het onvermijdelijk is om die enorme taak op te splitsen. En die opsplitsing leidt tot specialisatie en zo kan deskundigheid bijeengebracht worden. En die deskundigheid leidt tot een eigen rationaliteit die bijdraagt tot een eigen cultuur die zich onderscheid van maar vaak zich ook afzet tegen andere culturen. Welke krachten kunnen leiden tot synthese?

Met deze code voor goed bestuur van BZK ben ik nog niet tevreden, want wordt het goede samenleven ermee bereikt? Wat ik in de code mis is een vooropstelling van de goede samenwerking. De code zou wat mij betreft moeten beginnen met: Goed samenwerken: Iedereen die voor de overheid werkt is zich ervan bewust dat de goede vervulling van de overheidstaak voortdurend een open houding ten aanzien van samenwerken vraagt. Dat betekent dat de grenzen van de eigen organisatie niet de grens van de inzet betekent.

Vervolgens is voor het goede samenleven essentieel een benaderingswijze gericht op de integratie van belangen. Belangentegenstellingen vormen de basis voor groei, ontwikkeling en vooruitgang. Integratie van belangen is een professionele methode van conflicthantering. Als mij de vraag gesteld wordt wat ik de kern van het “goede samenleven” vind, dan antwoord ik dat de essentie ervan in de definitie van wat goed is ligt. Maar voeg ik eraan toe, dat maken de betrokkenen uit, zo mogelijk in nauw overleg met hun omgeving.

Integratie van belangen vormt de kerntaak van de overheid. Dominant willen zijn, macht uit spelen, behoud van eigen bevoegdheden en posities, vormen de hindernissen voor een effectieve Integratie van belangen. Dat is meen ik de lastige kant van de “Haagse samenleving”: heel veel gaat over macht, maar over macht wordt niet gesproken. Laten we daar eens in het belang van het goede samenleven over beginnen. Van macht naar belangen en vervolgens naar een waardevolle integratie van belangen.

 
You are here: Home