Kom op voor de ambtenaar!
Edgar van de Pas
"En wat doet jouw vader?" Op een tuinfeestje staat een groepje kinderen op te scheppen over het werk van hun vaders. De vader van de een werkt bij de politie, de ander zijn vader is dokter, de vader van een derde is advocaat. Een jongetje aarzelt, terwijl op de achtergrond zijn vader, Jan des Bouvrie, op het groepje afkomt lopen. "Mijn vader werkt bij McDonald's", zegt hij ten slotte. Met deze reclame maakte McDonald’s een paar jaar geleden onbedoeld duidelijk dat beeldvorming van beroepen al bij kinderen begint. Voor kinderen van zeven tot tien jaar oud is werken bij de fastfoodgigant de ultieme baan.
Mijn vader was geen dokter, brandweerman of piloot. Hij werkte niet bij een duur advocatenkantoor en had geen goede functie in het bedrijfsleven. Ook had mijn vader geen eigen zaak. Nee, mijn vader was ambtenaar. Ik schepte niet op over het werk van mijn vader. Sterker nog, ik wist eigenlijk niet eens wat mijn vader deed. Iets met grondzaken. Voor mij als kind niet interessant. Ik vond het ambtenaar zijn suf en ik wist al van jongs af aan dat andere mensen mijn mening deelden. Ambtenaar was een beroep dat je niet kiest, maar dat je toevallig wordt. Anders had je wel iets anders gekozen.
Want ambtenaren zijn pennenlikkers. Ze werken van 9 tot 5, doen niet meer dan nodig is, schuiven hun verantwoordelijkheid af en zijn er niet om de burger te helpen, maar om het die zo moeilijk mogelijk te maken. Het woord ambtenaar heeft een negatieve lading. Het roept bij de meeste mensen een stereotype beeld op. Ook bij mij. Als het voor mij al moeilijk is om positieve indruk van het woord te hebben, hoe moet dat dan wel niet zijn voor niet-ambtenaren? Ik heb heel lang gezocht naar een beroep dat mij aansprak, maar één ding wist ik zeker: ik zou nooit hetzelfde doen als mijn vader, ambtenaar worden.
Drie jaar geleden werd ik ambtenaar. Ik maakte de stap van de glitter en glamour van de Nederlandse showbizz naar de saaie, stoffige overheid. Althans volgens mensen in mijn omgeving. Ik ging van de ene stereotype werkomgeving naar de andere. Wat mij verbaasde, en nog steeds verbaast, is dat veel mensen bij de overheid eigenlijk helemaal geen ‘ambtenaar’ zijn. Ze zijn ingenieur, projectleider, P&O-adviseur, jurist, ict-specialist, raadsvoorlichter, wijkmanager of calamiteitencoördinator. Allemaal mensen die met heel veel passie zich inzetten om hun werk op een zo goed mogelijke manier en binnen de grenzen die het beleid stelt te doen. Waarom? Niet omdat ze een vette bonus kunnen verdienen, maar omdat ze het werk leuk vinden en willen werken aan een betere maatschappij.
En toch liggen ambtenaren behoorlijk onder vuur. Er zijn er teveel. Ze doen hun werk niet goed. Werken veel te bureaucratisch. En ga zo maar door. Ambtenaren worden gebruikt als scapegoat. En waarom ook niet? Ambtenaren doen het toch in de ogen van velen niet goed? Misschien moeten we alle ambtenaren maar afschaffen? Want als je je werk niet goed doet, moet je er eigenlijk, net als in het bedrijfsleven, gewoon uitvliegen. Als we alle slecht functionerende ambtenaren ontslaan, lost dat dan het probleem van het negatieve imago van ambtenaren op? Gaan kinderen dan trots aan hun vriendjes en vriendinnetjes vertellen dat hun mamma of pappa ambtenaar is?
Als je als burger nou eens bedenkt hoe het zou zijn als er geen ambtenaren meer zijn. En als je dan bedenkt wat ambtenaren allemaal voor je doen en in het verleden gedaan hebben. Dan komen er vast ook goede verhalen over ambtenaren in je op. Als we die verhalen nou eens doorvertellen aan elkaar in plaats van af te geven op de overheid. Dan mag je best vinden dat bepaalde zaken binnen de overheid niet goed zijn geregeld, maar vraag je daarbij kritisch af of dat dan altijd de schuld van de ambtenaren is. Kom als burger nou eens op voor de ambtenaar. Dan is er misschien een kans dat we van dat negatieve beeld van ‘ambtenaar zijn’ afkomen.
Edgar van de Pas is voorzitter van FUTUR een landelijk netwerk van jonge ambtenaren en communicatieadviseur bij Hoogheemraadschap van Delfland
Oei