Vereniging voor OverheidsManagement

Krimp vereist herontwerp en participatie

Krimp vereist herontwerp en participatie

Roel in ’t Veld

De politici van vandaag koesteren tweeslachtige gevoelens jegens ambtenaren, die uit twee bronnen voortkomen: ze zijn er totaal afhankelijk van en ze hebben last van de kosten van het ambtelijk apparaat. Afhankelijkheid leidt zelden tot fraaie gevoelens, kweekt vaak negatieve emoties. Grootse voornemens tot bezuiniging op aantallen ambtenaren komen voort uit deze tweeslachtigheid. In het algemeen begint men bij het verkeerde eind, namelijk bij de bepaling van een bedrag of een aantal als norm voor krimp. Vervolgens laten politici het over aan ambtenaren om te verzinnen hoe dit te bereiken.

Laffe ambtenaren aanvaarden een dergelijke opdracht en gaan aan het prutsen. Er komt meestal niet veel van terecht.

Welke eerbare argumenten zijn te verzinnen waaruit mogelijkheden tot verkleining van het aantal ambtenaren voortvloeien?

Doelmatigheidsverhoging

Bij gebruik van nieuwe technologieën zijn sommige bewerkingen met meer kapitaalgoederen en minder arbeid uit te voeren. Automatisering heeft natuurlijk aanzienlijke verhoging van doelmatigheid bij bulkactiviteiten opgeleverd. Daar waar de mogelijkheden van substitutie van arbeid door machines zich niet voordoen, is weliswaar geleidelijk kwaliteitswinst te boeken maar vaak geen kwantitatieve daling van de hoeveelheid arbeid per dienst. Zo heeft het SCP de opvatting dat de arbeidsproductiviteit in verpleging en verzorging zelfs daalt.

Ook in het regeerakkoord dat op 30 september openbaar werd is doelmatigheidswinst verondersteld omdat ook op de grote uitvoeringsorganisaties bezuinigingen zijn ingeboekt. Met in achtneming van het voorgaande moet men wel bedenken dat de regelingen die uitvoeringsorganisaties moeten uitvoeren in het algemeen de neiging hebben steeds ingewikkelder te worden als gevolg van politieke interventies die inzoomen op doelgroepen, een verfijning ter wille van grotere rechtvaardigheid bewerkstelligen of responderen op een gewijzigde maatschappelijke omgeving. Deze complexificatie heeft een algemeen karakter en vergroot de hoeveelheid werk zonder dat dit aan de buitenzijde zichtbaar is. Zo begon de IBG ooit met een nieuwe wet studiefinanciering met een enkel regiem maar twintig jaar later bediende dezelfde organisatie twintig jaargeneraties van studenten met wel 14 verschillende regelingen, waarbij de relatie in sommige gevallen vanwege de aflossingen een duur van 30 jaar heeft.

Globalisering of afstoting

Men kan met minder ambtenaren toe als regelingen globaler worden en taken worden afgestoten. Dit gebeurt zo weinig omdat politici aarzelen om de gevolgen hiervan  aan burgers voor te leggen of uit te leggen. De inspectie op de voedselveiligheid kan best kleiner worden, maar dan loopt de burger een klein beetje meer risico. We kunnen toe met minder uitvoerders van belastingwetten als die wetten globaler worden en dus voor sommigen een klein beetje minder rechtvaardig. Maar in de woeling van de mediapolitiek weet de journalist onmiddellijk een doelgroep op te sporen die zich opwindt en de Kamervragen zijn alweer gesteld. Globalisering is dus een up hill battle.

Prof. dr. Roel in ’t Veld is hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit NL en hoogleraar Good Governance aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen
 
You are here: Home Oei