Vereniging voor OverheidsManagement

Publicaties

VOM/SDU-reeks

VOM Jaarboeken

Six!Pack



Jaarboek 2011: Kernwet Oei Verheden en OverHeden

Kernwet_Oei_Verheden_en_OverHeden_Jaarboek_2011_-_Vereniging_voor_OverheidsManagement_-_middel_formaat

27 Auteurs hebben een bijdrage geleverd aan het schrijven van het jaarboek van de Vereniging voor OverheidsManagement van 2011 'Kernwet Oei Verheden en Overheden'.

De Vereniging voor OverheidsManagement presenteert haar Jaarboek 2011 'Kernwet Oei Verheden en OverHeden' om alle overheidsmanagers te prikkelen na te denken en te delen over de opgaven waar zij voor staan. De kernwoorden 'Eén overheid, overheidsmanagement-spagaat, netwerksamenleving!’ verwoorden waar overheidsmanagement voor staat. Het gaat om samenwerken in een netwerkomgeving. En het moet leiden tot één overheid die nieuwe antwoorden heeft voor vraagstukken van morgen. En dat voelt af en toe als een spagaat…..!

‘Kernwet Oei Verheden en Overheden’ is hopelijk een prettig verwarrende titel. Hieruit mag de lezer zelf halen wat hij of zij erin ziet. Want dit jaarboek probeert te prikkelen. Dat proberen vijfentwintig schrijvers, die allen betrokken zijn bij het denken over de overheid, te doen. Ieder doet dat op zijn of haar eigen wijze of eigenwijze, zo je wilt, manier te doen. Met een mooie verzameling van beeldende, indringende, leuke, soms ontroerende, prikkelende bijdragen.

Voorzitter Mark Frequin van de Vereniging voor OverheidsManagement: "Iedere auteur probeert een eigen antwoord te geven op de vraag: netwerksamenleving in een overheid, is dat een kans of een spagaat voor overheidsmanagers? Het kan zijn dat de lezer na deze totaal verschillende kijk van deze geëngageerde schrijvers nog steeds of mogelijk zelfs nog meer in verwarring is over de uitdagingen van de overheidsmanagers. Maar dan hoop ik dat het motto geldt: ‘You are probably still confused, but confused at a higher level?’!"

Auteurs zijn vernieuwende overheidsmanagers in het netwerk van de Vereniging voor OverheidsManagement. Auteurs zijn onder andere: Wim van de Donk, André van der Zande, Marcel Meijs, Marco Florijn, Maarten Schurink, Jacques Wallage, Oenze Dijkstra, Sadik Harchaoui, Leo Smits, Sylvia Roelofs, Annemieke Traag, Jaap Peters, Kim Spinder, Doekle Terpstra, Roos van Erp-Bruinsma, Erik Gerritsen.

Het jaarboek is te downloaden via Dropbox als pdf of ePub of in boekvorm verkrijgen door lid te worden van de VOM.

 

over-loop

PERSBERICHT

Den Haag, 16 mei 2011

Lancering over-loop (platform voor intercollegiale uitwisseling tussen overheidsmanagers) tijdens Reuring!Café op 17 mei 2011
over-loop
De overheid kent veel nieuwsgierige managers,
die graag over schuttingen kijken,
die het wel leuk vinden om buren te hebben,
die niet bang zijn mee te denken en creatief te zijn,
die zich best wel eens met iets zouden willen bemoeien,
die er best af en toe iets bij willen doen,
zonder er beter van te willen worden, alleen voor het plezier
en omdat het allemaal één overheid is.

Dat zijn nou de deelnemers aan de Over-loop

En zijn er overheidsorganisaties, die niet bang zijn voor vreemde ogen
en af en toe zo iemand graag zouden willen inzetten.
Daar valt over te praten.

Of als u het wat formeler wilt:
De Over-loop is een platform voor interbestuurlijke en intercollegiale uitwisseling van kennis, expertise en ervaring waar op een transparante en professionele wijze topmanagers uit de publieke sector iets doen voor elkaar om het belang van de ‘één-overheid-gedachte’ te dienen.
Mede op initiatief van de Vereniging voor OverheidsManagement is een succesvol samenwerkingsverband opgericht waarin we enthousiast, professioneel maar doortastend en strategisch veranderingen willen bewerkstelligen. Door het delen van kennis onder verschillende departementen en overheidslagen worden samenwerkingsverbanden bewerkstelligd, waardoor men de doelen van een kleinere en effectievere overheid realiseert. Door middel van het opzetten van dit initiatief zal de VOM doelen bewerkstelligen door publieke managers uit de top van de departementen en lagere overheden mobiliseren.

Wie komt u tegen op de over-loop?
Bij de overheid werken veel enthousiaste en ondernemende managers die van alles weten over zeer uiteenlopende onderwerpen en van alles kunnen. Zij staan klaar om zo nu en dan ook buiten hun deur een handje te helpen, bijvoorbeeld als dagvoorzitter, begeleider van een brainstormsessie, bemiddelaar, coach, ervaringsdeskundige, forumlid, meedenker, columnist, spreker, presentator.
Maar dan moet u ze wel vragen. En dat kan via de Over-loop.

Zoekt u dus iemand?
Op deze site kunt u overheidsmanagers vinden die bereid zijn om zo nu en dan te helpen. Alles wat u moet doen is contact met ze opnemen en als het schikt, iets afspreken.

Bent u zelf beschikbaar?
Doe mee en neem contact op met de Over-loop.
U bepaalt zelf wanneer en wat u kunt of wilt doen. Verwacht niet meer dan een bloemetje. Maar bouw aan uw netwerk en aan die ene, samenhangende overheid.
En het is net zoals met burenhulp: de ene dienst is de andere waard.

Boegbeelden
De over-loop wordt uitgebreid met zoveel mogelijk toppers uit het openbaar bestuur. We zijn vereerd dat de volgende overheidsmanagers als eerste boegbeelden willen optreden:
Mark Frequin - DG Wonen, Wijken en Integratie Ministerie van BZK
Paul Schnabel - Directeur Sociaal en Cultureel Planbureau
Ab Warffemius - Directeur de Werkmaatschappij Ministerie van BZK
Arjan van Gils - Gemeentesecretaris Rotterdam en Voorzitter VGS
Anja Grootoonk - Gemeentesecretaris Almere
Bertine Steenbergen - Directeur Programmadirecteur Krachtig Bestuur Ministerie van BZK
Erik Gerritsen - Bestuursvoorzitter Bureau Jeugdzorg Agglomeratie  Amsterdam
Frans Mencke - Gemeentesecretaris Hoorn en lid VGS-bestuur 
Gert-Jan Buitendijk - DG Bestuur en Koninkrijksrelaties Ministerie van BZK
Guus van den Berg - Algemeen directeur/secretaris provincie Fryslân
Hennie Koek - Directeur Project Hervormingen en Bezuinigingen Gemeente Amsterdam en nieuwe Gemeentesecretaris Zoetermeer sinds juni 2011
Judith Meulenbrug - plv. DG  Bureau  ABD (Algemeen BestuursDienst)
Jan Fraanje - Gemeentesecretaris Boxtel
Jaap Uijlenbroek - DG Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk (OBR)
Louis Meuleman - Voorzitter Vereniging voor OverheidsManagement
Hans Leeflang - Algemeen Projectdirecteur Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directie Strategie, Kennis en Innovatie
Mark Bressers - plv. directeur Faciliteiten, Huisvesting en Inkoop Rijk  Ministerie van BZK
Max Daniel - Plaatsvervangend Korpschef Friesland
Marcel Meijs -  Algemeen directeur/ Gemeentesecretaris Enschede
Ruud Kleijnen - Algemeen directeur/ Gemeentesecretaris Veghel
Ruud Viergever - Secretaris- directeur Waterschap De Dommel
Tof Thissen - Directeur KING (Kwaliteit Instituut Nederlandse Gemeenten)

Lancering
De lancering van de over-loop vindt plaats tijdens het ReuringCafé 'Politisering van de Uitvoering' in de Glazenzaal van 17:00 uur (aanvang, 16:30 inloop) tot 18:30 uur 1 op 17 mei 2011. Tussen 17:30 en 18:00 wordt de over-loop gelanceerd.   

Host van dit Reuring!Café is Roos van Erp-Bruinsma, secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met onze speciale gasten Richard van Zwol, secretaris-generaal bij het Ministerie van Algemene Zaken, Erry Stoové, voorzitter Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank en generaal-majoor Pieter Cobelens, directeur MIVD is Joop Linthorst, voorzitter van de Raad van Bestuur van het UVW. Ook wordt de publicatie 'Kijken onder de motorkap', lessen uit vier jaar Vernieuwing Rijksdienst door Roos van Erp-Bruinsma overhandigd aan Richard van Zwol en Thom de Graaf.

De Over-loop is een initiatief van de Vereniging voor OverheidsManagement en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

EINDE PERSBERICHT

Pers kan met vragen terecht bij Aik van Eemeren, projectmanager Vereniging voor OverheidsManagement, via 0614278571 of Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of Yalda Walinezjadasl via 0681366090 of Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . U kunt ook kijken op www.vom-online.nl (en vanaf 17 mei 20 uur op www.overloop.nl)
 

Het scheve beeld van een elite

Het scheve beeld van een elite

Ank Bijleveld

In de jaren dertig werd er door een aantal invloedrijke filosofen met angst gekeken naar de groeiende invloed van wat zij zagen als, laten we het maar eerlijk zeggen, de domme massa’s.

Een dergelijke stemming vindt je ook vandaag bij sommige opiniemakers. Ondanks de enorme mogelijkheden om informatie te vinden, groeit het aantal oppervlakkige consumenten van info-tainment en pseudo-opinies en neemt de verwarring tussen meningsuiting en schelden toe. Opnieuw: de massa tegenover de elite.

Het is een zwartgallig beeld maar tot op zekere hoogte herkenbaar. Zeker wanneer het gaat om het ongenuanceerde schelden op overheidsdienaren en het ongeïnformeerd er op in willen hakken, is het moeilijk dat soort beelden te vermijden.

Dat gezegd hebbend kan niet ontkend worden dat het verkleinen van de overheid en het efficiënter werken daarvan een permanente noodzaak is. Zeker in tijden van financiële terughoudendheid moeten er keuzen worden gemaakt en zullen er ook taken moeten verdwijnen die op zich nuttig zijn en door aardige en competente mensen worden uitgevoerd.

De irritatie bij overheidsdienaren over een negatieve stemming moet dus gescheiden worden van een objectieve discussie over nut en noodzaak van taken en van de discussie over de mate waarin de overheid de zorgen van mensen mag of zelfs moet wegnemen. Dat zijn politieke discussies waarover ook politieke beslissingen moeten worden genomen.

De Nederlandse overheid is vergeleken met landen om ons heen bescheiden van omvang. De overheidsdienaren zijn integer en efficiënt. De nodeloze bureaucratie en administratieve lasten zijn zelden door ambtenaren opgelegd. Het zijn in tegendeel vaak de beperkingen waaronder zij moeten werken. Bij mijn pogingen om administratieve lasten te verkleinen heb ik veel enthousiasme juist van ambtenaren aangetroffen 

Een grief die wel bij veel ambtenaren op ministeries bestaat is dat ze zich denigrerend bejegend voelen door een aantal politici maar dat dezelfde politici zich dagelijks bezighouden met het stellen van niet altijd even relevante vragen of het eisen van toezicht waar dat niet mogelijk is. En daarmee weer werk voor ambtenaren scheppen.

Ik zelf heb vaak te maken gehad met verzoeken dat de centrale overheid zou moeten ingrijpen vanwege al of niet vermeende misstanden bij een of alle gemeenten, zonder dat ik daar toe in staat zou zijn geweest. Wie waar woont in het huis van Thorbecke is niet altijd duidelijk.

Dat de beelden rond de overheid en de dienaren daarvan dus vaak niet in overeenstemming met de werkelijkheid zijn, is lastig en het hindert ook de mogelijkheden om effectief op te treden. Een slecht imago werkt niet mee bij pogingen om draagvlak te krijgen. Het is bovendien soms pijnlijk voor het personeel van de overheid.

Wat valt daar aan te doen?

Tot op zekere hoogte is deze situatie als een natuurgegeven. Liefde voor de overheid is niet te verwachten. Wantrouwen tegen overheidsmacht is vanzelfsprekend en zelfs een wezenskenmerk van de democratie.

Werkelijke misverstanden moeten natuurlijk bestreden worden maar daarbuiten moeten we mar accepteren dat overheidsdienaren in een glazen huis wonen en dat er soms een ruitje sneuvelt.

Wat daartegenover moet staan is het trotse zelfbewustzijn van de overheidsdienaar, het geloof in het eigen kunnen van de professional, de steun die de organisatie haar eigen mensen geeft. En daar komt de rol van de overheidsmanager op tafel.

Overheidsmanagers moeten zich staande houden in een hiërarchische organisatie en dat geeft hen vaak een gevoel van onzekerheid. Dat leidt er soms toe dat, ondanks politiek correcte uitspraken over openheid en betrokkenheid, angst, gebrek aan vertrouwen of zelfs achterdocht de managementtoon zet. Medewerkers worden hier niet door gemotiveerd.

De ambtenaren van de overheid moeten beseffen dat ze een bevoorrechte elite zijn die een sleutelrol speelt in het reilen en zeilen van de samenleving.

De leiders van de ambtenaren: het management moet beseffen dat hun rol niet is het in stand houden maar van de hiërarchie maar het sturen van de productie in de gewenste richting. Ambtenaren en managers moeten worden beoordeeld op resultaten en niet op de procedures.

Om een productieve sfeer te scheppen moet er ruimte zijn voor fouten. Maar het meest van al moeten managers hun medewerkers loyaal tegemoet treden. Zo ontstaat een esprit de corps en dat is het antwoord op ongeïnformeerde kleingeestigheid.

Ank Bijleveld-Schouten is Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

 

Heldhaftige tango

Heldhaftige tango

Marco Florijn

De kogel is door de kerk. Het nieuwe Kabinet gaat 6,5 miljard bezuinigen op de overheid. Volgens het CPB is daarvan 2,5 miljard echt toe te wijzen aan een kleiner apparaat en minder regels. De rest zijn gewoon lastenverzwaringen en inhoudelijke bezuinigingen. Maar goed, snijden in ambtelijke capaciteit is altijd hot.

Wie komt er voor de ambtenaren op? Als zelfs Job Cohen grapjes over luie ambtenaren maakt. Als het Malieveld niet volloopt na een Abva-oproep en als het zogenaamde bedrijfsleven zich als actief afschildert tegenover ambtenaren. Alsof er ‘een bedrijfsleven’ bestaat. En alsof er ‘een ambtelijk apparaat’ bestaat.

Net als in veel bedrijven, zijn er in het ambtelijk apparaat veel prutsers. Mensen die de kantjes ervan af lopen en niet met het hart betrokken zijn bij het werk. Toen ik in de onderhandelingsdelegatie voor de gemeentelijke CAO zat, merkte ik pas goed hoe het is om een sector met 180.000 mensen over een kam te proberen te scheren. Onmogelijk. De vuilnisophaler en de brandweerman zijn onvergelijkbaar met de strategisch beleidsmaker. Echter, als een vakbond opkomt voor de beleidsambtenaar, buigt de publieke opinie minder snel mee dan wanneer de vakbond de vuilnisophaler gebruikt. Toch is dat het veelkoppige monster dat wij tegenkomen in ambtenarenland.

Als bestuurder merk ik hoe prettig een stevig samenhang kan werken tussen ambtenaren en bestuur. Als daar chemie is, vlieg je. Bevlogen mensen die met elkaar een gemeente vormgeven, omgeving beïnvloeden en creatief nieuwe paden bewandelen. In een enorm complexe wereld. Vaak veel complexer dan waarin veel bedrijven zich bevinden. De trots die je voelt als iets lukt! De spanning die je voelt wanneer het fout gaat. Maar zolang de beide partijen hun eigen rol snappen en professioneel spelen, kan er weinig echt fout gaan.

De tango. Dat is het spel tussen bestuur en ambtelijk apparaat voor mij. In de jaren 1950 was dat nog de Ballroom Tango, strikt volgens de regels, strak en hiërarchisch. Maar sinds 2000 is dat de echte Tango geworden. Uit Buenos Aires. Gepassioneerd, improviserend en subtiel. Bij een goede tango maakt het paar gebruik van elkaars gewicht en luistert het goed naar de muziek. Met soms de ogen dicht, zwiert het stel over de vloer, soms achter gesloten deuren, soms de menigte meenemend op een podium. Maar altijd elkaars rol respecterend en zonder op elkaars tenen te trappen. Allebei ruimte voor subtiele versieringen en minder subtiele zwaaien. Heerlijk.

Voor mij is een goede ambtenaar een vakmens. Het ambtenaarschap is een ambacht. Ik kan onwijs genieten van een goede ambtenaar. Iemand die snapt hoe de hazen lopen, die stevig adviseert en op z’n tijd terughoudend is. Hart voor de gemeente en haar mensen en oog voor de politieke mores.

Het partnerschap bestaat uit wederzijdse bescherming. De bestuurder mag niet in een valkuil stappen en de ambtenaar moet zijn eigen advisering kunnen doen zonder afgerekend te worden op politiek falen. Natuurlijk horen daar ook stevige functioneringsafspraken bij. Met elkaar door de gemeente dansen, betekent ook dat de kop erbij gehouden moet worden. De andere kant op geldt hetzelfde. Echter, dat blijkt een stuk moeilijker. Weinig ambtenaren geven goede feedback richting hun bestuurder. Hoe goed zou het zijn, wanneer dat normaal was. Samen kijken naar wat goed ging en naar wat beter kan. In de advisering én in het verkopen van het beleid. Het gevoel heerst vaak dat de bestuurder daar niet van gediend is.

Ambtenaren nemen velen gedaanten aan. Beleidstijgers, strategische slapers, uitvoerders en administrateurs. Dienstverlenend gedrag staat centraal. Dienstverlenend is anders dan ondergeschikt zijn aan de politiek. Het is voor mij geen hiërarchisch verschil, maar gewoon een andere rol. Een ambtenaar moet wel met wisselende partners kunnen dansen. Het bestuur wijzigt voortdurend. Vol frisse overgave stort het apparaat zich eens in de vier jaar in de armen van een nieuwe partner. Soms steviger, soms lichter en soms uit de maat dansend. Altijd gebruik makend van elkaars gewicht, in elkaars armen en subtiel luisterend naar de omgeving.

Dat je maar een goede danspartner mag hebben!

Marco Florijn is wethouder in Leeuwarden

 

De ambtenarij en het zondebokmechanisme

De ambtenarij en het zondebokmechanisme

André van der Zande

Zoals vele andere ambtenaren heb ook ik mij verbaasd over de grote eensgezindheid dit voorjaar in de politieke uitlatingen over de enige maatregel die een nieuw kabinet hoe dan ook zou moeten nemen: bestrijden van de bureaucratie.

De mimiek en retoriek die daarmee gepaard ging was fel en ongenuanceerd: alsof het om kakkerlakken bestrijding gaat en alsof daarmee de toekomst van Nederland kon worden gered. Nu ben ik zelf gemotiveerd opdrachtgever van een Programma Regeldruk bij ons op LNV, dat is gericht op een tiental onderwerpen variërend van het terugdringen van de administratieve lastendruk, de toezichtdruk, de verkrijginglasten van subsidies, simpeler formulieren, etc. Dus rationeel ben ik goed in staat de politieke uitingen over het bestrijden van bureaucratie te “vertalen” in professionele ambtelijke programma’s die de relatie tussen samenleving en overheid ingrijpend gaan verbeteren. Ik deel zeer de wenselijkheid en noodzaak van dergelijke programma’s, dus vanwaar dan mijn ongemak, ja zelfs verontwaardiging?

Tijdens de zomerweken en na enige reflectie kom ik op twee verklaringen. Ten eerste ben ik ongemakkelijk omdat het tot 9 juni alleen maar over het bestrijden van bureaucratie als enige min of meer concrete bezuinigingsmaatregel praten naar mijn smaak te veel suggereert dat het de hoofdoorzaak is van onze klemmende maatschappelijke crises. Dit terwijl iedereen weet dat de hoofdoorzaak van de crises in bijvoorbeeld ons financiële (banken)systeem de doorgeslagen en onverantwoordelijke hebzucht is en niet de bureaucratie. Het is veeleer een tekort aan competent toezicht en (sociale) controle (een tekort aan bureaucratie dus eigenlijk). Hoe belangrijk het terugdringen van bureaucratie in termen van regeldruk ook is, het verbleekt als probleem bij de klemmende crises op het gebied van duurzame economie (schaarste aan grondstoffen, water en energie), de zorg, het onderwijs, de biodiversiteit, etc. . Toch bracht de electorale logica kennelijk met zich mee dat de pijnlijke maatregelen voor deze echte crises niet benoemd werden.

Die laffe logica levert dan kennelijk forse taal op over bureaucratie als enig resterende optie. Dat levert de vervolgvraag op waarom dat soort taal dan kennelijk electoraal wel “veilig” is. Dat brengt me op de tweede en dieper spittende maatschappelijke verklaring. De kiezer heeft als individuele burger namelijk gek genoeg helemaal geen hekel aan politieagenten, onderwijzers, verpleegsters, gevangenisbewaarders, kantonniers of andere ambtenaren. Integendeel, de diensten van deze ambtenaren worden hogelijk gewaardeerd en in een recente SCP studie (Publieke dienstverlening in perspectief, SCP-publicatie 2010-16) blijkt dat het publiek in grote meerderheid wil dat we zelfs meer gaan uitgeven aan zorg en onderwijs. Uit dezelfde studie blijkt echter ook en opnieuw dat het grote publiek vindt dat het “… met de samenleving bergafwaarts gaat.” Er is (ook elders veelvuldig beschreven) veel maatschappelijk ongenoegen en zorg, niet op het niveau van individuele contacten en relaties (daar zijn we juist heel tevreden mee), maar op het vagere bredere niveau van de samenleving als geheel.

Dat ongenoegen betreft de chaotische complexiteit, de massale anonimiteit, de karige sociale geborgenheid en de armoede in zingevingopzicht van onze huidige samenleving. Die zorg en dat ongenoegen zoekt een expressie en uitweg en dan is kennelijk de anonieme bureaucratie een goede zondebok.

Een zondebok, het Bijbelse fenomeen van de ram en de twee geitenbokken die worden geofferd ter zuivering van de zonden zoals voorgeschreven in de wet van Moses (in Leviticus 16) en als sociaal-maatschappelijk proces uitgediept door de Franse psycholoog René Girard in zijn boek La violence en le sacré. De zondebokrol wordt veelal “toebedeeld” aan zwakkere partijen in de groep of in de samenleving. Dat maakt qua analyse het perspectief voor de ambtenarij er niet beter op. Immers, mensen willen graag bij de winnaars behoren en niet bij de “losers”, de zwakken. Net zoals het voor het jongetje in de klas dat gepest wordt niet meevalt zijn rol kwijt te raken zal het voor de ambtenarij niet meevallen de zondebokrol weer kwijt te raken. Meestal gaat het jongetje naar een andere school en krijgt een ander jongetje in de klas die rol op zich. De vraag bij de ambtenarij is hoeveel geitenbokken er geofferd moeten worden vooraleer de zonden zijn uitgewist en wie vervolgens die maatschappelijke rol krijgt opgeplakt?

De echte oplossing is natuurlijk niet dat we doorgaan met het zondebokmechanisme, maar dat er een herstel- en helingsproces in de samenleving optreedt door het vinden van nieuwe doelen, idealen, ankers en sociale geborgenheid. De noodzaak van zondebokken wordt dan minder, maar ambtenaren kunnen aan dat helingsproces slechts een bescheiden bijdrage leveren. Toch is die bijdrage aan het realiseren van nieuwe maatschappelijke doelen en idealen juist waarom ik ons werk als ambtenaar zo uitermate boeiend en zinvol blijf vinden.

Prof. Dr. André N. van der Zande is Secretaris-Generaal bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

 
Pagina 1 van 9
You are here: Home Oei Verheden