Verslag lunchbijeenkomst | Productiviteitstrends en doelmatigheid in de publieke sector

Verslag lunchbijeenkomst | Productiviteitstrends en doelmatigheid in de publieke sector

Krijgt de Nederlandse burger tegenwoordig meer waar voor zijn belastinggeld dan pakweg dertig jaar geleden?
Deze vraag stond centraal tijdens de lunchbijeenkomst die op woensdag 17 oktober 2018 door het ministerie van BZK (Directie A&O) werd georganiseerd. De onderzoekers van het Instituut voor Publieke Sector Efficiëntie Studies (IPSE Studies) gaven antwoord op deze vraag en presenteerden in vogelvlucht de stand van zaken van het productiviteits- onderzoek in de publieke sector. IPSE Studies doet, met steun van het ministerie van BZK, al meer dan tien jaar toonaangevend onderzoek naar de doelmatigheid van de publieke sector. Onderzoek dat zeer dienstbaar is aan de missie van BZK: een goed en slagvaardig openbaar bestuur. Frans van Dongen (ministerie van BZK) gaf de aftrap, gevolgd door presentaties van IPSE-onderzoekers Thomas Niaounakis en Alex van Heezik. Als afsluiter werd de website www.trendsinpubliekesector.nl gelanceerd, een gebruikersvriendelijke open access database over prestaties van de publieke sector.

Meten is weten
Thomas Niaounakis gaf een kijkje in de keuken van het onderzoek van IPSE. Het onderzoek van IPSE richt zich op het meten en analyseren van de prestaties en doelmatigheid van publieke instellingen: de relaties tussen input en output en het proces daartussen. Bij input gaat het bijvoorbeeld om de inzet van geldstromen, terwijl het bij output gaat het om de publieke waarde die publieke instanties vervolgens leveren. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van meetbare kengetallen, zoals het aantal afgehandelde rechtszaken en het aantal rijbewijzen, of de kwaliteit van de dienstverlening. In de afgelopen tien jaar heeft IPSE Studies tal van organisaties en sectoren onder de loep genomen, variërend van het openbaar bestuur tot ziekenhuizen en het onderwijs tot de juridische keten.

Twee sporen
Het onderzoek van IPSE heeft twee sporen. Het eerste spoor richt zich op vergelijkende onderzoeken. Het gaat om vergelijkingen tussen instellingen, bijvoorbeeld tussen gemeenten, onderwijsinstellingen of ziekenhuizen. Daarbij staat de vraag centraal: wat kunnen we leren van deze vergelijkingen? Het tweede spoor betreft trendanalyses van organisaties en sectoren. IPSE gebruikt de onderzoeken niet om simpele ranglijstjes te maken (‘goed’ of ‘slecht’), maar om te laten zien hoe publieke organisaties hun prestaties kunnen vergelijken met die van andere organisaties, kunnen leren van best practices en kennis kunnen verkrijgen om te investeren in een betere performance. Daarbij gaat het in het bijzonder om de
verhoging van de productiviteit.

Uitdaging bij het doen van doelmatigheidsonderzoek
Volgens IPSE zijn de drie belangrijke uitdagingen voor doelmatigheidsonderzoek in de publieke sector: meetbaarheid, vergelijkbaarheid en gegevensbeschikbaarheid. De output van de publieke sector is beperkt meetbaar en er zijn ook geen marktprijzen om de output mee te waarderen. Vergelijkbaarheid is daarentegen in de publieke sector gemakkelijker dan in de markt, omdat de informatie die benut wordt vaak reeds openbaar is. Tot slot is het lastig om goede gegevens te vinden over de output van publieke instellingen, omdat de verantwoording daarover vaak te kort schiet. IPSE heeft zich in de loop der tijd
gespecialiseerd om dit soort problemen te tackelen.

Alex van Heezik ging vervolgens in op de centrale vraag van de bijeenkomst: krijgt de burger meer of minder waar voor zijn geld dan vroeger? En waarom wel of niet? De trendstudies van IPSE Studies geven daar antwoord op. De afgelopen jaren heeft het instituut de trends in productiviteit van 15 publieke sectoren onderzocht, variërend van rechtspraak, basisonderwijs, politie, ziekenhuizen tot drinkwaterbedrijven. Daarbij werd vooral bezien welke invloed beleidsinterventies gehad hebben op de productiviteit binnen de sectoren. Heeft het beleid effect gehad? Welke maatregelen werken wel en welke niet? Van Heezik liet zien dat veel maatregelen weinig effect hebben gesorteerd. Zo blijkt marktwerking weinig vruchten af te werpen. Schaalvergroting werkt aanvankelijk wel positief, maar is inmiddels te ver doorgeschoten en heeft nu vaak een negatief effect op de productiviteit. Budgettering blijkt wel een effectief instrument om de productiviteit te verhogen. Dat blijkt vooral uit de productiviteitsontwikkeling van het wetenschappelijk onderwijs. Die groeit heel sterk doordat de groei van rijksbijdrage steeds achterblijft bij de groei van de studentenaantallen. Andere sterke groeiers zijn de netwerksectoren (drinkwater, spoorwegen en energie) en de ziekenhuizen. Niet toevallig allemaal sectoren met een sterk technisch georiënteerd productieproces.

Lancering database trendsinpubliekesector.nl (TiPS)
Aan het einde van de bijeenkomst werd de website www.trendsinpubliekesector.nl gelanceerd. Deze website biedt een schat aan informatie over kosten, prestaties en productiviteit van de publieke dienstverlening. Bij de lancering van de database ging als eerste het domein Veiligheid en Justitie online (sectoren Politie, Rechterlijke Macht en Gevangeniswezen). In de eerste helft van 2019 komt daar het domein Onderwijs bij. Naast trendcijfers over kosten en prestaties vanaf 1980, vinden bezoekers in TiPS ook cijfers over de kwaliteit van de dienstverlening. Beleid speelt vaak ook een belangrijke rol en kan positief of negatief uitpakken. Ook deze beleidseffecten zijn in TiPS inzichtelijk gemaakt.

Meer informatie over de onderzoeken, publicaties en activiteiten van IPSE kunt u vinden
op de website van IPSE.
En wilt u op de hoogte blijven van IPSE-nieuws, dan kunt u zich hier inschrijven voor de
IPSE-nieuwsbrief.

Beste Overheidsorganisatie van het Jaar| Onderzoek Overheidsorganisatie van het Jaar

Beste Overheidsorganisatie van het Jaar| Onderzoek Overheidsorganisatie van het Jaar

Afgelopen jaar is er door drie master studenten van de Universiteit Utrecht onderzoek gedaan naar de prestaties en het innovatievermogen van de finalisten van de verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar. Alle 13 finalisten van de jaren 2014 t/m 2017 zijn in dit onderzoek geanalyseerd op basis van verschillende criteria, met name de criteria die door de jury zijn opgesteld. In de analyse wordt duidelijk waarom deze organisaties zo bijzonder zijn. De eindrapportage bevat een mooi overzicht van de finalisten van de afgelopen jaren ter inspiratie voor anderen, inspiratie om te verbeteren en te innoveren.

Klik hieronder voor het onderzoek.
Leren van de Beste Overheidsorganisaties

Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar | Finalisten bekend! | 11 september

Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar | Finalisten bekend! | 11 september

De finalisten van de Verkiezing ‘Beste Overheidsorganisatie van het Jaar’ voor 2018 zijn bekend. Tien overheidsorganisaties hielden in Buurtcentrum de Schakel in Utrecht een pitch voor de jury. Na uitvoerig overleg heeft de jury gekozen voor: gemeente Heerhugowaard, Rechtbank Rotterdam en Waterschap Aa en Maas. Deze organisaties gaan met elkaar de strijd aan in de finale, die op 19 november aanstaande wordt gehouden in de Ridderzaal.

De jury over Gemeente Heerhugowaard
De gemeente Heerhugowaard is een moderne overheidsorganisatie die zich blijft doorontwikkelen. De cultuur van ‘denken in kansen’ in combinatie met vraaggericht handelen, openheid, flexibiliteit, inventiviteit en gewoon doen viel de jury in positieve zin op. Door de grote stappen die Heerhugowaard heeft gezet op het vergroten van zonnestroom, windenergie en het verminderen van gas- en elektriciteitsverbruik is de gemeente de koploper in Nederland als het gaat om het realiseren van de ambities van de energie transitie. De gemeente Heerhugowaard heeft de ambitie om top-dienstverlener te zijn en scoort hoog als betrouwbare overheidsorganisatie met een hoge waardering van de dienstverlening.

De jury over Rechtbank Rotterdam
Snel en zorgvuldig, tijdig en toegankelijk zijn de kernwaarden de Rechtbank Rotterdam. Ketenpartners en de maatschappij worden nadrukkelijk betrokken bij het optimaliseren van de bedrijfsprocessen. De positie van de rechtbank wordt voortdurend aangescherpt aan de wensen van deze tijd. Een concreet voorbeeld hiervan is dat rechters in uitspraken niet alleen de juridische boodschap brengen, maar bij deze uitspraken ook maatschappelijke relevantie betrekken. Waarbij rechtsvinding eerder een kwestie is van maatwerk door professionals in plaats van het strak uitvoeren van regels. Het juridisch en managementjargon maakt plaats voor een meer inclusieve, ‘klare taal’. Tot slot was de jury gecharmeerd van de praktische manier waarop de rechtbank omgaat met vraagstukken over digitalisering.

De jury over Waterschap Aa en Maas
Deze overheidsorganisatie gaat tot het uiterste om te innoveren en hun grenzen te verleggen, waarbij de ontwikkeling van de medewerker centraal staat. De organisatie heeft aangetoond over een groot lerend vermogen te beschikken door het toepassen van ‘learning by doing’ en uit het feit dat meer dan eenderde van de medewerkers een opleiding volgt in de Brabant Aquademie. Het waterschap besteedt veel tijd om duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief te zijn. Aa en Maas is koploper op het gebied van digitale transformatie en geeft dit onder andere vorm in haar eigen data lab. In dit datalab wordt onderzocht hoe de werkprocessen geoptimaliseerd kunnen worden op basis van kunstmatige intelligentie.

Op 17, 24 en 31 oktober ontvangen de finalisten een delegatie van de jury tijdens een werkbezoek. Tijdens het werkbezoek krijgen de finalisten de kans om de jury te overtuigen van het feit dat hun organisatie de beste is.

Een dag meekijken met: Antje Dekker | Secretaris-Directeur Waterschap de Dommel

Een dag meekijken met: Antje Dekker | Secretaris-Directeur Waterschap de Dommel

Als (oud-)student bestuurskunde kan je vele richtingen op. De publieke sector ligt het meeste voor de hand, maar de publieke sector is ontzettend breed: de overheid, de  semi-overheid en de niet-gouvernementele tak. Die je weer verder kunt onderverdelen in bijvoorbeeld het rijk, de provincies, gemeenten, waterschappen, ZBO’s, uitvoeringsorganisaties, onderwijs- en zorginstellingen, mensenrechtenorganisaties en ga zo maar door. Hierbij komt het probleem dat de overgrote groep bestuurskundestudenten, een breed scala aan interesses heeft en dus geen idee heeft waar hij of zij later terecht wilt komen. De meeste studenten komen per toeval een organisatie binnen, of blijven hangen na hun (afstudeer)stage. In september begin ik aan de master Publiek Management aan de Erasmus Universiteit. Het lijkt mij fijn dat voordat ik een keuze moet maken over waar ik later een ‘publiek manager’ ga worden, ik eens een dagje mee mag kijken bij deze verschillende organisaties en hun managers, zodat ik straks in ieder geval een weloverwogen keuze kan maken. Nu mocht het zo zijn, dat ik (per toeval) terecht gekomen ben bij de Vereniging voor OverheidsManagement en hierdoor makkelijk in contact kan komen met topmanagers binnen de overheid. Ik trok de stoute schoenen aan en heb een aantal van hen benaderd.

Mijn tweede meeloopdag was niet bepaald een thuiswedstrijd, maar de lange weg naar Boxtel gaf mij veel tijd om mij te verdiepen in de organisatie van Antje Dekker: Waterschap de Dommel. Antje is hier sinds 2016 werkzaam als secretaris-directeur. Waterschappen bleven tijdens mijn studie altijd zeer onderbelicht, dus ik ben vandaag extra benieuwd naar wat mij allemaal te wachten staat.

Op het treinstation van Boxtel kom ik Antje al tegen, samen fietsen we langs de Dommel naar het waterschap. Super tof, dat een manager van dit kaliber voor een duurzaam en simpel vervoermiddel als een fiets kiest! Het leuke is ook, dat zij zich totaal niet bewust was van dat ze hier een statement mee maakte toen Antje begon als secretaris-directeur bij het waterschap. Zo heeft ze het namelijk altijd al gedaan.

We kwamen aan bij de Dommel en plaatsten onze fietsen in de fietsenstalling. Antje vertelde mij dat ik mijn fiets niet op slot hoefde te zetten en direct werd ik overspoeld met het warme welkom-in-Brabant gevoel, dat ik de rest van de dag niet meer heb losgelaten. De mensen zijn hier zo open en hartelijk, van receptiemedewerker tot beleidsmedewerker en van secretaresse tot directeur. Hier zal bijna iedereen zich direct thuis voelen.

Onder het genot van een kopje thee liet Antje mij zien wat er vandaag voor ons op de agenda stond, daarnaast legde zij wat uit over het werk dat waterschappen doen en vertelde ze iets over de Dommel. Vervolgens was het tijd voor ons eerste overleg, met de watergraaf Peter Glas. Wederom een ontzettend hartelijke man, die na het formele overleg ook nog de tijd nam om mijn vragen te beantwoorden. Hij vertelde over het werk van een watergraaf en hoe dit in de afgelopen vijftien jaar (!) dat hij als watergraaf bij de Dommel werkzaam is veranderd is.

Na dit interessante gesprek moesten Antje en ik de auto in naar één van de mooiste plekken die het Brabantse landschap rijk is. Een prachtig kasteeltje in de bossen van Haaren. Hier hadden wij een overleg met een van de partners waarmee het waterschap samenwerkt in het zogeheten ‘natuur netwerk’. Omdat Peter als watergraaf hiervan voorzitter is, krijgt Antje als secretaris-directeur automatisch de rol als secretaris/penningmeester in haar schoot geworpen en in deze hoedanigheid zaten wij dan ook hier. Volledig afgeleid door de mooie omgeving, heb ik toch nog wat kunnen leren over de samenwerking die verschillende organisaties in Noord-Brabant met elkaar aan gaan om de natuur te kunnen behouden en beschermen.

Weer terug bij het waterschap was het tijd voor het tweewekelijkse overleg van het Dagelijks Bestuur, dat de ene week een officiële vergadering is en de andere week een B’uurtje (bijpraat-uurtje) met kroketten! Een aantal keer per jaar komt het zo uit dat er toch vergaderd moet worden tijdens het B’uurtje en dat was vandaag het geval. Ik vond het eigenlijk juist wel interessant om te zien hoe zo’n vergadering in elkaar zit. De bestuurders zijn eigenlijk allemaal vrij relaxt naar elkaar toe, maar staan wel voor hun standpunten als dit gevraagd wordt.

Na de vergadering hadden we even geen afspraken en dat was voor Antje een mooi moment om haar mail bij te werken. Ze legde mij precies uit hoe ze dit doet en waarom ze dit doet. Als manager moet je wel een goed systeem hebben voor je mails, anders is het simpelweg niet bij te houden wat er wanneer moet gebeuren. Na het bijwerken van de administratie stond er nog een kort persoonlijk overleg op het programma met een van de dagelijkse bestuurders, voordat we de dag afsloten met het ‘Crisis café’. Dit klinkt niet alleen heel erg leuk, dit was ook heel erg leuk. Iedere grote organisatie heeft een crisisteam die in het geval van nood klaar staan om in te springen, zo ook het waterschap. Momenteel zijn ze bij de Dommel bezig om dit crisisteam een nieuwe invulling te geven, qua mensen en qua rollen. De (gedeeltelijke) nieuwe groep kwam vanmiddag bijeen om elkaar te leren kennen. Antje gaf aan het einde van de middag nog een mooie toespraak over de crisissituaties die zij in haar eerdere rol als gemeentesecretaris meegemaakt heeft, wat zij hiervan geleerd heeft en hoe dit het waterschap zou kunnen helpen in hun aanpak van crisissituaties. Hierna was er nog even tijd om te praten met een aantal van Antje’s vele medewerkers over hun taak binnen het crisisteam en het werken bij de Dommel.

Vandaag heb ik een topmanager gezien die ondanks haar verschillende rollen en taken binnen de functie die zij bekleed, dicht bij zichzelf blijft en een heel prettig mens is om mee samen te werken én om een dagje bij mee te lopen. Antje, dankjewel voor dit unieke kijkje in jouw leven als secretaris-directeur van Waterschap de Dommel. Ik heb veel van jou en jouw collega’s mogen leren vandaag en onwijs genoten van alle Brabantse gezelligheid!

 

Een dag meekijken met: Pim van Vliet | Manager Concernstaf gemeente Leiden

Een dag meekijken met: Pim van Vliet | Manager Concernstaf gemeente Leiden

Als (oud-)student bestuurskunde kan je vele richtingen op. De publieke sector ligt het meeste voor de hand, maar de publieke sector is ontzettend breed: de overheid, de  semi-overheid en de niet-gouvernementele tak. Die je weer verder kunt onderverdelen in bijvoorbeeld het rijk, de provincies, gemeenten, waterschappen, ZBO’s, uitvoeringsorganisaties, onderwijs- en zorginstellingen, mensenrechtenorganisaties en ga zo maar door. Hierbij komt het probleem dat de overgrote groep bestuurskunde-studenten, een breed scala aan interesses heeft en dus geen idee heeft waar hij of zij later terecht wilt komen. De meeste studenten komen per toeval een organisatie binnen, of blijven hangen na hun (afstudeer)stage. In september begin ik aan de master Publiek Management aan de Erasmus Universiteit. Het lijkt mij fijn dat voordat ik een keuze moet maken over waar ik later een ‘publiek manager’ ga worden, ik eens een dagje mee mag kijken bij deze verschillende organisaties en hun managers, zodat ik straks in ieder geval een weloverwogen keuze kan maken. Nu mocht het zo zijn, dat ik (per toeval) terecht gekomen ben bij de Vereniging voor OverheidsManagement en hierdoor makkelijk in contact kan komen met topmanagers binnen de overheid. Ik trok de stoute schoenen aan en heb een aantal van hen benaderd.

Mijn eerste meeloopdag was een thuiswedstrijd. Ik mocht namelijk meelopen met de manager concernstaf van mijn gemeente, de gemeente Leiden: Pim van Vliet. De ochtend begon met een kop koffie en een gesprek om elkaar een beetje beter te leren kennen. Pim vertelde over haar huidige baan, haar carrière hieraan voorafgaand en de gemeente Leiden. Sinds september vorig jaar is Pim hier als ad interim werkzaam, met als doel het versterken van het strategisch vermogen binnen de organisatie en het voorbereiden van de formatiegesprekken na de gemeenteraadsverkiezingen.

De eerste afspraak die op de agenda stond was een overleg samen met de adviseur informatievoorziening, wat onder andere een korte voorbereiding op een vergadering die we later deze middag zouden hebben betrof. Volgend jaar zal de gemeente Leiden haar stadhuis verbouwen, hiervoor moet een grote verhuizing plaatsvinden. Op dit moment zijn zij dus druk bezig met het inrichten van het nieuwe (tijdelijke) gebouw en het nieuwe stadhuis. Dit is een behoorlijk complex vraagstuk, wat vele verschillende handen betreft.

Na het korte overleg hebben wij ons verplaatst naar het kantoor van Pim, voor een last-minute ingelast overleg. Het kantoor van Pim heeft een lichtelijk ouderwets bruine uitstraling, waar de stopcontacten nog als doosjes op de vloer gemonteerd zijn. Het pand is echt toe aan verbouwing dus. Samen met twee beleidsmedewerkers hebben we ons over een brief van de wethouder voor de gemeenteraad gebogen. Het is hierbij van belang dat er inzicht gegeven wordt aan de raad over de achterliggende gedachten van eerder genomen besluiten. Wat eigenlijk best wel gek is, aangezien het Leids college pas sinds mei bezig is en er nu verantwoording afgelegd moet worden over besluiten die hun voorgangers jaren geleden genomen hebben. Tijdens dit overleg klopte de gemeentesecretaris, Jan Nauta, nog even aan de deur en werd ik zo nog in de gelegenheid gesteld om ook hem even te ontmoeten.

Pim en ik moesten snel door naar de eedaflegging van de nieuwe werknemers. Dit werd gedaan door de nieuwe wethouder van Kennis, Onderwijs, Sport & Financiën Paul Dirkse. Nieuw is hierbij een groot woord, gezien Paul ook al in het vorige college van Leiden wethouder was. Alleen heeft hij nu, anders dan vorige collegeperiode, personeelszaken in

portefeuille. Het was zijn eerste eedaflegging, ook de mijne trouwens dus dat hebben we dan gemeen. Nadat iedere ambtenaar officieel beëdigd was: “dat verklaar en beloof ik”, was er tijd voor een lunch. Voor Pim een mooi moment om zichzelf voor te stellen aan haar nieuwe collega’s en voor mij de uitgelezen kans om eens een praatje te maken met de ‘gewone’ Leidse ambtenaar.

Na de lunch stapten Pim en ik op de fiets naar onze volgende locatie. Hier stonden nog twee overleggen op het programma. We begonnen met de projectgroep van het Leidse Werken, dat bezig is met de verhuizing en verbouwing van het stadhuis. Pim verving de afwezige voorzitter en nam de touwtjes goed in handen. Ze gaf alle partijen ruimte om te spreken en zorgde er tegelijkertijd voor dat er gestructureerd en doelgericht gewerkt werd. In een stevig tempo werden de vele agendapunten afgewerkt en anderhalf uur later lagen er duidelijke afspraken en deadlines voor de volgende vergadering op tafel.

De laatste vergadering stond in het teken van regionale samenwerking. De gemeente Leiden werkt samen met de gemeente Leiderdorp, de gemeente Oegstgeest en de gemeente Zoeterwoude als eigenaar van Servicepunt 71. Dit servicepunt vertolkt een groot deel van de (gezamenlijke) bedrijfsvoering van deze gemeenten en zorgt voor collectieve besparingen door schaalvoordelen. In deze vergadering zaten dus van alle gemeenten de hoofden of strategisch adviseurs bedrijfsvoering aan tafel en werd er gekeken hoe dit er nu en in de toekomst uit zou moeten zien. Wat ik opvallend vond, is dat het niet alleen over de grote onderwerpen gaat maar ook over de naar mijn idee kleine onderwerpen, zoals het beveiligd printgebruik van medewerkers.

Met het einde van deze vergadering, kwam er ook een einde aan mijn meeloopdag met Pim. Terwijl ik moe en voldaan huiswaarts keerde, vertrok Pim terug naar het stadhuis om haar achterstallige mails en telefoontjes te beantwoorden, waar de rest van de dag nauwelijks tijd voor was geweest.

Manager zijn van de concernstaf van de gemeente Leiden is, zoals ik al had verwacht, geen standaard negen tot vijf kantoorbaan, waar je steevast achter je bureautje naar een computerscherm zit te staren. De dagen zijn gevuld met afspraken, afwisselend tussen beleids- en bedrijfsvoering, en je wordt geacht vrijwel altijd paraat te staan om last-minute noodgevalletjes in je agenda op te kunnen nemen. Ik mocht deze dag kennis maken met een topmanager die betrokken is, humor heeft, een duidelijke taal spreekt en bovenal veel plezier heeft in haar werk. Pim, dank je wel voor dit kijkje achter de schermen bij jou en de gemeente Leiden.

Een week na mijn bezoek aan Pim, werd bekend gemaakt dat Pim de nieuwe gemeentesecretaris van Leiden zal worden. Ik denk dat zij een grote aanwinst is en zal zijn voor de gemeente Leiden.

Pagina 2 van 512345