Reuring!Café #96 | Krijgen we meer duurzame mobiliteit door innovatie? | 26 november

Reuring!Café #96 | Krijgen we meer duurzame mobiliteit door innovatie? | 26 november

De Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) kondigt in samenwerking met NXP, het ministerie van IenW, TNO, de RDW, Pon Holdings en de BID de 96ste editie van Reuring!Café aan:

Krijgen we meer duurzame mobiliteit door innovatie?

Is Nederland een topland op gebied van slimme én duurzame mobiliteit?!

Met de groeiende vraag naar mobiliteit enerzijds en de milieudruk anderzijds is het de vraag of Nederland voorop loopt als het gaat om innovatie in mobiliteit. Met vooral de vraag of we meer duurzame oplossingen krijgen dankzij innovatie. Op het gebied van zelfrijdende auto’s of op het gebied van Mobility as a Service (MAAS) loopt Nederland dat zeker, maar als je kijkt naar vraagstukken als het verminderen van CO2-uitstoot, stikstof, fijnstof of geluid is het maar de vraag of het ontwikkelen van nieuwe vervoersoplossingen snel genoeg gaat. De druk in de binnensteden, maar ook in het landelijk gebied, op het vlak van milieu, neemt snel toe. Is Nederland klaar is voor de toekomst?

We zullen het tijdens deze editie van Reuring!Café hebben over een diversiteit aan mogelijke oplossingsrichtingen, die Nederland topland op het gebied van duurzame mobiliteit kunnen maken. Denk aan nieuwe vervoersmiddelen als de zonneauto, de elektrische fiets en waterstoftreinen, nieuwe vervoersmodellen als het genoemde MAAS, meer en slimmer openbaar vervoer, drones in plaats van vrachtwagentjes of gewoon minder reizen en meer thuiswerken. Discussieer mee over zowel de richting die wij zouden moeten inslaan als over het belang van de toppositie van Nederland op dit gebied. Hoe zorgen we voor meer duurzaamheid in het verkeer en met welke innovatie?

Reuring!Café richt zich op het informeel samenbrengen van ambtenaren, betrokken burgers, mensen uit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Tijdens deze editie pakken we uit met een mooie entourage, een goede borrel en aansluitend een heerlijke Indische rijsttafel. Ook ditmaal verzorgt de huisband van het Ministerie van Algemene Zaken, de ‘Wizards of AZ’ de muziek. Mark Frequin, buitengewoon adviseur bij de Algemene Bestuursdienst en voorzitter van de VOM, is onze debatleider. Hosts zijn Ab van Ravestein, algemeen directeur bij de RDW en Johan Jacobs, hoofd Innovatie van de unit Mobiliteit bij het ministerie van IenW.

De bankgasten van dit Reuring!Café zijn:

  • Maurice Geraets, algemeen directeur bij NXP Semiconductors
  • Fleur Gräper-van Koolwijk, gedeputeerde namens D66 bij de provincie Groningen
  • Marieke Martens, Director of Science van de unit Traffic & Transport bij TNO en hoogleraar bij de TU Eindhoven
  • Janus Smalbraak, algemeen directeur bij Pon Holdings

Meld je nu aan!

Datum: 26-11-2019 | Locatie: De Glazen Zaal, Den Haag | Inloop vanaf 16.30 uur, start 17.00 uur | Indische rijsttafel na afloop!

Verslag Reuring!Café #95 | Wat gebeurt er met mijn data? | 24 september

Verslag Reuring!Café #95 | Wat gebeurt er met mijn data? | 24 september

Op dinsdagmiddag 24 september vond de 95ste editie van Reuring!Café plaats in de Glazen Zaal in Den Haag. Thema was ditmaal datagebruik. Veel maatschappelijke vraagstukken kunnen opgelost worden door datagedreven werken. Denk daarbij aan de energietransitie, mestproblematiek, infrastructurele knelpunten en ondermijnende criminaliteit. Toch brengt het gebruik van data door de overheid enkele belangrijke vraagstukken met zich mee die vragen om een publiek debat over de waarden en normen van datagebruik. Eén van die vraagstukken is data-eigendom. Van wie is data van burgers bijvoorbeeld als de overheid in haar datagebruik samenwerkt met een private partij? Hoe blijft inzichtelijk wat er met data gebeurt en wie trapt er op de rem als data misbruikt wordt? Of denk aan data-toegang. Wie heeft het recht de data van burgers in te zien en hoe zorgt de overheid er in samenspraak met de markt voor dat burgers altijd bij hun eigen gegevens kunnen?

Een ander vraagstuk betreft de transparantie bij het inzetten van Artificial Intelligence. Hoe kan zeker gesteld worden dat dit soort technologie voldoende uitlegbaarheid bevat, zodat burgers en professionals weten op basis van welke data en welke training aanbevelingen worden gedaan? Over deze en andere vragen gingen bank, host en debatleider tijdens deze editie van Reuring!Café in gesprek.

Keihard reguleren

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, buitengewoon adviseur bij de Algemene Bestuursdienst en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Peter Zijlema, general manager bij IBM Benelux. Zijlema stelde aan de start van het debat dat datagebruik door de overheid en de private sector vraagt om het formuleren van een aantal principes over welke vorm van datagebruik wij als samenleving acceptabel en ethisch verantwoord vinden, zodat het vertrouwen in innovatie in stand blijft. Tegelijkertijd moeten die principes er niet toe leiden dat innovatie geremd wordt. Een middenweg vinden is kortom de opgave.

Zijlema introduceerde de bankgasten door middel van een gedichtje, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. In dit één-op-één-gesprek gaf Bart Jacobs, hoogleraar Digital Security bij de Radboud Universiteit Nijmegen, aan dat vertrouwen inderdaad belangrijk is, maar dat het daarbij vooral de grote technologiebedrijven zijn die dat vraagstuk van vertrouwen complex maken: “Bij ons, bij de Radboud, hebben wij onlangs een contract afgesloten bij Microsoft. Je ziet nu echter al dat Microsoft een kuil aan het graven is waar we nooit meer uitkomen. Als je je eenmaal bij zo’n grote techgigant hebt aangesloten, kom je er nooit meer weg.” De enige optie is daarom het keihard reguleren van die bedrijven, zo stelde Jacobs.

Jan Middendorp, Tweede Kamerlid en woordvoerder Overheid & Digitalisering namens de VVD, gaf daarop aan dat digitalisering en data-gebruik een complex vraagstuk is, omdat het zo aan verandering onderhevig is: “Ik zit sinds de vorige verkiezingen in de Kamer, maar nu al is mijn werkveld totaal anders dan toen ik aan mijn functie begon.” Middendorp bevestigde de stelling van Jacobs, namelijk dat monopolisten complexiteit veroorzaken, maar plaatste daarbij wel de kanttekening dat keihard reguleren vaak leidt tot het remmen van creativiteit en innovatie.

Frequin stelde daarop aan Tjark Tjin-A-Tsoi, directeur-generaal bij het CBS, de vraag of ook het CBS last heeft van techgiganten. Tjin-A-Tsoi antwoordde daarop: “Nee, gelukkig niet. Het CBS heeft een eigen datafabriek die voldoet aan een scala aan transparantie- en moraliteitseisen. Techgiganten hebben dat te weinig. Daarvoor moet de overheid in de benen komen.”

Mark Bressers, directeur bij de Nederlandse Emissieautoriteit en voormalig directeur Digitale Economie bij het ministerie van EZK, bevestigde dat, maar stelde zichzelf hardop de vraag of het stellen van die eisen door de overheid de oplossing is. Hij pleitte in plaats daarvan voor het vergroten van zorgvuldigheid en bewustwording rondom data-delen onder burgers.

Alternatief voor Google

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van die vragen luidde: “Moet de Nederlandse overheid een alternatief gaan bieden voor websites als Google?” Bressers beantwoordde die vraag ontkennend: “Nee, zeker niet. We moeten afspraken maken mét die bedrijven.”

Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral nog een drankje te drinken en mee te eten.

Verslag Reuring!Café #94 | Het snijvlak publiek-privaat | 11 juni

Verslag Reuring!Café #94 | Het snijvlak publiek-privaat | 11 juni

Op dinsdagmiddag 11 juni vond de 94ste editie van Reuring!Café plaats in de Glazen Zaal in Den Haag. Thema was ditmaal ‘het snijvlak publiek-privaat’. Werken en samenwerken op het snijvlak van publiek en privaat biedt kansen, maar brengt soms ook problemen met zich mee. Welke problemen zijn dat, verstaan beide werelden elkaar goed genoeg en spreken zij dezelfde taal? Komen de doelen van beide werelden bovendien genoeg overeen en hebben zij elkaar écht nodig om die doelen te bereiken? Hoe creëer je waarde op een dergelijk snijvlak en in hoeverre vindt die waardecreatie al plaats? Over deze en andere vragen gingen bank, host en debatleider tijdens deze editie van Reuring!Café in gesprek.

Kennis combineren met efficiëntie
Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Carolien Gehrels, Europees directeur Big Urban Clients bij Arcadis. Gehrels stelde vooral gedurende haar periode als wethouder in Amsterdam veel te maken gehad te hebben met het thema van de avond: “Amsterdam telt 42 publiek-private deelnemingen en in zo’n situatie is het belangrijk dat je een dergelijke samenwerking goed regelt. We moeten ervoor zorgen dat we private ondernemingen de ruimte geven om in het publieke domein iets te betekenen. Dat is complex, omdat je schuurt tegen de werking van de markt. Het is ingewikkeld voor de overheid om zich op die markt te begeven.”

Gehrels introduceerde de bankgasten door middel van een gedichtje, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. In dit één-op-één-gesprek gaf Frits van Bruggen, hoofddirecteur bij de ANWB, aan het publiek-private een interessant snijvlak te vinden: “De overheid bezit veel kennis over innovatie en kan met die kennis, door deze te combineren met prikkels van efficiëntie die uit de markt voortkomen, grote hoogtes bereiken.” Roger van Boxtel, president-directeur bij de Nederlandse Spoorwegen, sloot zich daarbij aan, maar stelde ook dat die hoogtes alleen bereikt kunnen worden als er eens wat meer politici of bestuurders voor een tijd in het bedrijfsleven gaan werken: “Het zijn twee verschillende werelden. Ik heb een gespleten hart voor beiden en begrijp beide werelden. Dat begrip zouden meer mensen moeten kweken.”

Salaris en begrip
Dorine Burmanje, voorzitter van de Raad van Bestuur bij het Kadaster, reageerde op de opmerking van Van Boxtel door te stellen dat de salarissen in de publieke sector te ‘bagger’ zijn om die wisselwerking mogelijk te maken. Dat terwijl de publieke sector volgens haar veel complexer is dan de private: “In de publieke sector gaat het niet om productie en winst, maar om maatschappelijke vraagstukken die óók nog eens om een bedrijfsmatige aanpak vragen.”

De opmerking van Burmanje kon op bijval rekenen van Van Bruggen. Dick Benschop, president-directeur bij Schiphol, voegde aan de opmerking toe dat de uitwisseling tussen publiek en privaat die Van Boxtel voorstelde met name belangrijk is, omdat men dan begrip heeft voor elkaars businessmodel. Er wordt volgens hem veel met modder gegooid vanuit de politiek naar het private en dat leidt tot een laag vertrouwen in het bedrijfsleven onder burgers. Het is belangrijk om een ‘wij’-gevoel te creëren, met een overheid die optrekt met het private wezen, zo stelde hij.

Gehrels gaf daarom aan dat het misschien niet de werelden zijn die van elkaar verschillen, maar juist de manier van omgang met elkaar.

Bereiken van succes
Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van die vragen richtte zich op het bereiken van succes. ‘Waar zijn publiek-private-samenwerkingen goed voor?’, zo sprak de vragensteller uit. Van Bruggen reageerde op de vraag door te stellen dat PPS’en nuttig zijn op het ontwikkelen van nieuwe producten. Aan die ontwikkeling zijn vaak risico’s verbonden. De overheid hoort die risico’s niet te nemen, maar private ondernemingen kunnen dat prima doen.

Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral nog een drankje te drinken en mee te eten.

Verslag Reuring!Café #93 | The startup way of working | 29 mei

Verslag Reuring!Café #93 | The startup way of working | 29 mei

Op woensdagmiddag 29 mei vond de 93ste editie van Reuring!Café plaats in de Glazen Zaal in Den Haag. Thema was ditmaal ‘the startup way of working’. Het publieke domein verandert en vraagstukken als klimaatverandering, migratie en digitalisering brengen nieuwe uitdagingen met zich mee. Uitdagingen die zich veelal kenmerken door de onzekere omstandigheden waarin ze zich voordoen. Is de ‘traditionele’ overheid nog wel wendbaar genoeg om met die veranderingen om te gaan? Werkt een ‘klassieke aanpak’, die zich kenmerkt door projecten over een langere termijn? Of is er andere, meer flexibele werkwijze nodig; een startup way of working?

Startups werken in snelheid, reageren op vernieuwingen, experimenteren, falen, leren en stellen de klant centraal. Wat kan de overheid hiervan leren? Hoe blijft zij voldoende flexibel en open om in een veranderende wereld een bijdrage te blijven leveren? Over deze en andere vragen gingen bank, host en debatleider tijdens deze editie van Reuring!Café in gesprek.

Startup in Residence-programma
Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Rob de Werd, directieteamlid Informatiesamenleving en Overheid bij het ministerie van BZK. In het kader van het aanstaande debat zei De Werd al aan de start dat nieuwe vraagstukken, zoals de technologisering van de samenleving, impact hebben op de overheid en vragen om nieuwe oplossingen. Niet op ieder vraagstuk kan de overheid nu zelf het antwoord bieden, zo stelde hij: “We moeten daarom gebruik maken van de kennis en wendbaarheid van startups. Als we als overheid een probleem definiëren en dat probleem vervolgens in de markt leggen, kunnen startups creatief na gaan denken en toewerken naar een oplossing voor ons probleem. Opdrachten uitbesteden, dat is de kunst.”

Het uitbesteden van maatschappelijke ‘challenges’ aan startups is niet nieuw voor het ministerie van BZK. Met het Startup in Residence-programma tracht zij op een nieuwe, innovatieve manier grote vraagstukken ter handen te nemen. Bezoek nu haar website.

De Werd introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. In dit één-op-één-gesprek gaf Myrthe Hooijman, teamleider Regio’s en Overheden bij StartupDelta, aan de oproep van De Werd te ondersteunen: “De wisselwerking tussen startups en de overheid is fascinerend. Het zijn twee totaal verschillende organisaties die veel van elkaar kunnen leren. Door gebruik te maken van een combinatie van de maatschappelijke kennis van overheden en de snelheid en wendbaarheid van startups kan Nederland koploper worden binnen veel maatschappelijke uitdagingen.”

Probleemdefinitie en opschaling
Een eerste stap naar de samenwerking die Hooijman aangestipt is volgens Ton Jonker, CIO bij de provincie Zuid-Holland, en Daria Nepriakhina, founder van IdeaHackers, het beter worden in het formuleren van problemen binnen de overheid. Matthijs Goense, innovation designer bij Novum bij de Sociale Verzekeringsbank, ondersteunde deze opmerking met een voorbeeld: “Bij Novum komen er vaak opdrachtgevers naar ons toe die vragen om een oplossing voor een probleem dat eigenlijk het probleem niet is. Een probleem dat wij laatst moesten oplossen was het tekort aan aanmeldingen voor een regeling rondom armoedepreventie. Als je dan doorvraagt blijkt het probleem helemaal niet het tekort aan aanmeldingen te zijn, maar juist een in een eerder stadium ontstaan probleem, namelijk het niet aanslaan van armoedepreventie in zijn algemeenheid.”

Zodra de samenwerking met startups op microniveau werkt, moet de overheid volgens Jonker een omgeving creëren die het mogelijk maakt dat startups kunnen opschalen. Hooijman bevestigde dit: “Een klein bedrijf bewerkstelligt veel minder impact dan een groot bedrijf. Zorg dus voor groei.” Kennis over scale-ups kan gefaciliteerd worden door de overheid, aldus Jonker.

Over de reden waarom startups beter zijn in het oplossen van sommige maatschappelijke challenges dan overheden, stelde Nepriakhina, die het debat in het Engels voerde: “The government tries to build processes. Startups try to build solutions.”

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Hij sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral nog een drankje te drinken en mee te eten. Ook attendeerde hij het publiek op het Reuring!Café dat op 11 juni plaats zal vinden.

Verslag Reuring!Café #92 | De markt en het sociaal domein | 15 mei

Verslag Reuring!Café #92 | De markt en het sociaal domein | 15 mei

Op woensdagmiddag 15 mei vond de 92ste editie van Reuring!Café plaats in de Jaarbeurs in Utrecht. Thema was ditmaal de markt en het sociaal domein. Zijn de regels rond de aanbesteding van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning een uitkomst of zorgen zij voor een probleem? Is er verandering nodig in het sociaal domein en hoe gaan we voor die verandering zorgen? Na de grote veranderingen in 2015 staan we nog steeds voor grote opgaven. Nieuwe regels en wetgeving kunnen voor verbetering zorgen of meer bureaucratie opleveren. Hoe pakt het zorgveld dit aan?

In deze editie van Reuring!Café gingen bank, host en debatleider in op de uitdagingen en dilemma’s van aanbestedingen in het zorgveld. De overheid en de private sector waren beiden vertegenwoordigd.

Administratieve lasten

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Rob Jonkman, wethouder bij de gemeente Opsterland en lid van de VNG-commissie Europa en Internationaal. Over het aanstaande debat zei Jonkman al aan de start dat hij het graag wilde hebben over de vraag of aanbesteden in het sociaal domein een uitkomst is of juist een belemmering vormt. Een vraag die ook in Europa besproken moet worden, zo stelde hij: “Laten we vanuit Nederland alvast een wensenlijstje formuleren.”

Jonkman introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. Mariënne Verhoef, bestuurder bij Spirit! Jeugd & Opvoedhulp, gaf in dat voorgesprek al een antwoord op de door Jonkman gestelde vraag: “Ik ga iedere dag met plezier naar mijn werk, omdat ik iets doe voor de maatschappij, maar aanbestedingen gooien zo nu en dan roet in het eten. Ze leiden tot administratieve lasten en een angst om met elkaar te praten.”

Zorg zonder verkeerslichten

Ans de Maat, directievoorzitter van het Nederlands Jeugdinstituut, bracht al vrij vroeg in het debat de decentralisatie van de zorg ter sprake: “De decentralisatie is een transformatie geweest, zonder goed nagedacht te hebben over de standaarden van zorg en of gemeenten over voldoende middelen beschikken om die standaarden te waarborgen.” Het argument dat vaak gegeven wordt voor decentraliseren is het bieden van maatwerk aan complexiteit. Relatief eenvoudige opgaven, zoals opvoedvragen, worden nu echter steeds vaker als zorgvraag behandeld, terwijl informatievoorziening voldoende kan zijn. Niet alles is complex, zo stelde zij. Ze opperde onderzoek te doen naar veelvoorkomende problemen in de zorg, zodat die in de toekomst eenvoudiger opgelost kunnen worden. Jonkman voegde daaraan toe dat gemeenten bij de decentralisatie onvoldoende onderkend hebben hoe gelaagd problematiek in de zorg soms kan zijn.

Stephan Valk, bestuursvoorzitter van de Parnassia Groep, stemde met die opmerking in. Valk vervolgde het debat met de opmerking dat aanbestedingen vaak te complex in elkaar zitten. “We moeten niet tot in den treuren de rechtmatigheid willen waarborgen.”, zo stelde hij. Op de vraag van debatleider Frequin over of alle regels dan maar afgeschaft zouden moeten worden, reageerde hij ontkennend: “Regels zijn soms nodig, maar we moeten bij het vormen van die regels veel meer naar de uitvoering kijken. Als je op het Spui in Den Haag de verkeerslichten weghaalt, zoeken verkeersgebruikers zelf uit hoe ze zo veilig mogelijk oversteken. Minder regels kan in dat geval leiden tot minder ongelukken. Dat kan ook in de zorg het geval zijn.”

Projecten over de langere termijn

Francien Anker, loco-gemeentesecretaris bij de gemeente Alphen aan den Rijn, stelde het concept ‘tijd’ in aanbestedingen soms onhandig te vinden: “Soms moet je voor een langere tijd aanbesteden, zodat je samen met een aanbieder een transformatie door kan maken.” Daarbij is het afwegen van waarden met de aanbieder voor de aanbesteding gedaan wordt van cruciaal belang, vulde De Maat aan.

De bankgasten gaven aan het bovendien belangrijk te vinden om je voor de aanbestedingen te verdiepen in de zorgvrager. Luisteren naar elkaar is het credo.

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Frequin sloot rond 17:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral nog een drankje te drinken. De band zette daarop de muziek in.

Pagina 1 van 41234