Verslag Reuring!Café #92 | De markt en het sociaal domein | 15 mei

Verslag Reuring!Café #92 | De markt en het sociaal domein | 15 mei

Op woensdagmiddag 15 mei vond de 92ste editie van Reuring!Café plaats in de Jaarbeurs in Utrecht. Thema was ditmaal de markt en het sociaal domein. Zijn de regels rond de aanbesteding van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning een uitkomst of zorgen zij voor een probleem? Is er verandering nodig in het sociaal domein en hoe gaan we voor die verandering zorgen? Na de grote veranderingen in 2015 staan we nog steeds voor grote opgaven. Nieuwe regels en wetgeving kunnen voor verbetering zorgen of meer bureaucratie opleveren. Hoe pakt het zorgveld dit aan?

In deze editie van Reuring!Café gingen bank, host en debatleider in op de uitdagingen en dilemma’s van aanbestedingen in het zorgveld. De overheid en de private sector waren beiden vertegenwoordigd.

Administratieve lasten

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Rob Jonkman, wethouder bij de gemeente Opsterland en lid van de VNG-commissie Europa en Internationaal. Over het aanstaande debat zei Jonkman al aan de start dat hij het graag wilde hebben over de vraag of aanbesteden in het sociaal domein een uitkomst is of juist een belemmering vormt. Een vraag die ook in Europa besproken moet worden, zo stelde hij: “Laten we vanuit Nederland alvast een wensenlijstje formuleren.”

Jonkman introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. Mariënne Verhoef, bestuurder bij Spirit! Jeugd & Opvoedhulp, gaf in dat voorgesprek al een antwoord op de door Jonkman gestelde vraag: “Ik ga iedere dag met plezier naar mijn werk, omdat ik iets doe voor de maatschappij, maar aanbestedingen gooien zo nu en dan roet in het eten. Ze leiden tot administratieve lasten en een angst om met elkaar te praten.”

Zorg zonder verkeerslichten

Ans de Maat, directievoorzitter van het Nederlands Jeugdinstituut, bracht al vrij vroeg in het debat de decentralisatie van de zorg ter sprake: “De decentralisatie is een transformatie geweest, zonder goed nagedacht te hebben over de standaarden van zorg en of gemeenten over voldoende middelen beschikken om die standaarden te waarborgen.” Het argument dat vaak gegeven wordt voor decentraliseren is het bieden van maatwerk aan complexiteit. Relatief eenvoudige opgaven, zoals opvoedvragen, worden nu echter steeds vaker als zorgvraag behandeld, terwijl informatievoorziening voldoende kan zijn. Niet alles is complex, zo stelde zij. Ze opperde onderzoek te doen naar veelvoorkomende problemen in de zorg, zodat die in de toekomst eenvoudiger opgelost kunnen worden. Jonkman voegde daaraan toe dat gemeenten bij de decentralisatie onvoldoende onderkend hebben hoe gelaagd problematiek in de zorg soms kan zijn.

Stephan Valk, bestuursvoorzitter van de Parnassia Groep, stemde met die opmerking in. Valk vervolgde het debat met de opmerking dat aanbestedingen vaak te complex in elkaar zitten. “We moeten niet tot in den treuren de rechtmatigheid willen waarborgen.”, zo stelde hij. Op de vraag van debatleider Frequin over of alle regels dan maar afgeschaft zouden moeten worden, reageerde hij ontkennend: “Regels zijn soms nodig, maar we moeten bij het vormen van die regels veel meer naar de uitvoering kijken. Als je op het Spui in Den Haag de verkeerslichten weghaalt, zoeken verkeersgebruikers zelf uit hoe ze zo veilig mogelijk oversteken. Minder regels kan in dat geval leiden tot minder ongelukken. Dat kan ook in de zorg het geval zijn.”

Projecten over de langere termijn

Francien Anker, loco-gemeentesecretaris bij de gemeente Alphen aan den Rijn, stelde het concept ‘tijd’ in aanbestedingen soms onhandig te vinden: “Soms moet je voor een langere tijd aanbesteden, zodat je samen met een aanbieder een transformatie door kan maken.” Daarbij is het afwegen van waarden met de aanbieder voor de aanbesteding gedaan wordt van cruciaal belang, vulde De Maat aan.

De bankgasten gaven aan het bovendien belangrijk te vinden om je voor de aanbestedingen te verdiepen in de zorgvrager. Luisteren naar elkaar is het credo.

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Frequin sloot rond 17:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral nog een drankje te drinken. De band zette daarop de muziek in.

Verslag Reuring!Café #91 | De overheid als databedrijf | 1 april

Verslag Reuring!Café #91 | De overheid als databedrijf | 1 april

Op maandagavond 1 april vond in het kader van de MOOC ‘Digitalisering doet ertoe’ de 91ste editie van Reuring!Café plaats. Thema was ditmaal data. De overheid verandert steeds meer in een datagedreven organisatie. Met data vult de belastingdienst onze belastingformulieren vooraf in, brengt de AIVD veiligheidsrisico’s in kaart en bepaalt de SVB wie wel en wie geen kinderbijslag ontvangt. Het verzamelen van data, waaronder persoonsgegevens en informatie over inkomens, tracht de dienstverlening van de overheid naar de burger onder meer te verbeteren. Tot wanneer is het vastleggen van deze data echter maatschappelijk verantwoord? Hoe blijft de overheid voldoen aan alle ethische principes en aan onze grondrechten? Het verzamelen van gegevens door de overheid vraagt om een gemeenschappelijke actie rondom wat de publieke sector en burgers correct en acceptabel vinden. Hoe geven we die samen vorm? Hoe leert de overheid de ‘taal van data’ spreken? Wat is er nodig voor het waarborgen van doelbinding, proportionaliteit en maatschappelijk draagvlak?

In deze editie van Reuring!Café gingen bank, host en debatleider in op de uitdagingen en dilemma’s van datagebruik binnen de overheid. Het panel van dit Reuring!Café was wederom divers. De overheid en de private sector waren beiden vertegenwoordigd.

Kansen en plichten van data

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Marieke van Wallenburg, directeur-generaal Overheidsorganisatie bij het ministerie van BZK. Voordat Van Wallenburg het debat startte, opende zij in haar rol als jurylid de Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar. Ze legde uit waarom men de Beste Overheidsorganisatie van het Jaar zou moeten nomineren. Ze noemde het belang van de verkiezing en riep op om organisaties te aan te melden. Ben of ken jij een parel binnen het openbaar bestuur? Nomineer deze hier!

Over het aanstaande debat zei Van Wallenburg vervolgens dat zij hoopte het te kunnen hebben over de kansen van data, maar ze stelde vooral ook aandacht te willen besteden aan de plichten die datagebruik met zich meebrengt. Wat betekent het bijvoorbeeld voor onze grondrechten? Van Wallenburg sprak uit het mooi te vinden hierover met een voltallig vrouwelijk panel in gesprek te kunnen.

Ze introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. Marleen Stikker, directeur van de Waag Society, zei in dat gesprek het noodzakelijk te vinden dat de overheid meer ruimte geeft aan initiatieven van burgers: “De overheid moet minder dominant zijn en zichzelf iets minder op de voorgrond plaatsen. Er zijn zoveel ideeën in de samenleving over zorgvuldig en nuttig gebruik van data. Laten we die ideeën benutten.”

Een andere architectuur

In het debat bestond veel overeenstemming over de grote uitdaging die data met zich meebrengt. Sandra van Heukelom-Verhage, advocaat-partner bij Pels Rijcken, stelde dat de overheid meer bezig moet zijn met de toekomst. “De huidige samenleving vraagt om een andere architectuur van onze overheid. We moeten onszelf anders gaan organiseren”, voegde Stikker daar aan toe.

Die architectuur ontstaat langzamerhand, mede door initiatieven van overheden en burgers, benadrukte Yvonne van der Brugge-Wolring, algemeen directeur Logius bij het ministerie van BZK: “Apps als Irma van de gemeente Nijmegen tonen ons dat we steeds meer toe gaan naar een online omgeving waarin we in plaats van hele bulken data, slechts enkele attributen met elkaar delen.”

Column Wouter Welling

In de onderbreking van het Reuring!Café sprak Wouter Welling, beleidsmedewerker Digitale Overheid bij het ministerie van BZK, een column uit. In de column stond hij stil bij de omgang met het vraagstuk van digitalisering binnen de overheid. “Net zoals velen van jullie, fiets ik wel eens naar mijn werk met een positief gevoel over wat we met z’n allen aan het doen zijn. Dat het de goede kant op gaat, dat we weten wat we aan het doen zijn en dat het mooi is dat ik daar een bijdrage aan mag leveren. Ook fiets ik wel eens naar mijn werk met een sombere stemming. Dan denk je: waar doen we dit allemaal voor, wat is het toch een puinzooi en waar zijn de competente mensen gebleven?”, zo sprak hij. Lees de volledige column hier terug.

Lea Bouwmeester, senior adviseur zorgtransformatie, digitale vaardigheden en e-health bij het ECP, platform voor de InformatieSamenleving, greep de column van Welling aan om nogmaals te benadrukken dat de ambtenarij ontzettend goed bezig is op dit thema.

Allocatie en representatie

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van de vragenstellers vroeg aan Stikker waarom databescherming nou zo belangrijk is. “Enerzijds door het vraagstuk van representatie en anderzijds door allocatie,” zo antwoordde ze: “kort gezegd dus omdat data het mogelijk maakt bepaalde diensten aan burgers toe te wijzen en omdat mensen door datagebruik in hokjes geplaatst worden. Verkeerd gebruik leidt tot verkeerde diensten en verkeerde hokjes.”

Van Wallenburg bedankte de gasten voor hun aanwezigheid. Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral te blijven eten.

Verslag Reuring!Café #90 | Robotic Process Automation | 19 februari

Verslag Reuring!Café #90 | Robotic Process Automation | 19 februari

Op dinsdagavond 19 februari vond de 90ste editie van Reuring!Café plaats. Thema was ditmaal Robotic Process Automation (RPA). In RPA, een van de nieuwste ‘vruchten’ van de digitale revolutie, schuilt een grote belofte voor overheden: snellere processen, betere besluiten, minder kosten en effectievere allocatie van resources. RPA beperkt de hoeveelheid menselijke handelingen in administratieve processen tot het hoogstnoodzakelijke door kennis en expertise te digitaliseren en vatten in algoritmes, waardoor expliciet gemaakt wordt wat mensen (impliciet) doen. Ambtenaren concentreren zich voortaan op complexe zaken en laten eenvoudige zaken aan de techniek. Maar wat is eenvoudig en wat is complex? Hoe verantwoordt de overheid haar ‘geautomatiseerde’ besluiten? Hoe wegen we voor- en nadelen ten opzichte van elkaar? Hoe behoudt de overheid de controle als ze haar verantwoordelijkheid ‘delegeert’ aan computers?

In deze editie van Reuring!Café gingen bank, host en debatleider in op de uitdagingen en dilemma’s waar bestuurders en ambtenaren dagelijks mee te maken hebben. Experts reflecteerden op de ontwikkelingen die RPA met zich meebrengt en spraken over de aandachtspunten bij implementatie van de techniek. Het panel van dit Reuring!Café was divers. De overheid en wetenschap waren beiden vertegenwoordigd.

Inclusiviteit waarborgen

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Dennis Struyk, directeur Publiek bij Ordina. Struyk sprak voorafgaand aan het debat al over de kansen die RPA biedt aan organisaties: “RPA is een mogelijkheid om heel efficiënt de schaarse middelen van organisaties in te zetten. Toch wordt de techniek nog niet geheel omarmt binnen de overheid. Mede door de ethische dilemma’s die eraan kleven. Laten we daarover vanavond het gesprek aangaan.”

Struyk introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. José Lazeroms, lid van de Raad van Bestuur van het UWV, stelde in dat één-op-één-gesprek dat zij vooral moeite heeft met RPA als het gaat over de bedreiging die de techniek meebrengt voor het zijn van een ‘inclusieve organisatie’: “Het klopt dat processen efficiënter ingedeeld kunnen worden met RPA, maar dat betekent vaak dat eenvoudige werkzaamheden door machines overgenomen worden. Bij het UWV worden die werkzaamheden onder andere uitgevoerd door mensen met een arbeidsbeperking. Het is onze verantwoordelijkheid als maatschappij om die mensen aan het werk te houden.” Bert-Jaap Koops, hoogleraar Regulering van Technologie bij de Universiteit van Tilburg, sloot zich hierbij aan: “Aan nieuwe technologieën zijn altijd normatieve vraagstukken verbonden.”

Waken voor een ‘innovatietheater’

Wouter Welling, beleidsmedewerker Digitale Overheid en presentator van de recent gepubliceerde MOOC ‘Digitalisering doet ertoe’ op OMOOC.nl, bracht vooral stellingen in vanuit het ‘rondje langs bestuurders en experts’ die hij maakte voor de MOOC. “Ik merk twee dingen. Enerzijds dat bestuurders vanuit de maatschappij een enorme druk ervaren om te innoveren, dat er steeds meer technologie beschikbaar is, maar dat ze eigenlijk nog bezig zijn met de vragen van gisteren. Technologie gaat soms te snel. Anderzijds merk ik dat we ervoor moeten waken dat we blijven hangen in het spreken over de mogelijkheden die technologie biedt. Alleen spreken over mogelijkheden en minder over wat moet en echt nodig is, creëert een soort innovatietheater.”, zo stelde hij.

Lazeroms sloot zich bij Welling aan en voegde aan zijn uitspraak toe dat organisaties niet moeten innoveren om het innoveren. Ook Arjan Widlak, directeur bij de Kafkabrigade, stelde dat innovatie vooral een middel moet zijn: “Laten we het met name hebben over de waarden die we samen willen nastreven. Op basis van die waarden kunnen we onze technologie inrichten. De taal van het systeem moet secundair zijn aan de taal van de maatschappij.”

De mens centraal

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van deze vragen richtte zich op de aan de start van het debat door Lazeroms gemaakte opmerking: “Moeten we innovatie echt belemmeren om te voorkomen dat bepaalde mensen buiten de boot vallen?” Lazeroms beantwoordde deze vraag bevestigend: “We hebben met de politiek, overheid en het bedrijfsleven bepaalde werkafspraken gemaakt over mensen met minder kansen op de arbeidsmarkt. Nieuwe technologie moet zich ook aan die werkafspraken houden.”

Struyk bedankte de gasten voor hun aanwezigheid. “Laten we vooral het gesprek blijven voeren. In dit soort debatten, maar ook bij de vorming van techniek als RPA.”, zo stelde hij. Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral te blijven eten.

Verslag Reuring!Café #89 | Toezicht in beeld | 29 januari

Verslag Reuring!Café #89 | Toezicht in beeld | 29 januari

Op dinsdagavond 29 januari vond de 89ste editie van Reuring!Café plaats. Thema was ditmaal toezicht houden. Toezicht houden wordt veelal geassocieerd met regelgeving en het handhaven van die regelgeving. Men denkt vaak aan inspecteurs die langskomen in de organisatie om te speuren naar fouten en overtredingen. Minder vaak denkt men echter aan het voorkomen van ongelukken of het waarborgen van arbeidsomstandigheden, zaken waar iedere werknemer baat bij heeft. Hoe komt het dat het beeld rondom de toezichthouder zo eenzijdig van aard is? Waarom lijkt de toezichthouder pas in beeld te komen als ongelukken of complexe regelgeving zich manifesteren?

In deze editie van Reuring!Café gingen bank, host en debatleider in op de uitdagingen en dilemma´s waar toezichthouders dagelijks mee te maken hebben. Experts reflecteerden op het systeem en de positionering van toezicht houden in Nederland en welke verandering daarin dient plaats te vinden. Welke vraagstukken vergen de meeste toezicht? Hoe zorgen we voor een andere invulling en rol voor toezicht? Het panel van dit Reuring!Café was divers. De overheid, wetenschap en de toezichthouder zelf waren allen vertegenwoordigd.

Aandacht voor onze fundamentele overtuigingen

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Jan van den Bos, voorzitter van de Inspectieraad en inspecteur-generaal bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Van den Bos sprak voorafgaand aan het debat de – volgens Van den Bos zelf vrij idealistische – wens uit om een eenduidig beeld van toezicht houden te creëren: “We moeten erachter zien te komen wat de samenleving van toezichthouders verwacht en wat wij realistisch aan die samenleving kunnen leveren.”

Van den Bos introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. René Hoff, voormalig voorzitter van de Raad van Toezicht bij de Stichting Anton Constandse en de JP van den Bent stichting, nam in dat gesprek al stellig een positie in door te pleiten voor een volledige afschaffing van toezicht. Ook Reinier van Zutphen, Nationale Ombudsman, koos positie: “We hebben als maatschappij veel teveel toezicht georganiseerd. Allemaal om de echte vraag, namelijk wat de burger eraan heeft, te vermijden.” Frédérique Six, hoofddocent Public Governance, vertrouwen en controle bij de Vrije Universiteit Amsterdam, koos een meer wetenschappelijke benadering: “We moeten binnen het vraagstuk van toezicht houden kijken naar een aantal fundamentele overtuigingen. We controleren vanuit wantrouwen, maar moeten juist toe naar een systeem waarin we met vertrouwen meer maatwerk kunnen leveren.”

Raad van Betrokkenheid

Frequin trapte het debat af met de vraag of toezicht houden op alles dat er in de maatschappij gebeurt wel mogelijk is. Six benadrukte daarop dat dat niet het geval is: “Het leven bestaat uit pech. We kunnen onmogelijk alles controleren.” Mark van Twist, hoogleraar Bestuurskunde en decaan en bestuurder van de NSOB, bevestigde dat: “We willen graag geloven dat een inspectie op ieder moment de organisatie binnen kan vallen, maar dat is in de praktijk niet realistisch.”

Op de vraag wat er op dit moment verkeerd gaat binnen het vraagstuk van toezicht houden, antwoordde Hoff dat er vanuit de Rijksoverheid te vaak een Pavlovreactie ontstaat als er iets mis gaat in de samenleving: “Het Rijk gaat dan regelgeving produceren. Meer en meer regels. Dat is de verkeerde weg.” Hoff pleitte daarom ook voor het vervangen van inspecties en Raden van Toezicht door een Raad van Betrokkenheid: “Een Raad van Betrokkenheid kan met stakeholders praten over de juiste invulling van toezicht binnen een organisatie. Daarmee verdwijnt ook direct het aspect van controle.” Van Twist gaf aan het niet met die stellingname eens te zijn: “Een Raad van Toezicht moet ook de bestuurders kunnen ontslaan bij slecht functioneren. Een Raad van Betrokkenheid lijkt mij daarin veel vrijblijvender.” Ook Van Zutphen heeft zijn twijfels: “Een Raad van Betrokkenheid gaat veel over het vertrouwen waar Frédérique (Six) ook over sprak. Maar wat is vertrouwen? Vertrouwen betekent in mijn optiek helemaal niet controleren. Ik raad het iedereen in deze maatschappij af om alleen maar vertrouwen te hebben. Wantrouwen houdt mensen scherp.”

Samenwerking tussen inspecties

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van de luisteraars stelde daarop de vraag of het proces van toezicht houden niet veel beter wordt als de samenwerking tussen inspecties intensiever wordt. Host Van den Bos antwoordde daarop dat die samenwerking al bestaat, maar vooral het proces van kennisuitwisseling verbeterd zou kunnen worden. Een andere luisteraar stelde daarop dat ook het ‘toezicht’ vanuit de burger niet vergeten moet worden: “Niet alles hoeft via inspecties. Laten we vooral ook vanuit de bevolking controle uitoefenen en sectoren verbeteren.”

Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral te blijven eten.

De VOM zoekt stagiairs!

De VOM zoekt stagiairs!

De Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) is hét interbestuurlijke netwerk van professionals in de publieke sector! De VOM is dé organisatie waarbinnen leidinggevenden en professionals van verschillende overheidsorganisaties elkaar ontmoeten om samen te bouwen aan de overheid van de toekomst. Dat doet de VOM als initiator van een aantal projecten. De projecten van de VOM worden georganiseerd vanuit Bureau VOM: een team van jonge, enthousiaste mensen. Bij ons ligt de nadruk op het organiseren van reuring, verrassing en vernieuwing, met als uitgangspunt het informeel samenbrengen van ambtenaren en het agenderen van maatschappelijke thema´s die aandacht verdienen.

Wat doen wij?
We organiseren diverse activiteiten, zoals debatten tussen topbestuurders (Reuring!Cafés), maaltijdgesprekken en dialoogtafels, die aansluiten op relevante, maatschappelijke thema´s. Als medeoprichter van OMOOC ontwikkelen we MOOCs (online collegereeksen) om ambtenaren in alle overheidslagen te inspireren en te voeden met praktische oplossingen voor vraagstukken in de maatschappij. Ook gaan we het gesprek aan met topambtenaren en wetenschappers in het kader van Platform O. Tot slot organiseren we de Overheidsawards, waarbij in de Ridderzaal de awards voor de Beste Overheidsorganisatie van het Jaar en de Overheidsmanager van het Jaar worden uitgereikt.

Wat bieden wij?
Er zijn verschillende activiteiten op te pakken o.a. afhankelijk van jouw ervaring en interesses, bijvoorbeeld:

  • Meedenken over en ontwikkelen van MOOCs die wij als medeoprichter voor OMOOC produceren in samenwerking met een opdrachtgever. Je bent betrokken bij de vormgeving van de cursussen, het vullen van de inzichten en het organiseren van online of offline bijeenkomsten.
  • Het organiseren van Reuring!Cafés en meehelpen aan de inhoudelijke en organisatorische opzet hiervan.
  • In gesprek gaan met topambtenaren en wetenschappers in het kader van Platform O.
  • Het organiseren van de Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar, de Verkiezing Overheidsmanager van het Jaar en de jaarlijkse uitreiking van de Overheidsawards in de Ridderzaal.
  • De mogelijkheid om een dag mee te lopen met een van onze bestuursleden.

Het liefst start je vanaf februari/maart voor 32 – 36 uur per week voor een half jaar (één maand proeftijd). Je ontvangt een stage en reiskostenvergoeding conform regeling Rijksoverheid (€ 550,- bij een 36-uurs stage). De VOM is binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te Den Haag gevestigd.

Wie zoeken wij?
Het zou fantastisch zijn als je creatief, assertief, ondernemend, nauwkeurig, een sociale media-expert en een teamspeler bent. Maar je mag bij één van de vereisten een joker inzetten. Daarnaast ben je bezig met HBO of WO of master-opleiding. Je bent een proactieve stagiair die zijn/haar netwerk binnen en rondom de overheid wil vergroten. Dus interesse in actuele maatschappelijke thema’s en openbaar bestuur is een vereiste. Tot slot woon je binnen een straal van 70 km van Den Haag.

Ben je geïnteresseerd en pas jij in bovenstaand profiel? E-mail dan jouw CV en motivatie (200-400 woorden) naar nick@vom-online.nl. Meer informatie via Nick Toet (06-30099416).

Pagina 2 van 41234