Overheidsawards | De winnaars zijn bekend! | 20 november

Overheidsawards | De winnaars zijn bekend! | 20 november

Op 19 november 2019 zijn de winnaars van de verkiezingen “Beste Overheidsorganisatie van het Jaar 2018” en “Overheidsmanager van het jaar 2018” bekend gemaakt. De titel Overheidsmanager van het Jaar 2018 is voor Emine Özyenici. Als een ‘Leider in Verbinding’ heeft ze haar van oorsprong intern gerichte directie zichtbaar gemaakt door naar buiten te treden en actief de verbinding op te zoeken waar dat niet vanzelfsprekend is. Waterschap Aa en Maas is verkozen tot “Beste Overheidsorganisatie van het Jaar 2018”. Het Waterschap zet mooie stappen in de digitale transitie met een eigen datalab waar de innovatiekracht vanuit de organisatie wordt aangevuld met data- scientists en samenwerkingen van buiten.
Wij willen de finalisten feliciteren met de prijzen en de finalisten bedanken voor hun inzet.

De jury over Emine Özyenici
Als directeur Informatievoorziening en Inkoop draagt Emine bij aan een digitaal toekomstbestendig Nederland. In deze tijd van constant verdergaande digitalisering wordt het steeds belangrijker om als overheid goed te kunnen opereren in de informatiemaatschappij. Dit vergt aanpassingsvermogen, de rol van Emine en haar team hierin is van groot belang. Als een ‘Leider in Verbinding’ heeft ze haar  van oorsprong intern gerichte directie zichtbaar gemaakt door naar buiten te treden en actief de verbinding op te zoeken waar dat niet vanzelfsprekend is. De jury is onder de indruk van de authentieke leiderschapsstijl van Emine en haar vermogen om partijen met verschillende belangen te overtuigen van het gezamenlijk belang. Emine is daarmee een rolmodel voor huidige en toekomstige leidinggevenden.

De jury over Waterschap Aa en Maas
Waterschap Aa en Maas is een zelfbewuste overheidsorganisatie die een aantoonbare doorwerking heeft met vele bewezen resultaten in de praktijk. Zo heeft het Waterschap mooie stappen gezet in de digitale transitie, met onder meer een eigen data-lab, waarin de innovatiekracht vanuit de organisatie wordt aangevuld met data-scientists en samenwerkingen van buiten. Verder vult waterschap Aa en Maas haar maatschappelijke taak anders in, door van handhavende overheid te veranderen naar een partner voor inwoners en bedrijven waar elkaars belangen in duurzame structurele

 

Verslag lunchbijeenkomst | Productiviteitstrends en doelmatigheid in de publieke sector

Verslag lunchbijeenkomst | Productiviteitstrends en doelmatigheid in de publieke sector

Krijgt de Nederlandse burger tegenwoordig meer waar voor zijn belastinggeld dan pakweg dertig jaar geleden?
Deze vraag stond centraal tijdens de lunchbijeenkomst die op woensdag 17 oktober 2018 door het ministerie van BZK (Directie A&O) werd georganiseerd. De onderzoekers van het Instituut voor Publieke Sector Efficiëntie Studies (IPSE Studies) gaven antwoord op deze vraag en presenteerden in vogelvlucht de stand van zaken van het productiviteits- onderzoek in de publieke sector. IPSE Studies doet, met steun van het ministerie van BZK, al meer dan tien jaar toonaangevend onderzoek naar de doelmatigheid van de publieke sector. Onderzoek dat zeer dienstbaar is aan de missie van BZK: een goed en slagvaardig openbaar bestuur. Frans van Dongen (ministerie van BZK) gaf de aftrap, gevolgd door presentaties van IPSE-onderzoekers Thomas Niaounakis en Alex van Heezik. Als afsluiter werd de website www.trendsinpubliekesector.nl gelanceerd, een gebruikersvriendelijke open access database over prestaties van de publieke sector.

Meten is weten
Thomas Niaounakis gaf een kijkje in de keuken van het onderzoek van IPSE. Het onderzoek van IPSE richt zich op het meten en analyseren van de prestaties en doelmatigheid van publieke instellingen: de relaties tussen input en output en het proces daartussen. Bij input gaat het bijvoorbeeld om de inzet van geldstromen, terwijl het bij output gaat het om de publieke waarde die publieke instanties vervolgens leveren. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van meetbare kengetallen, zoals het aantal afgehandelde rechtszaken en het aantal rijbewijzen, of de kwaliteit van de dienstverlening. In de afgelopen tien jaar heeft IPSE Studies tal van organisaties en sectoren onder de loep genomen, variërend van het openbaar bestuur tot ziekenhuizen en het onderwijs tot de juridische keten.

Twee sporen
Het onderzoek van IPSE heeft twee sporen. Het eerste spoor richt zich op vergelijkende onderzoeken. Het gaat om vergelijkingen tussen instellingen, bijvoorbeeld tussen gemeenten, onderwijsinstellingen of ziekenhuizen. Daarbij staat de vraag centraal: wat kunnen we leren van deze vergelijkingen? Het tweede spoor betreft trendanalyses van organisaties en sectoren. IPSE gebruikt de onderzoeken niet om simpele ranglijstjes te maken (‘goed’ of ‘slecht’), maar om te laten zien hoe publieke organisaties hun prestaties kunnen vergelijken met die van andere organisaties, kunnen leren van best practices en kennis kunnen verkrijgen om te investeren in een betere performance. Daarbij gaat het in het bijzonder om de
verhoging van de productiviteit.

Uitdaging bij het doen van doelmatigheidsonderzoek
Volgens IPSE zijn de drie belangrijke uitdagingen voor doelmatigheidsonderzoek in de publieke sector: meetbaarheid, vergelijkbaarheid en gegevensbeschikbaarheid. De output van de publieke sector is beperkt meetbaar en er zijn ook geen marktprijzen om de output mee te waarderen. Vergelijkbaarheid is daarentegen in de publieke sector gemakkelijker dan in de markt, omdat de informatie die benut wordt vaak reeds openbaar is. Tot slot is het lastig om goede gegevens te vinden over de output van publieke instellingen, omdat de verantwoording daarover vaak te kort schiet. IPSE heeft zich in de loop der tijd
gespecialiseerd om dit soort problemen te tackelen.

Alex van Heezik ging vervolgens in op de centrale vraag van de bijeenkomst: krijgt de burger meer of minder waar voor zijn geld dan vroeger? En waarom wel of niet? De trendstudies van IPSE Studies geven daar antwoord op. De afgelopen jaren heeft het instituut de trends in productiviteit van 15 publieke sectoren onderzocht, variërend van rechtspraak, basisonderwijs, politie, ziekenhuizen tot drinkwaterbedrijven. Daarbij werd vooral bezien welke invloed beleidsinterventies gehad hebben op de productiviteit binnen de sectoren. Heeft het beleid effect gehad? Welke maatregelen werken wel en welke niet? Van Heezik liet zien dat veel maatregelen weinig effect hebben gesorteerd. Zo blijkt marktwerking weinig vruchten af te werpen. Schaalvergroting werkt aanvankelijk wel positief, maar is inmiddels te ver doorgeschoten en heeft nu vaak een negatief effect op de productiviteit. Budgettering blijkt wel een effectief instrument om de productiviteit te verhogen. Dat blijkt vooral uit de productiviteitsontwikkeling van het wetenschappelijk onderwijs. Die groeit heel sterk doordat de groei van rijksbijdrage steeds achterblijft bij de groei van de studentenaantallen. Andere sterke groeiers zijn de netwerksectoren (drinkwater, spoorwegen en energie) en de ziekenhuizen. Niet toevallig allemaal sectoren met een sterk technisch georiënteerd productieproces.

Lancering database trendsinpubliekesector.nl (TiPS)
Aan het einde van de bijeenkomst werd de website www.trendsinpubliekesector.nl gelanceerd. Deze website biedt een schat aan informatie over kosten, prestaties en productiviteit van de publieke dienstverlening. Bij de lancering van de database ging als eerste het domein Veiligheid en Justitie online (sectoren Politie, Rechterlijke Macht en Gevangeniswezen). In de eerste helft van 2019 komt daar het domein Onderwijs bij. Naast trendcijfers over kosten en prestaties vanaf 1980, vinden bezoekers in TiPS ook cijfers over de kwaliteit van de dienstverlening. Beleid speelt vaak ook een belangrijke rol en kan positief of negatief uitpakken. Ook deze beleidseffecten zijn in TiPS inzichtelijk gemaakt.

Meer informatie over de onderzoeken, publicaties en activiteiten van IPSE kunt u vinden
op de website van IPSE.
En wilt u op de hoogte blijven van IPSE-nieuws, dan kunt u zich hier inschrijven voor de
IPSE-nieuwsbrief.

Beste Overheidsorganisatie van het Jaar| Onderzoek Overheidsorganisatie van het Jaar

Beste Overheidsorganisatie van het Jaar| Onderzoek Overheidsorganisatie van het Jaar

Afgelopen jaar is er door drie master studenten van de Universiteit Utrecht onderzoek gedaan naar de prestaties en het innovatievermogen van de finalisten van de verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar. Alle 13 finalisten van de jaren 2014 t/m 2017 zijn in dit onderzoek geanalyseerd op basis van verschillende criteria, met name de criteria die door de jury zijn opgesteld. In de analyse wordt duidelijk waarom deze organisaties zo bijzonder zijn. De eindrapportage bevat een mooi overzicht van de finalisten van de afgelopen jaren ter inspiratie voor anderen, inspiratie om te verbeteren en te innoveren.

Klik hieronder voor het onderzoek.
Leren van de Beste Overheidsorganisaties

Verslag Reuring!Café #87 | Ik wil van mijn schulden af, maar de overheid zit in de weg! | 2 oktober

Verslag Reuring!Café #87 | Ik wil van mijn schulden af, maar de overheid zit in de weg! | 2 oktober

De Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) hield op 2 oktober 2018 in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de 87e editie van Reuring!Café in de Glazen Zaal te Den Haag. De avond stond in het teken van schuldenproblematiek. Ook deze keer werden de bankgasten geïntroduceerd met passende gedichten door de gastvrouw Loes Mulder, secretaris-generaal bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het debat werd geleid door VOM-voorzitter en directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW Mark Frequin.

In Nederland kampen 1,2 miljoen huishoudens met schulden, dit kost de maatschappij 11 miljard per jaar. De schuldenproblematiek wordt steeds gecompliceerder, het voorkomen van deze schulden wordt ook steeds ingewikkelder. Partijen die schulden innen kunnen zich beter richten op preventie. Dit kunnen zij het beste doen door samen te werken. De schuldenproblematiek is niet een nieuw probleem, maar de aandacht voor de problematiek krijgt pas sinds kort echt de aandacht die het verdient. Dit komt met name door de financiële crisis; de groep van mensen die schulden hebben is groter geworden.

Eigen schuld, dikke bult
Roeland van Geuns, lector Armoede Interventies bij de Hogeschool van Amsterdam, geeft al aan het begin van het debat aan dat schulden in de afgelopen jaren zijn verschoven van consumptieschulden naar schulden die ontstaan zijn vanuit vaste lasten. Dit houdt in dat mensen hun vaste lasten niet kunnen betalen en zij, wanneer zij één tegenvaller ervaren, makkelijk in de schulden glijden. Daan Hoefsmit, voorzitter van de Raad van Bestuur van het Centraal Administratiekantoor (CAK), legt daarbij de link met de overheid en stelt dat deze een grote rol speelt in de schuldenkwestie. De overheid is één van de grootste inners van schulden. De overheid is echter in een ouderwets beeld blijven hangen en zij moet af van het beeld dat schulden in alle gevallen te wijten zijn aan het gedrag van de betreffende houder van de schulden. Bernard ter Haar, directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie bij het ministerie van SZW, geeft aan dat de overheid meer het gesprek aan moet gaan met mensen in schulden. Dit kan zorgen voor nieuwe inzichten, die leiden naar nieuwe oplossingen. Maarten Schurink, secretaris-generaal bij het ministerie van BZK, voegt daaraan toe dat dit vooral op gemeentelijk niveau moet gebeuren. Gemeenten moeten volgens hem proberen om binnen gezinnen een integrale probleemaanpak te hanteren. Het gaat voor gemeenten nu te vaak over een snelle aanpak om geld te innen. Er zijn grenzen binnen ons overheidssysteem die ervoor zorgen dat mensen die net niet in aanmerking komen voor schuldhulpverlening al snel buiten de boot vallen en daardoor ´vergeten´ worden. Dit kan in de toekomst van deze mensen voor problemen zorgen.

Preventie
Daan Hoefsmit geeft aan dat er meer bereikt kan worden op het vlak van preventie. Er zijn signalen die aantonen dat mensen in de schulden dreigen te geraken. Het eerste wat mensen niet betalen is bijvoorbeeld de verzekering. Tweederde van deze groep nonbetalers is niet bekend bij overheidsinstanties zoals de gemeente. Het CAK mag sinds kort wel de gegevens delen, maar de andere grote vijf organisaties mogen dit nog niet. Dit zorgt voor onzichtbaarheid. Om dit te veranderen is er bestuurlijk lef nodig, zo stelt Hoefsmit. Nu zoeken burgers met schulden namelijk geen hulp, maar zijn ze wel erg blij wanneer zij wel worden geholpen.

Voorspellen van gedrag
Roy Budjhawan, head of Impact Finance bij de ING, geeft aan dat de ING gedrag wil gaan voorspellen aan de hand van voorgaande uitgaven. Zij willen advies geven aan klanten over hoe zij om kunnen gaan met hun uitgaven. Echter stelt hij ook dat klanten zich hier mogelijk niets van aantrekken. Hoefsmit geeft aan dat mensen bepaalde keuzes niet moeten kunnen maken. Hij stelt zo dat een vroegere storting van zorgtoeslag al veel kan bereiken. Mensen hebben de toeslag soms al uitgegeven voor de verzekering betaald moet worden. Hij benadrukt dat de toeslag gelijk naar de verzekeraar zou moeten gaan, dan hoeft men niet de verantwoordelijkheid te dragen.

Samenwerking
Budjhawan zegt dat er steeds vaker samen wordt gewerkt tussen private en publieke organisaties als het op schulden aankomt. Hij benadrukt dat je als overheid op lokaal niveau, sectorbreed, kunt kijken naar de problematiek. Daarna kan er worden opgeschaald. Ter Haar stelt daarbij hardop de vraag waarom er niet wordt gefocust op maatwerk. Organisaties kunnen op die manier beter het gesprek aangaan en zo samen zoeken naar een oplossing. Schurink merkt daarbij echter op dat er niet alleen op de gemeente kan worden vertrouwd in zo’n situatie: ¨Iedereen moet samenwerken om dit te laten werken, zo komen organisaties op andere oplossingen.¨ Volgens Schurink kan 90% van de problemen via het bestaande systeem opgelost worden, maar in de andere 10% moet er anders gehandeld worden. Van Geuns voegt daaraan toe dat er daarvoor een andere instelling moet komen ten opzichte van niet betalende klanten. Hij gaf het voorbeeld van CZ, die vertrouwt haar verzekerden. Mensen die niet betalen zijn mensen die niet kunnen betalen.

Privacy en schulden
Na de pauze werd er ruimte ingeruimd voor vragen uit het publiek. Zo werd er een vraag gesteld over de privacywet en in hoeverre dit het moeilijker maakt om schulden aan te pakken. Hoefsmit geeft aan dat het vooral moeilijker wordt om samen te werken, er mogen namelijk geen gegevens meer gedeeld worden. Ook zegt hij dat je van fraude geen kennis mag nemen. Budjhawan vult hem aan en stelt dat ze bij de ING kunnen zien waar een persoon pint. Hij zegt dat hij bijvoorbeeld kan zien dat iemand elke dag van de week naast het casino pint. Hieruit kan hij concluderen dat iemand veel naar het casino gaat. De ING wil meer met deze informatie doen, maar privacywetgeving verbiedt het.

Na enkele slotvragen sloot Mark Frequin het debat af. Hij adviseerde de aanwezigen vooral verder te praten over dit onderwerp en te blijven eten.

Verkiezing Overheidsmanager van het Jaar | Finalisten bekend! | 20 september

Verkiezing Overheidsmanager van het Jaar | Finalisten bekend! | 20 september

De jury, onder voorzitterschap van Jetta Klijnsma (commissaris van de Koning Provincie Drenthe) presenteert met trots de drie overheidsmanagers die meedingen naar de titel Overheidsmanager van het Jaar 2018:

  • Desirée Curfs – Directeur Stroomopwaarts
  • Rob Keet – Teamleider Grootschalig Optreden, Nationale Politie (eenheid Noord-Holland)
  • Emine Özyenici – Directeur Informatievoorziening en Inkoop, ministerie van Justitie en Veiligheid

In oktober worden de finalisten op hun werkplek door een afvaardiging van de jury bezocht. Op 19 november zal tijdens de uitreiking van de Overheidsawards in de Ridderzaal bekend worden wie van de drie finalisten een plek heeft verworven in de eregalerij en wordt gekroond tot de ‘Overheidsmanager van het Jaar’ 2018. Het thema van deze editie is ‘Leider in Verbinding’.

De jury over Desirée Curfs
Desirée Curfs is een verbinder pur sang. Als directeur Stroomopwaarts in het participatiebedrijf van de gemeente Maassluis, Schiedam en Vlaardingen creëert zij dwarsverbanden tussen deze gemeente, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners. Met haar visie inspireert zij haar medewerkers het verschil te maken voor een ander. Als een bevlogen overheidsmanager is zij met haar organisatie het boegbeeld van het werkveld van het sociale domein.

De jury over Rob Keet
Rob Keet, Teamleider Grootschalig Optreden bij de Nationale Politie, toonde zich een ware ‘Leider in Verbinding’ tijdens het oplossen van de moord op Milica van Doorn. Hij wist goed te balanceren tussen de media, de bevolking en de wetenschap en wist hen allemaal op juiste wijze bij de opsporing te betrekken. Mede door zijn volhardendheid en visie in nieuwe opsporingsmethodieken was hij niet alleen van betekenis voor de zaak van Milica van Doorn, maar ook voor vele andere cold cases.

De jury over Emine Özyenici
Als Directeur Informatievoorziening en Inkoop draagt Emine Özyenici bij aan ‘een veiliger en rechtvaardig Nederland’. In deze tijd van digitalisering wordt het steeds belangrijker om als overheid goed te kunnen opereren in de informatiemaatschappij. Emine en haar team krijgen daardoor een steeds belangrijkere rol. Als inspirator voor haar omgeving, zet zij haar expertise, creativiteit en enthousiasme in om tot innovatieve oplossingen te komen.

Over de jury
Behalve voorzitter Jetta Klijnsma (commissaris van de Koning Provincie Drenthe) bestaat de jury uit Jannine van den Berg (politiechef Landelijke Eenheid), Antje Dekker (secretaris-directeur Waterschap De Dommel), Paul Depla (burgemeester Breda), Sandra Groeneveld (hoogleraar Publiek Management, Universiteit Leiden), Bram de Klerck (directeur-generaal Algemene Bestuursdienst), Siebe Riedstra (secretaris-generaal ministerie van Justitie en Veiligheid) en Arre Zuurmond (ombudsman metropool Amsterdam, Overheidsmanager van het Jaar 2016).

Partners
De Verkiezing Overheidsmanager is een initiatief van de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM). De uitreiking van de Overheidsawards wordt mede mogelijk gemaakt door: Binnenlands Bestuur, Ernst & Young (EY), Netwerk van Publieke Dienstverleners (NPD), Huis ter Duin, Interprovinciaal Overleg (IPO), ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ordina, Publiek Denken en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Voor meer informatie over de Verkiezing Overheidsmanager van het Jaar 2018 ga je naar www.overheidsawards.nl of volg ons op Twitter, Facebook en LinkedIn.

 

Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar | Finalisten bekend! | 11 september

Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar | Finalisten bekend! | 11 september

De finalisten van de Verkiezing ‘Beste Overheidsorganisatie van het Jaar’ voor 2018 zijn bekend. Tien overheidsorganisaties hielden in Buurtcentrum de Schakel in Utrecht een pitch voor de jury. Na uitvoerig overleg heeft de jury gekozen voor: gemeente Heerhugowaard, Rechtbank Rotterdam en Waterschap Aa en Maas. Deze organisaties gaan met elkaar de strijd aan in de finale, die op 19 november aanstaande wordt gehouden in de Ridderzaal.

De jury over Gemeente Heerhugowaard
De gemeente Heerhugowaard is een moderne overheidsorganisatie die zich blijft doorontwikkelen. De cultuur van ‘denken in kansen’ in combinatie met vraaggericht handelen, openheid, flexibiliteit, inventiviteit en gewoon doen viel de jury in positieve zin op. Door de grote stappen die Heerhugowaard heeft gezet op het vergroten van zonnestroom, windenergie en het verminderen van gas- en elektriciteitsverbruik is de gemeente de koploper in Nederland als het gaat om het realiseren van de ambities van de energie transitie. De gemeente Heerhugowaard heeft de ambitie om top-dienstverlener te zijn en scoort hoog als betrouwbare overheidsorganisatie met een hoge waardering van de dienstverlening.

De jury over Rechtbank Rotterdam
Snel en zorgvuldig, tijdig en toegankelijk zijn de kernwaarden de Rechtbank Rotterdam. Ketenpartners en de maatschappij worden nadrukkelijk betrokken bij het optimaliseren van de bedrijfsprocessen. De positie van de rechtbank wordt voortdurend aangescherpt aan de wensen van deze tijd. Een concreet voorbeeld hiervan is dat rechters in uitspraken niet alleen de juridische boodschap brengen, maar bij deze uitspraken ook maatschappelijke relevantie betrekken. Waarbij rechtsvinding eerder een kwestie is van maatwerk door professionals in plaats van het strak uitvoeren van regels. Het juridisch en managementjargon maakt plaats voor een meer inclusieve, ‘klare taal’. Tot slot was de jury gecharmeerd van de praktische manier waarop de rechtbank omgaat met vraagstukken over digitalisering.

De jury over Waterschap Aa en Maas
Deze overheidsorganisatie gaat tot het uiterste om te innoveren en hun grenzen te verleggen, waarbij de ontwikkeling van de medewerker centraal staat. De organisatie heeft aangetoond over een groot lerend vermogen te beschikken door het toepassen van ‘learning by doing’ en uit het feit dat meer dan eenderde van de medewerkers een opleiding volgt in de Brabant Aquademie. Het waterschap besteedt veel tijd om duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief te zijn. Aa en Maas is koploper op het gebied van digitale transformatie en geeft dit onder andere vorm in haar eigen data lab. In dit datalab wordt onderzocht hoe de werkprocessen geoptimaliseerd kunnen worden op basis van kunstmatige intelligentie.

Op 17, 24 en 31 oktober ontvangen de finalisten een delegatie van de jury tijdens een werkbezoek. Tijdens het werkbezoek krijgen de finalisten de kans om de jury te overtuigen van het feit dat hun organisatie de beste is.

Pagina 2 van 612345...Minst recente »