Verslag VOM Jaardiner | Niet op ieder potje past hetzelfde dekseltje | 29 mei

Verslag VOM Jaardiner | Niet op ieder potje past hetzelfde dekseltje | 29 mei

Niet op ieder potje past hetzelfde dekseltje

‘Het individu versus het systeem’, is het leidende thema van de door de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) georganiseerde evenementen in 2018, waaronder bijvoorbeeld de Reuring!Cafés. De kerntaak van de overheid is veel voor het individu te betekenen, echter kan het introduceren van veel regels tot het tegenovergestelde leiden, namelijk dat de overheid de burger in de weg zit. Hoe kunnen we als overheid meer maatwerk leveren om dit tegen te gaan? Deze vraag stond centraal tijdens het jaarlijkse VOM Jaardiner, dat op dinsdag 29 mei in De Glazen Zaal in Den Haag gehouden werd. Met dit diner bedankt de vereniging overheidsmanagers en partners die een bijdrage hebben geleverd aan de VOM.

Jaap Uijlenbroek van de Belastingdienst trapte de avond af met een open verhaal over enkele opgaven waar de Belastingdienst mee te maken heeft als systeem. Hij gaf daartegenover als voorbeeld de afdeling Toeslagen, waar een “verdraaid complex systeem” goed uitgevoerd wordt. Uijlenbroek noemde drie randvoorwaarden voor een goed werkend systeem: stabiliteit, kijken vanuit de ogen van het individu en samenwerken over bestuurslagen heen. Vervolgens ging de discussie over het individu versus systeem aan tafel verder. Er werd ingegaan op verschillende vragen rondom het systeem. ‘Wat is het systeem?’ en ‘in hoeverre mag er voorbij gegaan worden aan wet- en regelgeving om tot oplossingen te komen?’. Moet er bijvoorbeeld geen marge bestaan om uitzonderingen op de wet- en regelgeving te kunnen maken voor de mensen die tussen meerdere (deel)systemen invallen? Zou het systeem niet meer responsief ingericht moeten zijn? Daarnaast werd geopperd dat wij met het huidige systeem, steeds meer in de richting van eenmalig vastleggen en meervoudig gebruik. Dat is handig voor de burger, omdat hij of zij dan niet steeds dezelfde informatie hoeft te verstrekken. Maar wat als er iets mis gaat en ergens in die basisregistraties iets wordt vastgelegd, dat consequenties heeft op ander vlakken? Daartegenover werd gesuggereerd dat het systeem helemaal niet bestaat en slechts een samenbundeling is van los van elkaar functionerende algoritmes. Doordat algoritmen niet op elkaar passen en men toch probeert de verbinding te forceren, ontstaan fouten in het systeem. En wat moet een beleidsmedewerker die op zijn klompen aanvoelt dat het niet klopt, terwijl het algoritme de andere kant op wijst? Dit kan ook positief benaderd worden: kunnen deze algoritmen een einde maken aan ambtelijke en bestuurlijke willekeur en vooroordelen die we allemaal bezitten?

Renée Frissen van OpenEmbassy opende de ogen met haar verhaal over een jong meisje uit Eritrea dat naar Nederland kwam om arts te worden, maar ontdekte dat zij zwanger was en door allerlei bijkomende omstandigheden niet geholpen kon worden. Frissen eindigde met de vraag: “Heeft jouw organisatie de juiste perspectieven in huis om de juiste vragen te kunnen stellen?” We nemen te veel mensen aan die zijn zoals wijzelf en kijken te veel vanuit stereotypen naar anderen. Alleen door diversiteit in besluitvorming nóg verder te stimuleren kan er beleid voor iedereen ontwikkeld worden. Niet de witte, oude beleidsambtenaar die beslist voor de vluchteling, maar juist de vluchteling die zelf meedenkt over wat het beste voor hem of haar is. Niet op ieder potje past hetzelfde dekseltje. Daarnaast geven we de professionals een dubbele boodschap mee: enerzijds moeten zij de mensen in het land zo goed mogelijk helpen, aan de andere kant moeten zijn attent zijn op fraude en misbruik. Wat doet zoiets met de burger aan de andere kant van de balie of aan de keukentafel?

Albert Jan Kruiter van het Instituut voor Publieke Waarden sloot de avond af met zijn kritische blik op het systeem. Uitspraken als: “het systeem is niet ontworpen om het individu te kennen, maar om het te ont-kennen” en “bureaucratie is een cultuurvorm, een perverse opvatting van gelijkheid” gaven de discussie aan de tafels weer een hele andere wending. Waarbij de aanhangers en tegenhangers van ‘het systeem’ recht tegenover elkaar kwamen te staan. Volgens Kruiter moeten we beleid schrijven aan de kant van de uitvoering en dat naar de politiek brengen en niet andersom. Aan tafel werd gezegd dat beleidsmakers echt wel ruimte hebben om maatwerk te leveren, maar krijgen medewerkers ook genoeg de ruimte om de verantwoordelijkheid te nemen? Mogen zij ook eigen afwegingen maken zonder dat zij daar op afgerekend worden? Of durven zij vaak deze verantwoordelijkheid niet te nemen en kiezen zij dan sneller voor de veilige weg van opgestelde regels en wetten?

Kortom, er zijn nog genoeg onbesproken thema’s die aandacht verdienen de komende jaren om de kloof tussen het individu en het systeem te kunnen verkleinen. Daarom zal de VOM ook het komende jaar bezig houden met schurende thema’s en het aanhoudende spanningsveld tussen individuele burgers en de overheid.

Verslag Lunchbijeenkomst | De kunst van het innoveren | 29 mei

Verslag Lunchbijeenkomst | De kunst van het innoveren | 29 mei

De kunst van het innoveren

Op 29 mei 2018 vond er in het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een lunchbijeenkomst plaats over innovatie. De bijeenkomst was een initiatief van het ministerie zelf in samenwerking met Haagse Beek organisatieadvies en de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM). Het was een interessante en inspirerende bijeenkomst die in het teken stond van het nieuwe boek “Van indammen naar laten stromen” van Menno Spaan, bestuurskundige en organisatieadviseur. Het boek bevat zestien praktijkvoorbeelden van geslaagde innovaties in de publieke sector. Vertegenwoordigers van twee van de innovatieve projecten deden tijdens de bijeenkomst hun verhaal. Menno Spaan zette uiteen hoe hij op basis van de voorbeelden een operationeel innovatiemodel ontwikkeld heeft met nuttige handreikingen om in de praktijk aan de slag te gaan met innovatie.

Simone Roos, directeur-generaal Overheidsorganisatie bij het Ministerie van BZK, opent de bijeenkomst door alle aanwezigen van harte welkom te heten: “De flink gevulde zaal en het hoge aantal aanmeldingen tonen het belang van deze middag en de grote interesse in het thema innovatie”. Simone Roos nodigt de auteur en de twee presentatoren van de succesvolle praktijvoorbeelden uit om naar voren te komen voor een kennismaking. “Vóór de aanwezige sprekers hun presentaties gaan verzorgen, wil ik kort in gesprek met de auteur van het prachtige boek dat vandaag centraal staat, een boek dat door Maarten Schurink, onze secretaris-generaal, gekenmerkt werd als ‘verplichte kost’ voor iedereen in het publieke domein”, vervolgt Roos, waarna ze Spaan uitnodigt voor het gesprek.

Iedereen kan bijdragen aan innovatie
Spaan neemt plaats achter een ronde statafel, waarop Roos hem vraagt kort toe te lichten hoe het schrijven van het boek hem bevallen is. “Het schrijven van een boek is zwaar en kost veel tijd en energie. Het spannendste moment is misschien echter wel het moment waarop het voor het eerst gelezen wordt. Als dan enthousiast gereageerd wordt, is dat een geweldig gevoel”, aldus Spaan. Roos vervolgt: “Jouw boek gaat over innovatie en je stelt dat iedereen verplicht is om bij te dragen aan innovatie, maar wat is innovatie nou precies en is iedereen wel voldoende in staat om te innoveren?” Spaan antwoordt “Innovatie is de succesvolle introductie van iets nieuws, iets dat anders is. Voorbeelden zijn vernieuwing van de democratie zoals in de casus in het boek bij de gemeente Zeist, het zelfsturend werken zoals in één van de andere casussen of het project Ruimte voor de Rivier, waar men de dijken niet hoger heeft gemaakt tegen bescherming van het water, maar juist heeft weggehaald om rivieren meer ruimte te geven. En het goede nieuws is: iedereen kan op ieder moment vanuit iedere functie bijdragen aan innovatie. Het innovatieproces omvat meer dan creatieve sessies met geeltjes plakken. Het is een proces waarin ondernemende ambtenaren hun nek durven uitsteken, maar ook complexe probleemoplossers een rol vervullen. Ook zijn er mensen nodig die zorgvuldig kunnen implementeren. Van belang is verder dat er ambtenaren zijn die zich heel erg goed kunnen verplaatsen in de doelgroep. Er wordt je geleerd om met distantie naar beleidsprocessen te kijken, maar inleven in de doelgroep is heel belangrijk.” Roos vraagt: “en wat betekent innoveren voor bestuurders? Wat is hun rol?” Spaan: “Bestuurders moeten ruimte bieden om niet het gebaande pad van lang nadenken te volgen en durven om experimenteerruimte te creëren. Zij zorgen voor de omstandigheden waarbinnen innovaties tot stand komen. Vervolgens moeten ze daar vooral ruimte voor geven en nog niet gaan besturen. Dat komt pas later, als het nodig is om werkwijzen in praktijk te laten slagen.”

De Energie- en Grondstoffenfabriek
Het eerste praktijkvoorbeeld dat gepresenteerd wordt is het samenwerkingsverband van waterschappen om energie en grondstoffen aan afvalwater te onttrekken: de Energie- en Grondstoffenfabriek. Shane Kleyhorst, voorzitter van de Energie- en Grondstoffenfabriek en werkzaam bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, doet zijn verhaal. “Men denkt bij waterschappen altijd aan een aantal kerntaken, zoals het op peil houden van de waterstand of het beheren van de dijken, maar waterschappen dragen ook zorg voor de zuivering van afvalwater. Onder druk van de publieke opinie en de alsmaar urgenter wordende klimaatdoelstellingen is daar een nieuwe missie bijgekomen, namelijk het onttrekken van grondstoffen en energie aan afvalwater”, aldus Kleyhorst. Afvalwater bevat namelijk een hoop stoffen waar producten van kunnen worden gemaakt. Met neo-alginaat kan beton verhard worden en met bioplastic kunnen afbreekbare flesjes gemaakt worden. Kleyhorst stelt dat voor innovatie lef en kennis nodig is. Obstakels zijn niet altijd obstakels. Markten waar producten verkocht worden staan daar bijvoorbeeld veel meer voor open dan men vaak denkt. “Zolang er kwaliteit, massa en leveringszekerheid van een product is, is de markt bereid om de verkoop van dit product tot een succes te brengen”, aldus Kleyhorst. Kleyhorst schetst aan de hand van het model van Spaan welke fasen in het innovatieproces zijn doorlopen.

Ruimte voor de Rivier
Het tweede praktijkvoorbeeld is Ruimte voor de Rivier: een aanpak waarmee Nederland op zowel bestuurlijk als technologisch innovatieve wijze beschermd wordt tegen overstromingen. Het is een aanpak die internationaal veel aandacht krijgt. Hans Brouwer van Rijkswaterstaat, als riviertakmanager betrokken geweest bij het gehele project, vertelt: “In de jaren ´90 waren er risicovolle incidenten met rivieren en dreigende overstromingen. Dit leidde tot het besef, dat we in Nederland lang aandacht besteed hebben aan het gevaar van buitenaf, namelijk de kust, en daarbij de binnenlandse gevaren onderschat hebben, namelijk het water dat door onze landschappen stroomt.” Brouwer vervolgt zijn verhaal daarna met het uitgangspunt van het project: “Men moet niet vechten tegen het water, maar juist samenwerken. Door geulen te maken, kribben te verlagen en rivieren te verbreden of te verdiepen, overstromen rivieren niet meer. Het lijkt conservatief, maar het is in feite hoogwaardig watermanagement waar veel innovatieve oplossingen uit voortkomen. Een aansprekend voorbeeld is het gebruik van het oude principe van terpen. Voor een groep boeren is dit mogelijk gemaakt, zodat zij konden blijven wonen in de Overdiepse polder, in de uiterwaarden van de rivier.”

Receptenboek voor innovatie
Na afloop van de twee sprekers krijgt Menno Spaan weer het woord. Hij geeft aan dat zijn boek opgebouwd is als een ´receptenboek’ voor innovatie. “Op basis van het type innovaties dat je beoogt, succesgebieden en een passende strategie, kan eenieder zijn of haar innovatieproces inrichten.” Hij benadrukt de morele verplichting van publieke organisaties om naar innovaties op zoek te zijn, maar geeft ook aan dat niet iedereen altijd hoeft te innoveren: “De overheid moet tweehandigheid ontwikkelen waarbij één hand bestemd is voor het binnen regels en procedures, tijdig leveren van producten, en de andere hand voortdurend op zoek gaat naar nieuwe werkwijzen. De publieke sector is hier geknipt voor, geschikter zelfs dan private organisaties. Ga dus aan de slag!”, aldus Spaan.

Frans van Dongen (ministerie van BZK) sluit af en bedankt het publiek voor de aanwezigheid en de sprekers voor hun bijdragen. De deelnemers krijgen ieder het boek uitgereikt. Met interessante gasten en een leuk programma heeft de lunchbijeenkomst de deelnemers geïnspireerd en geënthousiasmeerd.

 

Avond van de Bestuurskunde | Dienen en Beïnvloeden: Verhalen over Ambtelijk Vakmanschap | 12 juni

Avond van de Bestuurskunde | Dienen en Beïnvloeden: Verhalen over Ambtelijk Vakmanschap | 12 juni

Op 12 juni 2018 organiseert de Vereniging voor Bestuurskunde (VB) in samenwerking met de NSOB en het Nationale Theater (HNT) de 2e ‘Avond van de Bestuurskunde’. Deze avond staat in het teken van het nieuwste boek van prof. Paul ‘t Hart, Dienen en Beïnvloeden: Verhalen over Ambtelijk Vakmanschap. In het boek blikt ‘t Hart met Wim Kuijken (Deltacommissaris, voorheen o.a. secretaris-generaal van de ministeries VenW, AZ en BZK) terug op een specifiek domein van ambtelijk vakmanschap: het zijn van topambtenaar. 

Tegen het decor van een ‘uit het leven gegrepen’ overzicht van de loopbaan van één topambtenaar, gaan zij in gesprek over de heikele kwesties die je tegenkomt als je kernadviseur bent van politieke bestuurders. Dat het een boeiende avond wordt, staat buiten kijf: het boek staat vol met concrete vakmanschapskwesties in aansprekende cases. Denk aan de aanslagen van 9/11, de val van Paars, de moord op Pim Fortuyn, het kabinet met de LPF, de Catshuisbranden het Deltacommissariaat.

Na een korte opening door prof. Mirko Noordegraaf (voorzitter VB), neemt Paul ’t Hart (Universiteit Utrecht, NSOB) ons mee in het bestaansrecht en de totstandkoming van het boek. Het eerste exemplaar wordt vervolgens aangeboden aan Maarten Schurink (SG BZK) die zijn primaire inhoudelijke reflecties deelt met het publiek en de auteurs. Het centrale onderdeel van de Avond is een interactief College Tour gesprek met Wim Kuijken en Paul ’t Hart, onder leiding van Loes Mulder (SG SZW). Aan de hand van concrete dossiers gaan we in gesprek enkele essentiële vakmanschapskwesties. Hoewel we een aantal dossiers eruit lichten is er heel veel ruimte voor de huidige en toekomstige topambtenaren uit om zich te mengen in het gesprek. Daarnaast zijn wij er trots op dat het grootste reizende gezelschap van Nederland, Het Nationale Theater, de Avond opluistert met een aantal artistieke bijdragen en dat Erik-Jan van Dorp (promovendus ambtelijk vakmanschap) een column uitspreekt.

De 2e Avond van de Bestuurskunde start om 20.15 uur in het Theater aan het Spui, Spui 187 Den Haag, ontvangst vanaf 19.00 uur. Na afloop is er gelegenheid om, onder het genot van een drankje, na te praten.

Toegangsprijs deelnemers: VB leden € 12,50 | Niet-leden € 17,50

U kunt zich aanmelden via de website: www.bestuurskunde.nl/avond of direct via de boekingssite www.hnt.nl

Personen die voorafgaand aan de bijeenkomst lid willen worden van de Vereniging voor Bestuurskunde en gebruik willen maken van het gereduceerde tarief, kunnen contact opnemen met de secretaris van de VB, Tom Overmans, via secretaris@bestuurskunde.nl.

Graag tot ziens op 12 juni!

Mede mogelijk gemaakt door:

Verslag Reuring!Café #85 | Ik vertoon verward gedrag, maar kan nergens terecht! | 15 mei

Verslag Reuring!Café #85 | Ik vertoon verward gedrag, maar kan nergens terecht! | 15 mei

Op dinsdagavond 15 mei vond de 85ste editie van Reuring!Café plaats. Thema was ditmaal personen met verward gedrag. Het aantal incidenten met personen die verward gedrag vertonen lijkt in de afgelopen jaren gestegen. Per 1 oktober 2018 dienen alle gemeenten daarom een uitgebreide aanpak samengesteld te hebben die vertoning van verward gedrag terugdringt. Het is echter een opgave gebleken voor zowel de landelijke als gemeentelijke overheden om hiervoor de correcte maatregelen te formuleren. Met name het dilemma tussen het bieden van ondersteuning of juist het wegnemen uit de samenleving van dergelijke personen is voor overheden een continuerend vraagstuk. Mensen die verward gedrag vertonen hebben vaak immers te maken met meerdere aandoeningen. Psychiatrie, verslaving, verstandelijke beperkingen of dementie zijn allemaal oorzaken die verwarde gedragingen aanwakkeren. Hoe dient de overheid hiermee om te gaan en welke actie is daarvoor nodig? Een vraag die centraal stond in deze editie van Reuring!Café.

Op de bank nam een panel met zowel bestuurlijke ervaring als praktijkervaring plaats. Het panel was divers en de experts vormden een viertal uit de zorg- en veiligheidshoek.

Het kokerdenken doorbreken!
Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het Ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, functioneerde ook bij dit Reuring!Café als debatleider. Host was Siebe Riedstra, secretaris-generaal bij het Ministerie van JenV. Riedstra sprak al voorafgaand aan de aanstaande discussie uit dat de aanpak van personen met verward gedrag ontzettend veelzijdig is: ¨De diverse samenstelling van dit expertisepanel toont in feite de essentie van het vraagstuk dat we behandelen. De bank zou in theorie met wel tien mensen gevuld kunnen zijn. Zorg, veiligheid, huisvesting, uitzendbureau´s… allemaal sectoren die van belang zijn.¨. Reden voor organisatie van dit Reuring!Café was dan ook om de volgende stap te zetten in de benodigde integrale samenwerking die we in de afgelopen jaren opgebouwd hebben.

Bankgast Onno Hoes, voorzitter van het Schakelteam Personen met Verward Gedrag en waarnemend burgemeester van de Haarlemmermeer, sloot zich hierbij aan en stelde dat de grootste uitdaging op dit moment is om het kokerdenken binnen de zorg en veiligheid te doorbreken. Liesbeth Spies, voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en burgemeester van Alphen aan den Rijn, voegde daaraan toe dat het doorbreken van kokerdenken kan leiden tot de door Siebe Riedstra gewenste integrale samenwerking: ¨Als iemand verward gedrag vertoont komt hij of zij momenteel vaak terecht bij de GGZ. De oorzaak van het vertonen van verward gedrag komt echter lang niet altijd voort uit het feit dat de betreffende persoon een mentale ziekte heeft. Het kan bij wijze van spreken ook komen door een stukgelopen huwelijk of een overleden vader of moeder. De aanpak moet breder worden en we moeten proberen om achter de voordeur te komen. Maatwerk helpt.¨.

Jeroen Zoeteman, psychiater en manager Behandelzaken bij de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam, stelde daarbij dat de GGZ bij acute gevaren prima functioneert, maar dat de GGZ bij het creëren van een opvangnetwerk niet vooraan hoeft te staan.

E33-meldingen
Debatleider Frequin vervolgde het gesprek met de vraag of het aantal personen met verward gedrag echt stijgende is. Zoeteman reageerde daarop en stelde dat de hoeveelheid E33-meldingen, oftewel politie-oproepen, wel die indruk geeft. Toch merkt hij daar in de praktijk vrij weinig van: ¨Verward gedrag is minder zichtbaar geworden. Zwervers met winkelwagens in het park zijn uit het straatbeeld verdwenen. Hoe komt het dan toch dat die E33-meldingen toenemen? Rekent de politie soms ook de toeristen in Amsterdam mee?¨.

Frank Paauw, politiechef van de eenheid Rotterdam, stelde dat de E33-meldingen gaan over het aantal incidenten, niet zozeer over het aantal personen. Hij stelde ook dat de hoeveelheid personen niet erg uitmaakt: ¨Of het totale aantal stijgt of daalt vind ik niet zo interessant. Het gaat om het risico voor de samenleving en dat risico moeten we zien te verkleinen.¨. Paauw voegde daaraan toe dat er een strak systeem moet ontstaan: ¨Het wordt de politie zo nu en dan kwalijk genomen dat personen met verward gedrag van straat worden gehaald. Ik snap dat allemaal wel en zorg bieden is beter dan opsluiten, maar het is voor mijn dienders op straat echt een ingewikkelde afweging als ze zien dat iemand een gevaar voor de samenleving vormt. Het voelt nu een beetje als zeulen.¨.

Decentrale inzet biedt oplossingen
Waar de bankgasten het over eens waren is het feit dat lokale gemeenten met dit thema aan de slag moeten. Hoes benadrukte dat het schakelteam hamert op opname van een aanpak in de collegeakkoorden en Spies stelde dat de crisisopvang in gemeenten toereikend moet worden: ¨Het is natuurlijk vreemd als iemand uit Rotterdam in de crisisopvang in Drenthe terecht komt, puur omdat er in Rotterdam zelf geen plek is. Dat moet anders.¨.

Ook de samenwerking tussen gemeenten moet volgens de bankgasten scherper. Als een persoon die verward gedrag vertoont van de ene naar de andere gemeente verhuist, moet men dit kunnen doorgeven.

Vragen uit de zaal
Na de pauze was er ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van de aanwezigen probeerde een link te leggen met de migratiestromen die op dit moment richting Europa komen: ¨Leidt de toename van het aantal asielzoekers in Nederland ook tot een toename in het aantal personen met verward gedrag?¨. Hoes beantwoordde deze vraag ontkennend en stelde dat daar momenteel geen aanwijzingen voor zijn, maar dat vluchtelingen wel vaak met een onverwerkt verleden naar Nederland komen: ¨Zo’n verleden kan een bron zijn voor verward gedrag.¨.

De zaal was zo nu en dan kritisch. Eén van de aanwezigen stelde: ¨Het ideaalbeeld dat het panel schetst was er vroeger al. Door bezuinigingen is het ´vinger aan de pols´-contact echter verloren gegaan. Soms heeft iemand zijn leven lang zorg nodig, maar daar is geen ruimte voor in het huidige systeem. We excluderen mensen uit onze inclusieve samenleving¨.

Meer ingangen creëren
Het meest concrete actiepunt dat uit deze Reuring naar voren kwam is het feit dat men meer ingangen moet creëren voor familie en naasten. ¨Een moeder weet als geen ander hoe het met haar zoon gaat. Waarom kan zij nergens terecht met haar zorgen? En waarom kan de apotheek niet naar de huisarts bellen als iemand drie maanden zijn medicijnen niet heeft opgehaald? Het moet anders, maar we komen steeds dichterbij.¨, aldus Liesbeth Spies.

Mark Frequin sloot de avond af, bedankte alle bankgasten en de host en adviseerde iedereen om vooral mee te eten.

Leergang tot coach voor middenmanagers | Nu ook in het zuiden! | September 2018

Leergang tot coach voor middenmanagers | Nu ook in het zuiden! | September 2018

Nu ook in het zuiden van Nederland! Eindelijk!

De zeer succesvolle leergang tot coach tweede beroep voor midden managers! Start in september 2018! Meer informatie in de Factsheet of via Alice de Haan (06 31622529, alice.haan@rijksoverheid.nl)

Heb jij als manager plezier in het begeleiden van anderen bij het ontwikkelen van grotere persoonlijke effectiviteit? Heb jij ook ervaren dat reflectie op je eigen functioneren helpt om effectiever te zijn? Dan is deze leergang tot coach heel geschikt voor jou!

Word jij onderdeel van de VB College Tour?

Word jij onderdeel van de VB College Tour?

 

De Vereniging voor Bestuurskunde organiseert op woensdag 12 juni de 2e Avond van de Bestuurskunde. Centraal thema is het nieuwste boek van Paul ’t Hart:  ‘Dienen en en Beïnvloeden: Verhalen over Ambtelijk Vakmanschap.’ Deze avond vindt plaats in het Theater aan het Spui in Den Haag, in samenwerking met Het Nationale Theater.

Een belangrijk  onderdeel van deze avond is een College Tour gesprek met Paul ’t Hart en Wim Kuijken.

De Vereniging voor Bestuurskunde daagt de ‘topambtenaren van de toekomst’ (jonge ambtenaren, trainees, masterstudenten) uit om richting te geven aan dat gesprek. Een unieke kans om in gesprek te gaan met de auteur en een topambtenaar. Voor vragenstellers van de vijf meest interessante vragen liggen toegangskaarten klaar bij de kassa.

Geïnteresseerden kunnen zich tot 7 mei aanmelden bij de secretaris van de Vereniging voor Bestuurskunde, Tom Overmans. Meer informatie kan je vinden in deze bijlage.

Pagina 4 van 512345