Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar | Longlist bekend! | 2 juli

Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar | Longlist bekend! | 2 juli

Op dit moment strijden er nog 31 kandidaten om de titel ‘Beste Overheidsorganisatie van het Jaar 2018’. De jury gaat samen met de partners hard aan de slag om in week 28 bekend te kunnen maken welke tien organisaties meedingen naar één van de drie finaleplekken.

De Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar draagt bij aan transparantie en kennisdeling. We kunnen namelijk nog veel van elkaar leren! Waarom zouden we goede ideeën en initiatieven voor onszelf houden? Daarnaast enthousiasmeert de Verkiezing medewerkers door hen trots te laten zijn op wat zij bereikt hebben met hun organisatie.

De Verkiezing Overheidsorganisatie van het Jaar is een initiatief van de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De VOM organiseert de OverheidsAwards in samenwerking met: Handvest Publiek Verantwoorden (HPV), ICT Uitvoeringsorganisatie (ICTU), Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen (UvW), Vereniging voor Bestuurskunde (VB) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), EY Nederland LLP, Huis ter Duin, Binnenlands Bestuur, Ordina, Publiek Denken en DisGover.

Staatsbosbeheer won in 2017 de titel voor ‘Beste Overheidsorganisatie van het Jaar’. Welk van de onderstaande 31 organisaties volgt Staatsbosbeheer op?

Verslag Reuring!Café #86 | Ik ben een kleine ondernemer: waarom zit de overheid soms zo in de weg? | 26 juni

Verslag Reuring!Café #86 | Ik ben een kleine ondernemer: waarom zit de overheid soms zo in de weg? | 26 juni

Op dinsdagavond 26 juni vond de 86ste editie van Reuring!Café plaats. Thema was ditmaal regelgeving rondom kleine ondernemers. Bij het opstarten en managen van een onderneming komt een hoop kijken. Het aanvragen van vergunningen, het uitvoeren van registraties en het inhoudelijk naleven van regelgeving kost ondernemers vaak veel tijd, geld en soms frustratie. Om deze reden werkt de overheid aan betere regelgeving en dienstverlening om zo de ervaren regeldruk te verminderen. Zo zorgt ze ervoor dat het ondernemingsklimaat voor kleine bedrijven goed blijft. Regelmatig ontstaat er bij naleving van wet- en regelgeving wrijving tussen ondernemers, beleidsmakers en de toezichthouders. Dat komt bijvoorbeeld door verschillen in interpretatie van regelgeving of bijvoorbeeld doordat innovaties niet door alle partijen tegelijk omarmt worden. Soms zijn ondernemers en beleidsmaker bijvoorbeeld enthousiast over nieuwe ontwikkelingen of innovaties, maar wil of kan de toezichthouder nog niet mee gaan of omgekeerd.

In dit Reuring!Café stonden we daarom stil bij vragen als: ¨Hoe kan de overheid een samenwerking creëren waarbij ondernemers, beleidsmakers en toezichthouders sneller op één lijn zitten?¨, ¨Hoe komen we tot regels die voor kleine ondernemers werkbaar en ook gemakkelijk uit te voeren zijn?¨ of ¨Welke uitdagingen en oplossingen biedt de opkomst en het gebruik van nieuwe (digitale) technologieën?¨. Ondernemers van de coalitie winkelambacht namen het publiek mee in hun reis door wet- en regelgeving en vertelden over hun omgang met onderwerpen als het starten van een bedrijf, vergunningen, veilig werken, belastingaangifte, maar ook actuele zaken als het voldoen aan de AVG kwamen voorbij. Beleidsmakers en toezichthouder kregen vervolgens de ruimte om te vertellen over hun dagelijkse praktijk en de dilemma´s en uitdagingen waar zij dagelijks mee geconfronteerd worden.

Op de bank nam een panel met zowel bestuurlijke ervaring als praktijkervaring plaats. Het panel was divers en de experts vormden een mooie samenstelling van bestuurders en ondernemers.

Het diverse leven van een ondernemer
Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, functioneerde ook bij dit Reuring!Café als debatleider. Host was Maarten Camps, secretaris-generaal bij het ministerie van EZK. Camps sprak al voorafgaand aan de aanstaande discussie uit dat regelgeving rondom ondernemers niet alleen een probleem is voor EZK, waarbij hij verwees naar de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). ¨We hebben een systeem voor regelgeving ontworpen dat allerlei goede bedoelingen aanhangt. In de praktijk zien we echter dat die bedoelingen niet altijd als zodanig ervaren worden door de ondernemers.¨, aldus Camps. Reden voor organisatie van dit Reuring!Café was dan ook om de volgende stap te zetten in het benodigde begrip tussen ondernemer, beleidsmaker en toezichthouder.

Yvonne de Boer, kapper, eigenaar van Hairtrends in Amsterdam en oprichter van Stichting Haarwensen, kreeg als eerste bankgast het woord. De Boer stelde dat het leven als ondernemer niet altijd eenvoudig is. ¨Ondernemer zijn is ontzettend divers. Binnen grote bedrijven heeft iedereen een specifieke taak en specialisatie. Als eigenaar van een klein bedrijfje wordt echter van je verlangd dat je alles kan en doet, van dienstverlening tot administratie. Dat betekent echter niet dat we ook overal goed in zijn.¨, aldus De Boer. Leander Grotenhuis, kapper en eigenaar van Leander Grotenhuis Hairdressers in Dieren, sloot zich hierbij aan en stelde dat hij door de toegenomen regelgeving en eisen vanuit de overheid inmiddels anderhalve dag per week bezig is met ondernemerschap, tijd die hij voorheen in de winkel doorbracht: ¨Dat kan toch niet de bedoeling zijn?¨.

Grote gemene deler
Rob Triemstra, plv. directeur Gezond en Veilig Werken bij het ministerie van SZW, gaf aan de ondernemers goed te begrijpen: ¨We zijn als overheid te vaak bezig met het schrijven van regelgeving, maar vergeten soms dat het belangrijk is om ín het bedrijf te blijven kijken.¨. De Boer reageerde hierop met de uitnodiging om een dagje mee te werken in haar kapperszaak. Frank van Diepenbeek, directeur Handhavingsbeleid en plv. inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport bij het ministerie van IenW, stemde in met de opmerking van Triemstra voegde daaraan toe dat men de gemeenschappelijke doelen niet uit het oog moet verliezen: ¨Iedereen vindt veilig en vrij werken belangrijk. Dat is de grote gemene deler. Laten we daar dan ook naar handelen.¨.

Camps brak in in de discussie en stelde dat vooral handhaving van regels de crux is. ¨Zowel ondernemer, beleidsmaker als toezichthouder vinden het geen probleem dat er regelgeving is. Ook roepen alle partijen om handhaving en aanpak van ondernemers die zich niet aan de regels houden. Tegelijkertijd wil geen enkele ondernemer elke dag een handhaver voor de deur.¨, aldus Camps. Van Diepenbeek reageerde hierop door te stellen dat handhaving vooral een probleem is door het gebrek aan capaciteit, iets dat op onbegrip stuitte bij Grotenhuis: ¨Het is soms zo overduidelijk dat een ondernemer de regels overtreedt en dan wordt er niks gedaan. De overheid zou moeten inzetten op risicogericht handhaven.¨.

De vier bankgasten bereikten nog voor de korte pauze overeenstemming over het feit dat regels gebruiksvriendelijk moeten zijn. Triemstra stelde daarbij: ¨We hebben er sinds kort ook voor gekozen om de voorwaarde aan regels te stellen dat ze iets moeten bereiken. Het is niet langer de regel om de regel.¨. Ook waren de bankgasten positief over de ontwikkeling van de BHV-app, een goed voorbeeld van praktische uitwerking van regels.

Right to challenge en gezond verstand
Na de pauze was er ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van de aanwezigen richtte zijn vraag aan Maarten Camps, en vroeg of invoering van een onafhankelijke instantie die regels toetst een goed idee zou kunnen zijn. Camps reageerde hierop door de stellen dat deze instantie al bestaat en voegde toe dat hij een voorstander van invoering van de ´right to challenge´ is, een methode om onhandige regelgeving op te sporen. ¨Deze methode vergt echter wel ruimte en die moeten wij durven geven.¨, aldus Camps. Triemstra voegde daaraan toe dat we ons vooral moeten laten leiden door ´gezond verstand´, alleen zo komen we volgens Triemstra verder.

Als afsluiter van het debat nodigde De Boer nogmaals alle bankgasten uit om mee te komen werken in haar kapperszaak. Mark Frequin sloot de avond af, bedankte alle bankgasten en de host en adviseerde iedereen om vooral mee te eten.

OPSI Webinar | Innovation Skills 101 | 26 juni

OPSI Webinar | Innovation Skills 101 | 26 juni

 

 

Op 26 juni 2018 om 16.00 uur zal OPSI haar openings- ‘Innovatie Skills 101’ webinar organiseren.
Dit gratis webinar van een uur is bedoeld voor nieuwe innovators die innovatie in de publieke sector beter willen begrijpen en hun innovatievaardigheden willen vergroten.

Wat de webinar-deelnemers krijgen:

* Inleiding tot innovatie in de publieke sector: kernbegrippen en een overzicht van de levenscyclus van de innovatie
* Advies om problemen beter in te kaderen, om een meer innovatieve (in plaats van een normale, zoals gewoonlijk) reactie op te wekken
* Directe toegang tot een innovatievaardigheden-specialist om uw vragen te laten beantwoorden
* Doorlopende ondersteuning via een op maat gemaakte groep op het OPSI-community platform

Alle nieuwe innovators, die willen beginnen aan hun innovatiereis in een ondersteunende omgeving, zijn welkom.

Registreer hier!

FUTUR & VGS matching | Laat een jonge ambtenaar met je meelopen | 2-6 juli

FUTUR & VGS matching | Laat een jonge ambtenaar met je meelopen | 2-6 juli

Laat een jonge ambtenaar met je meelopen!

JONG & AANWEZIG: GA JIJ DE MATCH AAN?!
Hoe ben je als gemeentesecretaris aanwezig in de organisatie en in je gemeente? Geef jonge ambtenaren een inkijkje in jouw dagelijks werk als gemeentesecretaris en ga in gesprek over jouw aanwezigheid. Wil jij hierbij worden uitgedaagd door de verfrissende inzichten van jonge ambtenaren? Geef je dan nu op!

FUTUR organiseert in samenwerking met de Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS) weer een match met gemeentesecretarissen! Dit evenement valt onder de #RoadtoHartvanBrabant en is een voorbereiding op het VGS-congres dat in september in Tilburg plaatsvindt.

Aanwezige ambtenaar & gemeentesecretaris
Het thema voor het VGS congres 2018 in Tilburg is ‘The Essence of Presence’: hoe ben jij als gemeentesecretaris aanwezig in je organisatie en in je gemeente? Tijdens dit event van FUTUR in de aanloop naar het congres ligt de nadruk op het geïnspireerd te raken over het werk van een gemeentesecretaris en wat jij als gemeentesecretaris kan leren van de manier waarop jonge ambtenaren aanwezig zijn in een organisatie en in de samenleving. Deze match geeft je nieuwe inzichten over hoe jonge ambtenaren de aanwezigheid van gemeentesecretaris ervaren, welke ideeën zij hierover hebben en hoe zij dit toepassen in hun dagelijks werk. Het is natuurlijk ook gewoon een mooi moment om kennis en ervaring met elkaar uit te wisselen!

Wat houdt de match precies in?
Tot 15 juni kun je je opgeven via dit deelnameformulier. Je wordt dan gematched aan een jonge ambtenaar. In de week van 2 tot en met 6 juli vindt deze uitwisseling plaats. Reserveer ook alvast donderdag 5 juli tussen 14.30-17.00 in je agenda. Dan organiseren we een prikkelend terugkom-evenement waar de ervaringen van de matches met elkaar worden gedeeld. Dit evenement vindt plaats in de stad Utrecht.

Benieuwd naar eerdere ervaringen?
Vorig jaar organiseerde FUTUR deze matching ook. Toen in het kader van de #RoadtoAmsterdam. Maar liefst 85 matches zijn er toen tot stand gekomen!  Lees hier en hier meer over de ervaringen van eerdere deelnemers.

Verslag VOM Jaardiner | Niet op ieder potje past hetzelfde dekseltje | 29 mei

Verslag VOM Jaardiner | Niet op ieder potje past hetzelfde dekseltje | 29 mei

Niet op ieder potje past hetzelfde dekseltje

‘Het individu versus het systeem’, is het leidende thema van de door de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) georganiseerde evenementen in 2018, waaronder bijvoorbeeld de Reuring!Cafés. De kerntaak van de overheid is veel voor het individu te betekenen, echter kan het introduceren van veel regels tot het tegenovergestelde leiden, namelijk dat de overheid de burger in de weg zit. Hoe kunnen we als overheid meer maatwerk leveren om dit tegen te gaan? Deze vraag stond centraal tijdens het jaarlijkse VOM Jaardiner, dat op dinsdag 29 mei in De Glazen Zaal in Den Haag gehouden werd. Met dit diner bedankt de vereniging overheidsmanagers en partners die een bijdrage hebben geleverd aan de VOM.

Jaap Uijlenbroek van de Belastingdienst trapte de avond af met een open verhaal over enkele opgaven waar de Belastingdienst mee te maken heeft als systeem. Hij gaf daartegenover als voorbeeld de afdeling Toeslagen, waar een “verdraaid complex systeem” goed uitgevoerd wordt. Uijlenbroek noemde drie randvoorwaarden voor een goed werkend systeem: stabiliteit, kijken vanuit de ogen van het individu en samenwerken over bestuurslagen heen. Vervolgens ging de discussie over het individu versus systeem aan tafel verder. Er werd ingegaan op verschillende vragen rondom het systeem. ‘Wat is het systeem?’ en ‘in hoeverre mag er voorbij gegaan worden aan wet- en regelgeving om tot oplossingen te komen?’. Moet er bijvoorbeeld geen marge bestaan om uitzonderingen op de wet- en regelgeving te kunnen maken voor de mensen die tussen meerdere (deel)systemen invallen? Zou het systeem niet meer responsief ingericht moeten zijn? Daarnaast werd geopperd dat wij met het huidige systeem, steeds meer in de richting van eenmalig vastleggen en meervoudig gebruik. Dat is handig voor de burger, omdat hij of zij dan niet steeds dezelfde informatie hoeft te verstrekken. Maar wat als er iets mis gaat en ergens in die basisregistraties iets wordt vastgelegd, dat consequenties heeft op ander vlakken? Daartegenover werd gesuggereerd dat het systeem helemaal niet bestaat en slechts een samenbundeling is van los van elkaar functionerende algoritmes. Doordat algoritmen niet op elkaar passen en men toch probeert de verbinding te forceren, ontstaan fouten in het systeem. En wat moet een beleidsmedewerker die op zijn klompen aanvoelt dat het niet klopt, terwijl het algoritme de andere kant op wijst? Dit kan ook positief benaderd worden: kunnen deze algoritmen een einde maken aan ambtelijke en bestuurlijke willekeur en vooroordelen die we allemaal bezitten?

Renée Frissen van OpenEmbassy opende de ogen met haar verhaal over een jong meisje uit Eritrea dat naar Nederland kwam om arts te worden, maar ontdekte dat zij zwanger was en door allerlei bijkomende omstandigheden niet geholpen kon worden. Frissen eindigde met de vraag: “Heeft jouw organisatie de juiste perspectieven in huis om de juiste vragen te kunnen stellen?” We nemen te veel mensen aan die zijn zoals wijzelf en kijken te veel vanuit stereotypen naar anderen. Alleen door diversiteit in besluitvorming nóg verder te stimuleren kan er beleid voor iedereen ontwikkeld worden. Niet de witte, oude beleidsambtenaar die beslist voor de vluchteling, maar juist de vluchteling die zelf meedenkt over wat het beste voor hem of haar is. Niet op ieder potje past hetzelfde dekseltje. Daarnaast geven we de professionals een dubbele boodschap mee: enerzijds moeten zij de mensen in het land zo goed mogelijk helpen, aan de andere kant moeten zijn attent zijn op fraude en misbruik. Wat doet zoiets met de burger aan de andere kant van de balie of aan de keukentafel?

Albert Jan Kruiter van het Instituut voor Publieke Waarden sloot de avond af met zijn kritische blik op het systeem. Uitspraken als: “het systeem is niet ontworpen om het individu te kennen, maar om het te ont-kennen” en “bureaucratie is een cultuurvorm, een perverse opvatting van gelijkheid” gaven de discussie aan de tafels weer een hele andere wending. Waarbij de aanhangers en tegenhangers van ‘het systeem’ recht tegenover elkaar kwamen te staan. Volgens Kruiter moeten we beleid schrijven aan de kant van de uitvoering en dat naar de politiek brengen en niet andersom. Aan tafel werd gezegd dat beleidsmakers echt wel ruimte hebben om maatwerk te leveren, maar krijgen medewerkers ook genoeg de ruimte om de verantwoordelijkheid te nemen? Mogen zij ook eigen afwegingen maken zonder dat zij daar op afgerekend worden? Of durven zij vaak deze verantwoordelijkheid niet te nemen en kiezen zij dan sneller voor de veilige weg van opgestelde regels en wetten?

Kortom, er zijn nog genoeg onbesproken thema’s die aandacht verdienen de komende jaren om de kloof tussen het individu en het systeem te kunnen verkleinen. Daarom zal de VOM ook het komende jaar bezig houden met schurende thema’s en het aanhoudende spanningsveld tussen individuele burgers en de overheid.

Verslag Lunchbijeenkomst | De kunst van het innoveren | 29 mei

Verslag Lunchbijeenkomst | De kunst van het innoveren | 29 mei

De kunst van het innoveren

Op 29 mei 2018 vond er in het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een lunchbijeenkomst plaats over innovatie. De bijeenkomst was een initiatief van het ministerie zelf in samenwerking met Haagse Beek organisatieadvies en de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM). Het was een interessante en inspirerende bijeenkomst die in het teken stond van het nieuwe boek “Van indammen naar laten stromen” van Menno Spaan, bestuurskundige en organisatieadviseur. Het boek bevat zestien praktijkvoorbeelden van geslaagde innovaties in de publieke sector. Vertegenwoordigers van twee van de innovatieve projecten deden tijdens de bijeenkomst hun verhaal. Menno Spaan zette uiteen hoe hij op basis van de voorbeelden een operationeel innovatiemodel ontwikkeld heeft met nuttige handreikingen om in de praktijk aan de slag te gaan met innovatie.

Simone Roos, directeur-generaal Overheidsorganisatie bij het Ministerie van BZK, opent de bijeenkomst door alle aanwezigen van harte welkom te heten: “De flink gevulde zaal en het hoge aantal aanmeldingen tonen het belang van deze middag en de grote interesse in het thema innovatie”. Simone Roos nodigt de auteur en de twee presentatoren van de succesvolle praktijvoorbeelden uit om naar voren te komen voor een kennismaking. “Vóór de aanwezige sprekers hun presentaties gaan verzorgen, wil ik kort in gesprek met de auteur van het prachtige boek dat vandaag centraal staat, een boek dat door Maarten Schurink, onze secretaris-generaal, gekenmerkt werd als ‘verplichte kost’ voor iedereen in het publieke domein”, vervolgt Roos, waarna ze Spaan uitnodigt voor het gesprek.

Iedereen kan bijdragen aan innovatie
Spaan neemt plaats achter een ronde statafel, waarop Roos hem vraagt kort toe te lichten hoe het schrijven van het boek hem bevallen is. “Het schrijven van een boek is zwaar en kost veel tijd en energie. Het spannendste moment is misschien echter wel het moment waarop het voor het eerst gelezen wordt. Als dan enthousiast gereageerd wordt, is dat een geweldig gevoel”, aldus Spaan. Roos vervolgt: “Jouw boek gaat over innovatie en je stelt dat iedereen verplicht is om bij te dragen aan innovatie, maar wat is innovatie nou precies en is iedereen wel voldoende in staat om te innoveren?” Spaan antwoordt “Innovatie is de succesvolle introductie van iets nieuws, iets dat anders is. Voorbeelden zijn vernieuwing van de democratie zoals in de casus in het boek bij de gemeente Zeist, het zelfsturend werken zoals in één van de andere casussen of het project Ruimte voor de Rivier, waar men de dijken niet hoger heeft gemaakt tegen bescherming van het water, maar juist heeft weggehaald om rivieren meer ruimte te geven. En het goede nieuws is: iedereen kan op ieder moment vanuit iedere functie bijdragen aan innovatie. Het innovatieproces omvat meer dan creatieve sessies met geeltjes plakken. Het is een proces waarin ondernemende ambtenaren hun nek durven uitsteken, maar ook complexe probleemoplossers een rol vervullen. Ook zijn er mensen nodig die zorgvuldig kunnen implementeren. Van belang is verder dat er ambtenaren zijn die zich heel erg goed kunnen verplaatsen in de doelgroep. Er wordt je geleerd om met distantie naar beleidsprocessen te kijken, maar inleven in de doelgroep is heel belangrijk.” Roos vraagt: “en wat betekent innoveren voor bestuurders? Wat is hun rol?” Spaan: “Bestuurders moeten ruimte bieden om niet het gebaande pad van lang nadenken te volgen en durven om experimenteerruimte te creëren. Zij zorgen voor de omstandigheden waarbinnen innovaties tot stand komen. Vervolgens moeten ze daar vooral ruimte voor geven en nog niet gaan besturen. Dat komt pas later, als het nodig is om werkwijzen in praktijk te laten slagen.”

De Energie- en Grondstoffenfabriek
Het eerste praktijkvoorbeeld dat gepresenteerd wordt is het samenwerkingsverband van waterschappen om energie en grondstoffen aan afvalwater te onttrekken: de Energie- en Grondstoffenfabriek. Shane Kleyhorst, voorzitter van de Energie- en Grondstoffenfabriek en werkzaam bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, doet zijn verhaal. “Men denkt bij waterschappen altijd aan een aantal kerntaken, zoals het op peil houden van de waterstand of het beheren van de dijken, maar waterschappen dragen ook zorg voor de zuivering van afvalwater. Onder druk van de publieke opinie en de alsmaar urgenter wordende klimaatdoelstellingen is daar een nieuwe missie bijgekomen, namelijk het onttrekken van grondstoffen en energie aan afvalwater”, aldus Kleyhorst. Afvalwater bevat namelijk een hoop stoffen waar producten van kunnen worden gemaakt. Met neo-alginaat kan beton verhard worden en met bioplastic kunnen afbreekbare flesjes gemaakt worden. Kleyhorst stelt dat voor innovatie lef en kennis nodig is. Obstakels zijn niet altijd obstakels. Markten waar producten verkocht worden staan daar bijvoorbeeld veel meer voor open dan men vaak denkt. “Zolang er kwaliteit, massa en leveringszekerheid van een product is, is de markt bereid om de verkoop van dit product tot een succes te brengen”, aldus Kleyhorst. Kleyhorst schetst aan de hand van het model van Spaan welke fasen in het innovatieproces zijn doorlopen.

Ruimte voor de Rivier
Het tweede praktijkvoorbeeld is Ruimte voor de Rivier: een aanpak waarmee Nederland op zowel bestuurlijk als technologisch innovatieve wijze beschermd wordt tegen overstromingen. Het is een aanpak die internationaal veel aandacht krijgt. Hans Brouwer van Rijkswaterstaat, als riviertakmanager betrokken geweest bij het gehele project, vertelt: “In de jaren ´90 waren er risicovolle incidenten met rivieren en dreigende overstromingen. Dit leidde tot het besef, dat we in Nederland lang aandacht besteed hebben aan het gevaar van buitenaf, namelijk de kust, en daarbij de binnenlandse gevaren onderschat hebben, namelijk het water dat door onze landschappen stroomt.” Brouwer vervolgt zijn verhaal daarna met het uitgangspunt van het project: “Men moet niet vechten tegen het water, maar juist samenwerken. Door geulen te maken, kribben te verlagen en rivieren te verbreden of te verdiepen, overstromen rivieren niet meer. Het lijkt conservatief, maar het is in feite hoogwaardig watermanagement waar veel innovatieve oplossingen uit voortkomen. Een aansprekend voorbeeld is het gebruik van het oude principe van terpen. Voor een groep boeren is dit mogelijk gemaakt, zodat zij konden blijven wonen in de Overdiepse polder, in de uiterwaarden van de rivier.”

Receptenboek voor innovatie
Na afloop van de twee sprekers krijgt Menno Spaan weer het woord. Hij geeft aan dat zijn boek opgebouwd is als een ´receptenboek’ voor innovatie. “Op basis van het type innovaties dat je beoogt, succesgebieden en een passende strategie, kan eenieder zijn of haar innovatieproces inrichten.” Hij benadrukt de morele verplichting van publieke organisaties om naar innovaties op zoek te zijn, maar geeft ook aan dat niet iedereen altijd hoeft te innoveren: “De overheid moet tweehandigheid ontwikkelen waarbij één hand bestemd is voor het binnen regels en procedures, tijdig leveren van producten, en de andere hand voortdurend op zoek gaat naar nieuwe werkwijzen. De publieke sector is hier geknipt voor, geschikter zelfs dan private organisaties. Ga dus aan de slag!”, aldus Spaan.

Frans van Dongen (ministerie van BZK) sluit af en bedankt het publiek voor de aanwezigheid en de sprekers voor hun bijdragen. De deelnemers krijgen ieder het boek uitgereikt. Met interessante gasten en een leuk programma heeft de lunchbijeenkomst de deelnemers geïnspireerd en geënthousiasmeerd.

 

Pagina 4 van 6« Meest recente...23456