Op dinsdag 17 februari heeft de Vereniging voor OverheidsManagement een nieuwe Reuring!Café georganiseerd in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze avond stond in het teken van de toekomst van het goederenvervoer.
De avond begon traditiegetrouw met muziek verzorgd door de ¨Wizards of AZ¨ Ook traditiegetrouw nam Mark Frequin de leiding om deze debatavond in goede orde te leiden. Brigit Gijsbers vervulde deze avond de rol van host. En deed dat vanuit haar functie als plaatsvervangend directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.



De bank gasten die deelnamen aan de avond hadden een breed palet aan kennis vanuit verschillende functies die ze bekleedden;
- Lorant (Lori) Tavasszy is professor voor Goederenvervoer en Logistics aan de Technische Universiteit Delft. Verder is hij voorzitter van de wetenschappelijke commissie van de World Conference on Transport Research Society (WCTRS), een forum voor de uitwisseling van ideeën tussentransport-onderzoekers, beleidsmakers en docenten van over de hele wereld.
- Elisabeth Post is bestuursvoorzitter van Transport en Logistiek Nederland (TLN). TLN is een ondernemingsorganisatie voor de transport- en logistieksector, die aan een gunstig ondernemersklimaat in Nederland en Europa werkt.
- Annemiek Verrips is plaatsvervangend sectorhoofd verstedelijking en mobiliteit bij het planbureau voor de leefomgeving
- Jaco van Meijeren is Senior Lead Consultant Supply Chain Innovation bij TNO. De focus van zijn werk ligt op het ontwikkelen, evalueren, implementeren en opschalen van innovatieve technologieën en werkwijzen binnen vrachtvervoer, logistiek en toeleveringsketen.

Mark trapte af door met Brigit in gesprek te gaan over de grote uitdagingen in het goederenvervoer. Brigit benadrukte dat de logistieke sector een enorme omvang heeft, wat zorgt voor aanzienlijke complexiteit rond thema’s als digitalisering, verduurzaming en leveringszekerheid. Zeker in de huidige geopolitieke context rijst daarbij de vraag of bedrijven over voldoende voorraden beschikken om hun leveringen aan consumenten en andere bedrijven te kunnen blijven garanderen.
Brigit benadrukte dat de onderhoudsopgave in Nederland immens is. Het beschikbare budget uit het Mobiliteitsfonds van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt grotendeels ingezet voor beheer en onderhoud, waardoor er nauwelijks
ruimte resteert voor uitbreiding van de infrastructuur. Ze sloot af met de prangende vraag hoe het bedrijfsleven het transport efficiënter kan organiseren in haar ogen een van de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren.

Consumentengedrag veranderen, of logistiek verbeteren?
Nadat alle bankgasten hadden plaatsgenomen, opende Mark het gesprek met een vraag over consumentengedrag. Hij vroeg zich af of de aanhoudende groei in de logistieke sector niet zou kunnen worden afgeremd met een rijksmaatregel die de vraag naar goederen beperkt. Lori Tavasszy gaf aan dat dit in de praktijk lastig uitvoerbaar is. Volgens hem is consumptie in zekere zin een ‘bodemloos vat’: zelfs in een tijd van deglobalisering nemen toeleveringsketen in omvang en complexiteit toe, waardoor goederenstromen eerder groeien dan krimpen.
Daarop legde Mark de vraag voor aan Annemiek Verrips of het stimuleren van een meer circulaire economie dan een effectievere route zou zijn, met als doel de afhankelijkheid van buitenlandse goederenstromen te verminderen. Verrips nuanceerde dit beeld: wanneer meer productie in Nederland plaatsvindt, leidt dat ook tot extra binnenlandse goederenstromen.Tavasszy vulde aan dat een toenemende circulariteit bovendien nieuwe economische activiteiten genereert, die op hun beurt weer extra transportbewegingen met zich meebrengen.
Jaco van Meijeren sloot de discussie af met een prikkelende vraag aan de zaal: wie is bereid minder te bestellen en minder op vakantie te gaan?
Samenwerking in de logistieke sector
Elisabeth Post sprak met zichtbaar enthousiasme over de sector.Tegelijkertijd plaatste zij een kritische kanttekening bij de onderlinge samenwerking. “Daarmee doelde zij op het gebrek aan onderling vertrouwen dat, net als in andere sectoren, ook in de logistiek voorkomt.” Volgens haar vraagt echte samenwerking om tijd, vertrouwen en elkaar iets te gunnen.
Wat dit bemoeilijkt, is de sterke concurrentiedruk. De logistieke markt is zeer competitief, waardoor bedrijven terughoudend kunnen zijn in het delen van kennis of capaciteit.

Economische waarde van de sector
Volgens Jaco van Meijeren vormt goederenvervoer een essentiële logistieke schakel die van fundamenteel belang is voor het functioneren van de economie.Hij illustreerde dat met een treffende anekdote: “Ik zag ooit een foto op een vrachtwagen waarop stond: without transport everyone is naked, homeless and hungry. Mensen lachen daarom, maar het is natuurlijk een waanzinnige waarheid.”
Hij benadrukte dateen goed functionerend goederenvervoer een cruciale randvoorwaarde is voor het verdienvermogen van alle andere sectoren.
Verduurzaming in de sector
Annemiek Verrips wees op de toenemende invloed van Europees beleid: “De emissiehandel zoals die nu bestaat voor de industrie en elektriciteitssector wordt uitgebreid naar de mobiliteitssector.” Daarmee wordt ook het goederenvervoer nadrukkelijker onderdeel van het klimaatbeleid.
Zij gaf aan dat het spoorvervoer al grotendeels elektrisch is, maar dat er in de binnenvaart nog aanzienlijke stappen gezet moeten worden.
Lori Tavasszy benadrukte dat verduurzaming niet los kan worden gezien van andere systeemontwikkelingen, zoals de energie-infrastructuur. “Als je veertien jaar moet wachten op een aansluiting als bedrijf, zal het heel lang duren voor dat je een elektrische vrachtwagen hebt.” Volgens hem moet de energietransitie gelijktijdig met logistieke innovaties worden aangepakt.
Modal shift of modal optimum
Het gesprek verschoof vervolgens naar de modal shift: de strategische verschuiving van goederenvervoer van de weg naar duurzamere alternatieven zoals spoor en binnenvaart.
Brigit gaf aan dat hier al lange tijd beleid op wordt gevoerd, maar dat de resultaten beperkt blijven tot “hele kleine succesjes”. Tegelijkertijd groeit het aandeel van wegvervoer relatief ten opzichte van water en spoor.
Lori Tavasszy stelde dat de binnenvaart zich sterk heeft geprofessionaliseerd en daardoor marktaandeel heeft gewonnen, maar dat deze groei inmiddels is afgevlakt. Volgens hem is het, “hoe hard er ook voor gewerkt wordt”, lastig om grote volumes structureel van de weg naar spoor of binnenvaart te verplaatsen.
Elisabeth Post wees op de praktische voordelen van wegtransport. Ondanks filevorming blijft het volgens haar vaak flexibeler en sneller dan spoorvervoer. De internationale spoorsector is complex, mede doordat veel nationale spoorbedrijven voormalige staatsbedrijven zijn die nog steeds bescherming genieten.
Ze gaf een concreet voorbeeld: “Je kunt van hier een container naar Italië vervoeren en er vrij vlot zijn.” Maar vervolgens moet je wachten tot je container beschikbaar komt, en het kan best zijn dat die er drie dagen staat. Tegen die tijd ben je er met de vrachtwagen al lang voorbij.”
Post pleitte daarom niet voor een strikte modal shift, maar voor een “modal optimum”: een optimale verdeling van vervoersstromen. Alleen met een betere Europese samenwerking en vereenvoudiging van het systeem kan een multimodaal netwerk effectief functioneren.

Vragen uit de zaal
Autonoom rijden
Op de vraag of autonoom rijden een oplossing kan zijn voor arbeidsmarktschaarste, reageerde Jaco van Meijeren positief. In landen zoals de Verenigde Staten wordt hier al langer mee geëxperimenteerd. Hij waardeert de stappen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, maar vindt dat het tempo hoger mag liggen.
Annemiek Verrips wees op het kostenaspect: bij wegvervoer vormt de chauffeur de grootste kostenpost. Autonoom rijden kan het vervoer dus goedkoper maken.
Elisabeth Post verwacht dat autonoom rijden binnen tien tot vijftien jaar realistisch kan zijn, maar plaatst een kanttekening bij stedelijke gebieden. In complexe binnensteden, zoals Amsterdam, blijven chauffeurs waarschijnlijk noodzakelijk.
De rol van de overheid
Op de vraag welke rol de overheid moet spelen in het goederenvervoer, stelde Lori Tavasszy dat uitbreiding van infrastructuur op zichzelf niet de oplossing is — iets wat volgens hem ook wetenschappelijk is onderbouwd. Hij ziet voor de overheid vooral een rol als marktmeester, innovatie aanjager en regelgever. Marktwerking is belangrijk, maar de vraag is volgens hem met welke instrumenten de overheid wil en kan sturen.
Elisabeth Post benadrukte daarnaast de faciliterende rol van de overheid, met name bij infrastructuur en onderhoud. Zij wees op een tekort van 34,5 miljard euro, wat leidt tot achterstallig onderhoud. Ze vergeleek dit met woningonderhoud: “Je kunt de schilder uitstellen en dit jaar op vakantie gaan. Maar als je dat een aantal keer doet, moet je de kozijnen vervangen omdat ze verrot zijn. Dat is veel duurder dan elk jaar schilderen.”
Ze legt de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij het ministerie of Rijkswaterstaat; dat volgens haar met beperkte middelen goed werk levert, maar ook bij de Tweede Kamer en het kabinet.
Birgit Gijsbers wees op het belang van digitalisering. De overheid heeft het programma Digitale Infrastructuur en Logistiek opgezet, met pilots onder meer in het containervervoer. Door betere data-uitwisseling kan de logistieke keten efficiënter worden ingericht. Dit vraagt volgens haar wel om wederzijds vertrouwen, omdat bedrijven data met elkaar moeten delen.
Slot
Tijdens de afronding benadrukte Annemiek Verrips opnieuw het belang van de overheid als facilitator, zowel in onderhoud als in het sturen van goederenstromen via prijsprikkels.
Elisabeth Post deed een duidelijke oproep aan het kabinet om op het dossier Infrastructuur en Waterstaat lef, leiderschap en doorzettingsvermogen te tonen. Dossiers moeten worden aangepakt, niet vooruitgeschoven.
Lori Tavasszy onderstreepte dat de overheid vooral als toezichthouder, regelgever en facilitator van innovatie moet optreden.
Jaco van Meijeren sloot af met een pleidooi voor meer experimenteerruimte en mogelijkheden voor innovatieve ontwikkelingen — ruimte die volgens hem essentieel is om de logistieke sector toekomstbestendig te maken.


Geef een reactie