• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
VOM Online

VOM Online

Events

31 maart 2026|Leestijd: 11 - 15 min

Tim WoertinkStagiair

Deel dit artikel

  • Deel op Twitter Deel op Twitter
  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

Dit was REURING!Café #134: Hoe werkt de democratie?; Werkt de democratie?

Op dinsdag 24 maart 2026 organiseerde de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM), in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een nieuwe editie van het Reuring!Café. Deze 134e editie stond in het teken van een urgent en actueel vraagstuk: hoe werkt onze democratie – en functioneert zij nog zoals bedoeld?

In een tijd waarin democratie steeds minder vanzelfsprekend lijkt, vormde deze avond het podium voor een indringend gesprek over de staat van onze democratische rechtsstaat. Internationale spanningen, maatschappelijke onvrede, toenemend wantrouwen richting instituties en de opkomst van nieuwe politieke dynamieken zorgen voor fundamentele vragen over representatie, legitimiteit en bestuurbaarheid. Met de recente uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen in het achterhoofd, werd deze democratische worsteling vanuit verschillende perspectieven belicht.

De avond begon traditiegetrouw met muzikale begeleiding, waarna debatleider Mark Frequin het gesprek in goede banen leidde. De rol van de host werd deze editie vervuld door Arne van Hout, directeur-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vanuit zijn rol en ervaring gaf hij richting aan de centrale vragen van de avond.

De bankgasten vertegenwoordigden een breed spectrum aan kennis en ervaring op het gebied van democratie, bestuur en samenleving:

  • Mark Bovens is emeritus-hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht en voormalig lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Hij publiceerde uitgebreid over democratie en representatie vraagstukken, waaronder het invloedrijke boek Diplomademocratie.
  • Karen van Oudenhoven is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar Maatschappelijke Veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar werk richt zich op sociale cohesie, inclusie en de veerkracht van de samenleving.
  • Marianne van den Anker is ombudsman Rotterdam-Rijnmond en landelijk ambassadeur in de aanpak van eenzaamheid. Met haar achtergrond in bestuur, media en politiek brengt zij een scherp perspectief op de relatie tussen burger en overheid.
  • Alexander Pechtold is sinds september 2025 burgemeester van Delft. Daarvoor was hij onder meer minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer en beschikt hij over brede ervaring binnen zowel het lokale als nationale bestuur.

Met deze diverse tafel van experts ontstond een levendig en gelaagd gesprek over de vraag hoe onze democratie functioneert, waar zij onder druk staat en wat nodig is om haar toekomstbestendig te maken.

Opening en introductie

Na de introductie van het onderwerp door Arne van Hout en de presentatie van de bankgasten; op traditionele wijze met gedichtjes, ging het gesprek van start.

Verschillende vormen van democratie

Toen de bankgasten eenmaal waren geacclimatiseerd, begon het gesprek over de verschillende vormen van democratie.

Mark Bovens legde uit dat er uiteenlopende opvattingen bestaan over wat democratie inhoudt. Volgens hem wordt vaak onderscheid gemaakt tussen een liberale democratie; de democratische rechtsstaat en een electorale democratie.

Zoals hij het verwoordde: er is brede steun voor democratie in de zin van verkiezingen en meerderheidsbesluitvorming. Tegelijkertijd is de rechtsstatelijke dimensie volgens hem veel complexer. Daarmee doelt hij op het systeem van checks and balances, waarin ook niet-gekozen instituties; zoals de Raad van State en de rechterlijke macht, besluiten van de overheid kunnen toetsen en eventueel tegenhouden.

Volgens Bovens is dit aspect van democratie minder vanzelfsprekend en wordt de waardering ervoor in sterke mate beïnvloed door opleidingsniveau. Hij stelt dat praktisch opgeleide burgers vaker behoefte hebben aan directe en tastbare vormen van democratie, terwijl universitair opgeleide burgers vaker waarde hechten aan institutionele waarborgen zoals checks and balances.

Democratie als meer dan alleen meerderheid

Gespreksleider Arne van Hout sloot zich hierbij aan. Hij benadrukte dat het reduceren van democratie tot enkel verkiezingen en meerderheidsbesluitvorming afbreuk doet aan de manier waarop onze samenleving is ingericht.

Volgens hem bestaat die democratische samenleving uit twee essentiële elementen. Ten eerste zijn er verkiezingen, die leiden tot coalitievorming en uiteindelijk tot een meerderheid die besluiten neemt die voor iedereen gelden. Maar minstens zo belangrijk is het tweede element: ook de rechten van minderheden moeten worden gerespecteerd en beschermd.

Als dat tweede aspect verdwijnt, is er volgens van Hout geen sprake meer van een democratische rechtsstaat. Hij merkt op dat dit besef in het publieke debat regelmatig naar de achtergrond verdwijnt.

Leiderschap en het beeld van ‘sterke’ politici

Karen van Oudenhoven bracht vervolgens naar voren dat de voorkeur voor ‘sterke leiders’ niet direct samenhangt met opleidingsniveau, maar wel met politieke voorkeur. Aanhangers van partijen zoals PVV, FVD en JA21 blijken vaker een voorkeur te hebben voor sterke leidersfiguren.

Wat wél samenhangt met opleidingsniveau, is de mate waarin waarde wordt gehecht aan de rechtsstaat.

Marianne van den Anker haakte hierop in door het gesprek te verbreden naar leiderschapsstijlen. Zij gaf aan dat zij in bestuurskamers vaak ziet dat vrouwen in hoge posities geneigd zijn om vooral ‘masculiene’ kwaliteiten te tonen, zoals hard optreden en daadkrachtig besluiten nemen.

Tegelijkertijd ziet zij dat wanneer mannen juist sterk leunen op hun ‘zachte’ kant, dit kan doorslaan in wat zij omschrijft als oeverloze empathie.

Haar pleidooi is daarom voor balans: leiderschap vraagt zowel om empathie, aandacht en luistervermogen; kwaliteiten die zij associeert met feminiene waarden, als om richting geven en het nemen van besluiten. Juist de combinatie van beide maakt volgens haar effectief leiderschap mogelijk.

Nieuw leiderschap en toegang tot het recht

Marianne van den Anker stelt dat de kern van nieuw leiderschap begint bij de democratische rechtsstaat. Vanuit haar rol als ombudsman ziet zij dat de toegang tot het recht in Nederland op dit moment onvoldoende is gegarandeerd.

Met toegang tot het recht bedoelt zij dat burgers de overheid moeten kunnen begrijpen. Wanneer mensen de overheid niet begrijpen, hebben zij hulp nodig, maar die hulp is vaak niet beschikbaar. Zelfs wanneer burgers de overheid wel begrijpen en ondersteuning zoeken, blijkt dat er een tekort is aan sociale advocaten.

Daarnaast verschilt de beschikbaarheid van sociale raadslieden per gemeente. In sommige steden, zoals Rotterdam, zijn zij wel aanwezig, maar dit is niet overal het geval. Burgers kunnen ook terecht bij de gemeente voor klachten of bezwaarprocedures via de eerstelijns klacht afhandeling. Volgens Van den Anker beschikken deze instanties echter over onvoldoende middelen om klachten adequaat en vanuit het perspectief van de inwoner op te lossen. Dit leidt tot teleurstelling bij burgers.

Een ander probleem dat zij aankaart, is de versnippering van dienstverlening. Voor elk afzonderlijk probleem, zoals huisvesting of belastingzaken, moeten burgers naar een ander loket. Dit maakt het systeem overzichtelijk en belastend. Zij pleit daarom voor het doorbreken van deze verkokering, omdat mensen verdwalen in wat zij omschrijft als een loketten jungle en zich niet gehoord voelen. Zoals zij het kernachtig verwoordt: “De armste mensen hebben de rijkste bureaucratie.”

Persoonlijke ervaringen en een kritische kanttekening

Alexander Pechtold wordt gevraagd of hij het beeld van Marianne van den Anker herkent. Hij geeft aan dat dit inderdaad het geval is en illustreert dit met een persoonlijke ervaring. Jaren geleden droeg hij zorg voor een vriendin van zijn moeder, waardoor hij zelf met de bureaucratie in aanraking kwam. Hij vertelt dat hij sommige brieven nauwelijks kon begrijpen en dat het moeilijk was om de juiste instanties te bereiken.

Tegelijkertijd plaatst hij een kanttekening. Volgens hem wordt het probleem soms te zwart wit benaderd. Hij wijst erop dat sommige mensen wel in staat zijn om bijvoorbeeld de nieuwste technologie en toepassingen te gebruiken, maar moeite hebben met andere, mogelijk belangrijkere zaken.

Pechtold benadrukt dat hij het verhaal van van den Anker begrijpt, maar dat hij vindt dat burgers niet uitsluitend als slachtoffer moeten worden gezien. Volgens hem mag er ook een zekere mate van eigen verantwoordelijkheid en stimulans worden verwacht.

Van den Anker reageert hierop door te stellen dat de relatie tussen overheid en burger de afgelopen jaren sterk is veranderd. Volgens haar ligt het initiatief nu weer bij de overheid om die relatie te herstellen en de eerste stap te zetten.

Veranderende relatie tussen overheid en burger

Op de vraag of de overheid in de afgelopen jaren is veranderd, geeft Karen van Oudenhoven aan dat onderzoek laat zien dat mensen met meervoudige problematiek het beeld van verkokering sterk herkennen.

Volgens haar is er sprake van een verstoorde relatie tussen overheid en burger, wat ook invloed heeft op het functioneren van de democratie. Dit draagt bij aan het wantrouwen dat sommige burgers ervaren richting de overheid.

Tegelijkertijd ziet zij dat gemeenten steeds vaker samenwerken met sociale initiatieven waarin burgers zelf actief zijn. Deze initiatieven fungeren als brug die de afstand tussen burger en overheid verkleinen. Op die manier ontstaan er mechanismen die proberen om mensen die hulp nodig hebben toch beter te bereiken.

Diplomademocratie en representatie

Mark Bovens grijpt terug op een eerdere vraag over waarom diploma democratie een probleem vormt. Hij legt uit dat dit zowel een principiële als een praktische kwestie is.

Principieel gezien is het problematisch wanneer een grote groep in de samenleving onvoldoende vertegenwoordigd is. Hij geeft het voorbeeld dat als 65 procent van de bevolking uit vrouwen zou bestaan, maar slechts 10 procent van de parlementsleden vrouwlijk zijn.

Daarnaast wijst hij op verschillen in de leefwereld tussen academisch opgeleiden en praktisch geschoolden. Deze groepen hebben andere ervaringen, wonen in verschillende wijken en maken andere keuzes, bijvoorbeeld in onderwijs voor hun kinderen. Dit leidt ertoe dat beleidsmakers niet altijd dezelfde realiteit ervaren als de mensen voor wie zij beleid maken.

Het risico daarvan is dat beleid wordt ontwikkeld dat in theorie logisch lijkt, maar in de praktijk moeilijk uitvoerbaar is. 

Generatieverschillen binnen de overheid

Bovens pleit ervoor om bij het aannemen van beleidsambtenaren meer aandacht te besteden aan eerste generatie studenten. Deze groep kan volgens hem beter bruggen slaan tussen verschillende leefwerelden.

Karen van Oudenhoven sluit hierbij aan, maar plaatst een belangrijke kanttekening. Uit haar onderzoek naar diversiteitsbeleid binnen een departement blijkt dat eerste generatie ambtenaren zich niet altijd vrij voelen om hun achtergrond te delen.

Volgens haar kan dit idee alleen slagen wanneer er een organisatiecultuur bestaat waarin deze ervaringen worden gewaardeerd. Alleen dan kan de beoogde verbinding daadwerkelijk tot stand komen.

Slotbeschouwingen

Aan het einde van het debat kregen alle sprekers de gelegenheid om een slotwoord te geven.

Mark Bovens sprak de hoop uit dat sommige nationalistische partijen zich in de loop der tijd ontwikkelen tot gematigde parlementaire partijen die binnen het systeem opereren. Hij verwees daarbij naar het voorbeeld van Leefbaar Rotterdam, dat volgens hem in het verleden een radicale en xenofobe koers had, maar uiteindelijk bestuurlijke verantwoordelijkheid heeft genomen. Dit ziet hij als een hoopvolle ontwikkeling.

Karen van Oudenhoven benadrukte dat er veel kracht aanwezig is in de samenleving. Op verschillende plekken zijn burgers al actief bezig met het vormgeven van hun leefomgeving. Tegelijkertijd gaf zij aan dat de rol van het maatschappelijk middenveld onderbelicht bleef in het gesprek. Zij vindt het belangrijk dat deze ruimte niet wordt beperkt door wetgeving, en wees op een aankomend rapport van het SCP over dit onderwerp.

Alexander Pechtold sloot af met een oproep aan nieuwe beleidsmedewerkers om eerst ervaring op te doen binnen uitvoeringsorganisaties van de overheid. Volgens hem helpt dit om een beter begrip te krijgen van de praktijk voordat men betrokken raakt bij het ontwikkelen van beleid.

Marianne van den Anker benadrukte tot slot het belang van de ombudsman in Nederland.

Deel dit artikel

  • Deel op Twitter Deel op Twitter
  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Footer

Nieuwsbrief

Wie wij zijn

  • Bureau
  • Bestuur
  • Partners
  • Projecten
  • Nieuws

Contact

De VOM is bereikbaar via:
info@vom-online.nl
www.vom-online.nl

of via onze Secretaris-Directeur Nick Toet:
nick@vom-online.nl

  • LinkedIn

Bezoekadres

Korte Voorhout 7
2511 CW Den Haag

Postadres

T.a.v. Vereniging voor OverheidsManagement
Postbus 20201
2500 EE Den Haag

Privacy Verklaring

Copyright © 2026 Vereniging voor OverheidsManagement | Webdesign bureau Indigo

  • Homepage
  • Wie zijn wij?
    • Bureau
    • Bestuur
    • Partners
  • Projecten
  • Nieuwsoverzicht
  • Word lid
  • Contact

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze site zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van deze site, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.