Op 6 december vond de 107e editie van het Reuring!Café paats. In dit café, welke door de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) samen met het ministerie van BZK georganiseerd werd, stond het thema leiderschap in onzekere tijden centraal.

 

Op deze pagina kunt u de uitzending terugkijken en de samenvatting lezen.

 

Het is belangrijk dat een overheid consistent is en niet met elke (tegen)wind meebeweegt. Dat betekent veel aandacht voor de langere termijn, zeker ook voor de tijd die goede uitvoering vraagt. Dit brengt ook onzekerheden met zich mee, waardoor veel wordt gevraagd van publieke leiders. Het omgaan met onzekerheden staat in conflict met duidelijkheid en zekerheid die vanuit de samenleving wordt verwacht van publieke leiders.

 

Toch lijkt de laatste tijd de hectiek van de korte termijn het vaak te winnen van de aandacht voor de lange termijn. In de 107e editie van Reuring!Café kwamen verschillende vragen aan bod. Zijn veel incidenten juist niet voortgekomen uit het ontbreken van een consistente lange lijn? Hadden veel crises niet voorkomen kunnen worden als er meer op de lange baan was geschaatst? Leidt het opgeslorpt worden door het ‘hier en nu’ niet juist tot een langdurig crisisgevoel? Hoe gaan we in het publieke domein om met dit dilemma en hoe gaan we om met permanente onzekerheid?

 

In de openingsronde werden het thema leiderschap in onzekere tijden en de gasten geïntroduceerd door host Marieke van Wallenburg, DG Overheidsorganisatie bij het Ministerie van BZK. De top heeft grote invloed op leiderschap, maar tegelijkertijd geeft Marieke aan dat leiderschap juist van iedereen is.

 

De volgende bankgasten waren aanwezig:
Michèle Blom is DG Rijkswaterstaat. Ze zegt dat je als leider doorzettingsvermogen moet hebben om vol te houden. Met een groep kun je een visie ontwikkelen, deze uitdragen en er handen en voeten aan geven.

 

Pieter Hasekamp is directeur bij het Centraal Planbureau. Hij geeft aan dat er scenario’s worden gepresenteerd en er vervolgens redeneerlijnen mee worden gegeven. Op basis van deze redeneerlijnen wordt aangegeven dat het verstandig is om een bepaalde activiteit al dan niet te doen als zich een bepaalde situatie voordoet.

 

Bernard ter Haar is expert interbestuurlijke verhoudingen. Crises bieden volgens hem veel ruimte om te opereren; in een korte tijd kun je veel in gang zetten. Lef is hierbij een prettige eigenschap die je voortdurend kunt inzetten.

 

Erik-Jan van Dorp is universitair docent bestuurskunde aan Universiteit Utrecht. Hij heeft in onderzoeken gekeken naar mensen die leiderschap proberen te tonen. Aandacht voor zowel de lange als de korte termijn is hierbij, ondanks dat prikkels soms de andere kant op sturen, van belang.

 

Daarmee ging het debat van start met de vraag ‘wat maakt dat deze tijd zo onzeker voelt?’. Hasekamp zegt dat we voortdurend spreken over onzekere tijden en het zit hem vooral in hoe we omgaan met onzekere tijden. We hebben namelijk het idee dat we altijd overal op moeten reageren. Hij betwijfelt of de tijden wel echt onzekerder zijn dan vroeger of dat het vooral ligt aan de drang om overal op te moeten reageren. Vervolgens zegt Ter haar dat de onzekerheid vooral is ontstaan doordat alles altijd vooruit wordt geschoven. We zijn nu daarom op het punt dat we hard aan de slag moeten en moeten sprinten om de stilstand te compenseren. Blom sluit zich aan bij de mening van Hasekamp, want alles wat we nu doen is uitgestelde besluitvorming. Het is daarbij lastig om een richting uit te gaan die robuust is voor welke onzekerheid dan ook. Daarbij moet je keuzes maken en dat is lastig.

 

Vervolgens vraagt Mark Frequin, buitengewoon adviseur Publiek Leiderschap bij de Algemene Bestuursdienst en voorzitter van de VOM, of er een hoge mate van urgentie nodig is voor de lange termijn. Van Dorp reageert bevestigend op deze vraag. Tegelijkertijd doen ambtenaren aan een korte sprint door de korte tijd dat ze een bepaalde positie bekleden. Blom reageert hierop door aan te geven dat er weldegelijk dingen worden gedaan om de lange termijn na te streven, maar dat er ook nog meer aan moeten worden gedaan. We rouleren tegenwoordig te snel. De inhoud gaat hierdoor verloren en we spreken teveel managementtaal. Van Wallenburg brengt hier een nuance in aan. Ze geeft aan dat het wel afhankelijk is van het type rol of we te snel rouleren. Er zijn ook rollen waar je minder diepgaande kennis nodig hebt en bijvoorbeeld kennis over processen van belang is.

 

Van Wallenburg stelt de volgende vraag: “Hoe agenderen we onderwerpen die niet op de lange baan geschoven kunnen worden?” Van Wallenburg geeft aan dat leidinggevende een rol hebben om dit te doen, ook bij onderwerpen die wat minder interessant lijken. Ter Haar reageert hierop door aan te geven dat het lastig is, omdat bewindslieden op de korte termijn denken en departementen, ondanks de taak om op te lange termijn te focussen, niet altijd die stip op de horizon hebben. Dit komt door prioriteiten in het proces. Blom reageert dat zij weldegelijk ziet dat het bij Rijkswaterstaat wel gebeurt door bijvoorbeeld de brief met visie en vergezicht. Hasekamp zit tussen beide meningen in. Hij zegt dat we veel op de lange termijn denken, maar er vervolgens niet op handelen.

 

Tot slot wordt er voor de pauze nog kort ingegaan op wat ambtelijke organisatie moeten doen om tegenspel te bieden? Blom geeft aan dat je lef moet tonen, aan de gang moet gaan, voorstellen moet maken en vol moet houden. Van Dorp reageert dat je horizontaal moet kijken, omdat veel mensen niet lang binnen een departement werken en je dus weerwoord verliest. Daarnaast geeft hij aan het debat te kunnen verrijken met behulp van columns.

 

De 107e editie van Reuring!Café werd zowel fysiek als online goed bezocht. Er kwamen verschillende vragen vanuit het publiek. Er werd gevraagd hoe de bankgasten lef tonen. Ter Haar toont lef door in te gaan tegen de lijn en een totaal ander plan voor te stellen. Hasekamp toont lef door blogs en columns te schrijven. Hierdoor heeft het CBP de mogelijkheid om te agenderen. Blom vraagt zich meer af wat lef is. Ze denkt dat lef het opzij zetten is van plaatsvervangend denken en doen waarvan jij denkt dat het goed is. Van Wallenburg zegt dat er ook genoeg dingen zijn die niet zo gaan zoals bijvoorbeeld een staatssecretaris wil. Er zijn genoeg dingen waarbij je je eigen gang kunt gaan en dat moet je gewoon doen. Van Dorp vult dit aan door te zeggen dat een rol van DG heel open is en er ruimte is om dingen in te vullen op verschillende manieren.

 

Daarna kwam er nog een opmerking uit de zaal. In de praktijk hebben mensen het gevoel dat leidinggevenden mensen niet ondersteunen als het fout gaat of als de keuze verkeerd blijkt te zijn, ondanks dat dit bij de politie een beroepscode is. Dit leidde tot de volgende vraag: waarom werkt het in de praktijk niet? Van Wallenburg reageert hierop door aan te geven dat er ook een collega is die via columns aangeeft dat iets niet werkt en zij wordt niet afgestraft. Dit laat zien dat het wellicht niet voor iedereen geldt. Blom geeft aan dat mensen soms ook worden beloond door niet de regels te volgen en hun eigen gang te gaan. Ter Haar spreekt over de angstcultuur die uit de organisatie moet worden gehaald. Als leidinggevende kun je daarbij als voorbeeld gelden voor de hele organisatie. Later komt Blom nog terug op deze vraag door aan te geven dat het beeld dat wordt geschetst te generiek is en een deel van de mensen het zo voelt en een ander deel niet.

 

Hieronder kan de volledige opname van het debat worden teruggekeken. In Reuring!Café brengen wij ambtenaren, betrokken burgers, mensen uit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties samen. Mark Frequin, buitengewoon adviseur Publiek Leiderschap bij de Algemene Bestuursdienst en voorzitter van de VOM, was tijdens deze editie weer onze debatleider. De host was Marieke van Wallenburg, DG Overheidsorganisatie bij het Ministerie van BZK.

De bankgasten van deze editie:

  • Michèle Blom (DG Rijkswaterstaat)
  • Pieter Hasekamp (Directeur Centraal Planbureau)
  • Bernard ter Haar (Expert interbestuurlijke verhoudingen)
  • Erik-Jan van Dorp (Universitair docent bestuurskunde aan Universiteit Utrecht)