Gerard Bakker en René Westra over de ‘overheidsmanager van de toekomst’

Gerard Bakker en René Westra over de ‘overheidsmanager van de toekomst’

De uitdagingen van nu en de overheidsmanager van de toekomst

Het openbaar bestuur staat onder druk. Grote opgaven als de komst van asielzoekers en de energietransitie, maar tegelijkertijd ook de veranderingen in het sociaal domein, zorgen voor een scala aan uitdagingen op verschillende bestuursniveaus. Waar overheidsmanagement vroeger ‘simpel’ was en bestuurders alleen met de politiek af hoefden te stemmen, is er – mede door de komst van (sociale) media – ook veel meer druk vanuit de maatschappij. En door de efficiënte manier waarop informatie beschikbaar wordt gesteld, wordt die maatschappij steeds kritischer op de overheid. Dat alles gebeurt ook nog eens met een groeiende invloed van Europa.

Wat betekenen deze veranderingen in de publieke sector voor de overheidsmanagers die de uitdagingen van deze tijd moeten navigeren? Met andere woorden: wat is de overheidsmanager van de toekomst en welke kwaliteiten moet deze overheidsmanager bezitten? Gerard Bakker, Overheidsmanager van het Jaar 2017 en jurylid van de Verkiezing Overheidsmanager van het Jaar, schreef samen met René Westra een artikel over ‘De overheidsmanager van de toekomst’[1] voor het tijdschrift voor Management en Organisatie[2]. Lees hieronder de samenvatting.

De overheidsmanager van de toekomst

De politieke, bestuurlijke en maatschappelijke werkelijkheid is in de loop van de decennia enorm veranderd. Er is minder sprake van de overheid’ en politiek, bestuur en maatschappij hebben vaker een eigen benadering. Neem bijvoorbeeld de energietransitie: in de jaren vijftig kon nagenoeg geruisloos het besluit worden genomen om een gasnet aan te leggen in heel Nederland. Nu, zo’n vijftig jaar later, is het eigenlijk ondenkbaar dat een dergelijk groot besluit zonder politiek en maatschappelijk debat wordt genomen. Waar het vraagstuk van de energietransitie toen nog alleen bestuurlijk was, is het nu ook een politiek en maatschappelijk vraagstuk geworden. Dat er meer partijen betrokken zijn maakt het vraagstuk complexer en deze ‘nieuwe’ complexiteit geldt niet alleen voor de energietransitie, maar voor alle prangende vraagstukken. Denk bijvoorbeeld aan de toestroom van asielzoekers of het digitaliseringsvraagstuk.

De politiek en de maatschappij stellen door deze groeiende betrokkenheid ook meer eisen aan de overheid. Mede daardoor is er een ontwikkeling in het openbaar bestuur gaande, waarin we steeds minder vanuit klassieke kerntaken werken en steeds meer van buiten naar binnen werken, met de maatschappelijke opgaven als leidraad voor beleid. Een mooie ontwikkeling, maar ook een uitdagende ontwikkeling.

Omdat het openbaar bestuur vroeger vanuit een rechtlijniger besturingsconcept kon functioneren (met minder maatschappelijke en politieke afstemming), werkten overheidsorganisaties vaak volgens standaard bureaucratische procedures en met standaard modellen. Het was destijds dan ook een relatief overzichtelijke situatie voor de overheidsmanagers. De complexiteit van nu laat echter zien dat deze standaardprocedures en modellen niet meer toereikend genoeg zijn en dat zorgt voor een wezenlijke verandering in het vak van de overheidsmanager. We wijken inmiddels af van de gebaande paden en moeten dus een nieuwe weg zien te vinden die past bij het nieuwe overheidslandschap.

De modellen van weleer maken plaats voor en worden aangevuld door rationaliteiten die het beeld van de werkelijkheid beïnvloeden. Zo zijn er juridische, economische, politieke, psychologische en wetenschappelijke rationaliteiten die nu een handelingskader vormen voor beleid en moeten worden meegenomen in onze overwegingen. Voert een goede overheidsmanager nu politieke/bestuurlijke beslissingen strikt uit of komen bij de uitvoering ook andere rationaliteiten om de hoek kijken? Volgens de auteurs is het cruciaal dat de overheidsmanager capabel is om weloverwogen keuzen in te maken. Er is geen model meer dat aangeeft wat de juiste weg is en daarom moet de overheidsmanager zijn eigen koers varen met de maatschappelijke opgaven als kompas.

In de storm van ontwikkelingen, zoals hierboven geschetst, lijken volgens de auteurs twee ontwikkelingen centraal te staan in de te varen koers. De eerste ontwikkeling is de inhoudelijke ontwikkeling. Een toename van complexe vraagstukken als energietransitie, de klimaatverandering, het betaalbaar houden van de zorg, etc. maakt namelijk ook een sterke inhoudelijke component los. Hoe bedenk je oplossingen voor maatschappelijke opgaven en met wie werk je aan de oplossingen voor die problemen?

Naast de inhoudelijke component, is er ook een nieuwe focus op de resultaten van het werk en de manier waarop deze resultaten ontvangen worden (lees: door de maatschappij en de politiek). De auteurs onderscheiden hierin vijf tendensen:

  1. Zowel maatschappelijke opgaven als een geoliede machine en optimale processen staan centraal
  2. Externe oriëntatie behoort tot de basisvaardigheden
  3. Denken vanuit een overheid
  4. Zichtbaar leiderschap met besef voor context.
  5. Aanpak complexe vraagstukken vanuit meerdere rationaliteiten

Wat betekenen deze twee ontwikkelingen en bijbehorende tendensen dan cumulatief voor de toekomst van de overheidsmanager? De goede overheidsmanager, die de uitdagingen van deze tijd op een inclusieve manier kan navigeren, schuilt in de juiste  persoonskenmerken. Hij opereert met gezag door het in balans kunnen brengen van bestuurlijke politieke, maatschappelijke belangen, zonder de politieke kaders en posities uit het oog te verliezen. Het moet een overheidsmanager zijn die makkelijk kan en durft te schakelen, en niet bang is om het voortouw te nemen in het oplossen van de taaie vraagstukken die het openbaar bestuur de komende decennia zullen bezighouden. De auteurs concluderen: ‘Aldus wordt de overheidsmanager van de toekomst een integraal kijkende adviseur van de politieke gezagsdrager en -binnen de kaders van de politiek- een uitvoerder met visie en sturend vermogen.’

[1] Gerard Bakker is Hoofddirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen, René Westra is Academiedirecteur bij Saxion en lid van Provinciale Staten van Gelderland.

[2) Het originele artikel is gepubliceerd in het tijdschrift voor Management en Organisatie (M&O). Wil je het hele artikel lezen? Vraag het artikel dan gratis op bij de uitgever via dit formulier.

 

 

 

Verslag lunchbijeenkomst Publieke Dienstverlening | ‘Volg je onderbuikgevoel’ | 1 april

Verslag lunchbijeenkomst Publieke Dienstverlening | ‘Volg je onderbuikgevoel’ | 1 april

Dit artikel is geschreven door Rianne Waterval en oorspronkelijk gepubliceerd op platformoverheid.nl

Nederlanders rekenen publieke organisaties strenger af op hun prestaties dan organisaties uit de private sector, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden. Wat betekent dit in de dagelijkse praktijk? En hoe kan de overheid beter inspelen op de behoeften en verwachtingen van de burger? Dit staat centraal tijdens de bijeenkomst ‘Publieke dienstverlening: Ik ga ervan uit dat het werkt!’ op 1 april jongstleden.

‘Nederlandse publieke dienstverleners behoren tot de wereldtop. Maar de lat ligt steeds hoger en de dienstverlening ligt onder de loep.’ Aan het woord is Petra van den Bekerom, universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Samen met collega’s Joris van der Voet en Johan Christensen deed zij onderzoek naar de prestatiepercepties van burgers over publieke en private dienstverlening. In het auditorium van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zet ze de conclusies van het onderzoek uiteen.

Lees het hele verslag verder op de Platform O website 

 

Professionele reflectie met elkaar? Begin met intervisie!

Professionele reflectie met elkaar? Begin met intervisie!

Wil je vaker sparren met je collega’s over situaties waar je in je werk tegenaan loopt? Misschien kan intervisie je helpen. Via InterCoach is het mogelijk om een intervisiegroep te starten. De sessies worden dan begeleid door een collega van de Rijksoverheid die hier speciaal voor is opgeleid.

“Intercoach leidde de afgelopen jaren ongeveer 100 ervaren coaches op tot intervisiebegeleider. Zij begeleiden groepen naast hun ándere baan bij de overheid”, vertelt Danielle Boonman, programmamanager bij InterCoach. Maar wat is intervisie nu eigenlijk? “Het is leren van elkaar. Collega’s doen een beroep op elkaar om mee te denken over werkgerelateerde vraagstukken. Niet door meteen oplossingen aan te dragen, maar door op een methodische wijze de vraag te verkennen. Denk hierbij aan het afpellen van een ui, iedere keer een laagje eraf tot je bij het hart van het vraagstuk uitkomt”, zegt Daniëlle.

Volgens haar is Intervisie voor iedereen geschikt. “Iedereen kan meedoen, maar je kunt je niet individueel aanmelden voor intervisie. We werken we het liefst met een vooraf samengestelde, gemotiveerde groep. Denk aan mensen met een gelijksoortige functie zoals managementondersteuners, leidinggevenden of een team.”

Wereld achter de vraag
Tijdens intervisie komen uiteenlopende onderwerpen aan bod. “Deelnemers brengen bijvoorbeeld vragen in over het voeren van slechtnieuwsgesprekken, het omgaan met dominante personen of het goed laten lopen van werkprocessen. Soms lijkt iets een kleine vraag, maar dan schuilt er een hele wereld achter. Dat maakt het interessant”, zegt Danielle.

Collega ambtenaar als begeleider
Hetty Lucassen, in het dagelijks leven hoofd van de afdeling Handhaving en Gegevensuitwisseling bij het ministerie van SZW, is één van de intervisiebegeleiders. Ze ziet het als een voordeel dat ze zelf ook bij de overheid werkt. “Ik weet bijvoorbeeld hoe de processen lopen en hoe de overheid werkt. Dat maakt het gemakkelijker om een probleem te doorgronden. Maar ik zorg wel altijd voor afstand. Ik begeleid bijvoorbeeld geen sessies binnen SZW.” Hetty vindt het belangrijk dat intervisie zinvol is voor de hele groep en niet alleen voor de casusinbrenger. “Aan het einde van de sessie vraag ik aan alle deelnemers wat zij eraan gehad hebben en wat ze meenemen naar hun eigen werk. De meeste casussen zijn voor iedereen herkenbaar.”

Mensen echt helpen
Ze beleeft veel plezier aan het begeleiden intervisiegroepen. “Als afdelingshoofd bij SZW heb ik een hectische baan waarin ik snel beslissingen moet nemen. Ik krijg er veel energie van om daarnaast met groepen de diepte in te gaan en mensen echt te helpen. Mijn doel is dat de hele groep met positieve energie weggaat. Tot nu toe lukt dat gelukkig altijd!”

Wil je meer weten over intervisie? Kijk dan op de website van InterCoach.

 

Overheidsawards | De winnaars zijn bekend! | 20 november

Overheidsawards | De winnaars zijn bekend! | 20 november

Op 19 november 2019 zijn de winnaars van de verkiezingen “Beste Overheidsorganisatie van het Jaar 2018” en “Overheidsmanager van het jaar 2018” bekend gemaakt. De titel Overheidsmanager van het Jaar 2018 is voor Emine Özyenici. Als een ‘Leider in Verbinding’ heeft ze haar van oorsprong intern gerichte directie zichtbaar gemaakt door naar buiten te treden en actief de verbinding op te zoeken waar dat niet vanzelfsprekend is. Waterschap Aa en Maas is verkozen tot “Beste Overheidsorganisatie van het Jaar 2018”. Het Waterschap zet mooie stappen in de digitale transitie met een eigen datalab waar de innovatiekracht vanuit de organisatie wordt aangevuld met data- scientists en samenwerkingen van buiten.
Wij willen de finalisten feliciteren met de prijzen en de finalisten bedanken voor hun inzet.

De jury over Emine Özyenici
Als directeur Informatievoorziening en Inkoop draagt Emine bij aan een digitaal toekomstbestendig Nederland. In deze tijd van constant verdergaande digitalisering wordt het steeds belangrijker om als overheid goed te kunnen opereren in de informatiemaatschappij. Dit vergt aanpassingsvermogen, de rol van Emine en haar team hierin is van groot belang. Als een ‘Leider in Verbinding’ heeft ze haar  van oorsprong intern gerichte directie zichtbaar gemaakt door naar buiten te treden en actief de verbinding op te zoeken waar dat niet vanzelfsprekend is. De jury is onder de indruk van de authentieke leiderschapsstijl van Emine en haar vermogen om partijen met verschillende belangen te overtuigen van het gezamenlijk belang. Emine is daarmee een rolmodel voor huidige en toekomstige leidinggevenden.

De jury over Waterschap Aa en Maas
Waterschap Aa en Maas is een zelfbewuste overheidsorganisatie die een aantoonbare doorwerking heeft met vele bewezen resultaten in de praktijk. Zo heeft het Waterschap mooie stappen gezet in de digitale transitie, met onder meer een eigen data-lab, waarin de innovatiekracht vanuit de organisatie wordt aangevuld met data-scientists en samenwerkingen van buiten. Verder vult waterschap Aa en Maas haar maatschappelijke taak anders in, door van handhavende overheid te veranderen naar een partner voor inwoners en bedrijven waar elkaars belangen in duurzame structurele

 

Verslag lunchbijeenkomst | Productiviteitstrends en doelmatigheid in de publieke sector

Verslag lunchbijeenkomst | Productiviteitstrends en doelmatigheid in de publieke sector

Krijgt de Nederlandse burger tegenwoordig meer waar voor zijn belastinggeld dan pakweg dertig jaar geleden?
Deze vraag stond centraal tijdens de lunchbijeenkomst die op woensdag 17 oktober 2018 door het ministerie van BZK (Directie A&O) werd georganiseerd. De onderzoekers van het Instituut voor Publieke Sector Efficiëntie Studies (IPSE Studies) gaven antwoord op deze vraag en presenteerden in vogelvlucht de stand van zaken van het productiviteits- onderzoek in de publieke sector. IPSE Studies doet, met steun van het ministerie van BZK, al meer dan tien jaar toonaangevend onderzoek naar de doelmatigheid van de publieke sector. Onderzoek dat zeer dienstbaar is aan de missie van BZK: een goed en slagvaardig openbaar bestuur. Frans van Dongen (ministerie van BZK) gaf de aftrap, gevolgd door presentaties van IPSE-onderzoekers Thomas Niaounakis en Alex van Heezik. Als afsluiter werd de website www.trendsinpubliekesector.nl gelanceerd, een gebruikersvriendelijke open access database over prestaties van de publieke sector.

Meten is weten
Thomas Niaounakis gaf een kijkje in de keuken van het onderzoek van IPSE. Het onderzoek van IPSE richt zich op het meten en analyseren van de prestaties en doelmatigheid van publieke instellingen: de relaties tussen input en output en het proces daartussen. Bij input gaat het bijvoorbeeld om de inzet van geldstromen, terwijl het bij output gaat het om de publieke waarde die publieke instanties vervolgens leveren. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van meetbare kengetallen, zoals het aantal afgehandelde rechtszaken en het aantal rijbewijzen, of de kwaliteit van de dienstverlening. In de afgelopen tien jaar heeft IPSE Studies tal van organisaties en sectoren onder de loep genomen, variërend van het openbaar bestuur tot ziekenhuizen en het onderwijs tot de juridische keten.

Twee sporen
Het onderzoek van IPSE heeft twee sporen. Het eerste spoor richt zich op vergelijkende onderzoeken. Het gaat om vergelijkingen tussen instellingen, bijvoorbeeld tussen gemeenten, onderwijsinstellingen of ziekenhuizen. Daarbij staat de vraag centraal: wat kunnen we leren van deze vergelijkingen? Het tweede spoor betreft trendanalyses van organisaties en sectoren. IPSE gebruikt de onderzoeken niet om simpele ranglijstjes te maken (‘goed’ of ‘slecht’), maar om te laten zien hoe publieke organisaties hun prestaties kunnen vergelijken met die van andere organisaties, kunnen leren van best practices en kennis kunnen verkrijgen om te investeren in een betere performance. Daarbij gaat het in het bijzonder om de
verhoging van de productiviteit.

Uitdaging bij het doen van doelmatigheidsonderzoek
Volgens IPSE zijn de drie belangrijke uitdagingen voor doelmatigheidsonderzoek in de publieke sector: meetbaarheid, vergelijkbaarheid en gegevensbeschikbaarheid. De output van de publieke sector is beperkt meetbaar en er zijn ook geen marktprijzen om de output mee te waarderen. Vergelijkbaarheid is daarentegen in de publieke sector gemakkelijker dan in de markt, omdat de informatie die benut wordt vaak reeds openbaar is. Tot slot is het lastig om goede gegevens te vinden over de output van publieke instellingen, omdat de verantwoording daarover vaak te kort schiet. IPSE heeft zich in de loop der tijd
gespecialiseerd om dit soort problemen te tackelen.

Alex van Heezik ging vervolgens in op de centrale vraag van de bijeenkomst: krijgt de burger meer of minder waar voor zijn geld dan vroeger? En waarom wel of niet? De trendstudies van IPSE Studies geven daar antwoord op. De afgelopen jaren heeft het instituut de trends in productiviteit van 15 publieke sectoren onderzocht, variërend van rechtspraak, basisonderwijs, politie, ziekenhuizen tot drinkwaterbedrijven. Daarbij werd vooral bezien welke invloed beleidsinterventies gehad hebben op de productiviteit binnen de sectoren. Heeft het beleid effect gehad? Welke maatregelen werken wel en welke niet? Van Heezik liet zien dat veel maatregelen weinig effect hebben gesorteerd. Zo blijkt marktwerking weinig vruchten af te werpen. Schaalvergroting werkt aanvankelijk wel positief, maar is inmiddels te ver doorgeschoten en heeft nu vaak een negatief effect op de productiviteit. Budgettering blijkt wel een effectief instrument om de productiviteit te verhogen. Dat blijkt vooral uit de productiviteitsontwikkeling van het wetenschappelijk onderwijs. Die groeit heel sterk doordat de groei van rijksbijdrage steeds achterblijft bij de groei van de studentenaantallen. Andere sterke groeiers zijn de netwerksectoren (drinkwater, spoorwegen en energie) en de ziekenhuizen. Niet toevallig allemaal sectoren met een sterk technisch georiënteerd productieproces.

Lancering database trendsinpubliekesector.nl (TiPS)
Aan het einde van de bijeenkomst werd de website www.trendsinpubliekesector.nl gelanceerd. Deze website biedt een schat aan informatie over kosten, prestaties en productiviteit van de publieke dienstverlening. Bij de lancering van de database ging als eerste het domein Veiligheid en Justitie online (sectoren Politie, Rechterlijke Macht en Gevangeniswezen). In de eerste helft van 2019 komt daar het domein Onderwijs bij. Naast trendcijfers over kosten en prestaties vanaf 1980, vinden bezoekers in TiPS ook cijfers over de kwaliteit van de dienstverlening. Beleid speelt vaak ook een belangrijke rol en kan positief of negatief uitpakken. Ook deze beleidseffecten zijn in TiPS inzichtelijk gemaakt.

Meer informatie over de onderzoeken, publicaties en activiteiten van IPSE kunt u vinden
op de website van IPSE.
En wilt u op de hoogte blijven van IPSE-nieuws, dan kunt u zich hier inschrijven voor de
IPSE-nieuwsbrief.

Pagina 1 van 41234