Reuring!Online #7 | Verslag | Een toekomstbestendig Defensie-apparaat | 15 februari

Reuring!Online #7 | Verslag | Een toekomstbestendig Defensie-apparaat | 15 februari

De Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) organiseerde samen met het Ministerie van Defensie op 15 februari 2022 de 7e editie van het online Reuring!Café over de toekomstbestendigheid van het Defensie-apparaat. Op deze pagina kunt u de uitzending terugkijken en de samenvatting lezen.

Defensie wil wendbaarder worden om mee te kunnen in de vaart van razendsnelle geopolitieke ontwikkelingen, de opkomst van nieuwe technologieën en veranderingen op de arbeidsmarkt. Defensie wil kennis en middelen op het juiste moment beschikbaar hebben. Tegelijk moet Defensie er staan als het nodig is en dat vereist robuustheid. Een geopperde weg daarnaartoe is samenwerking met maatschappelijke partners. Voorbeelden tonen al hoe dat moet. Denk aan het uitlenen van medisch personeel, het uitbesteden van onderhoud of aan het nieuwere HD-ecosysteem waarin schaarse kennis wordt gedeeld. Maar, hoe verankert Defensie zich structureel in onze maatschappij? Wat betekent dit voor de weerbaarheid van NL? Hoe wordt het Defensieapparaat op langere termijn robuust én wendbaar? Welk strategisch leiderschap is daarvoor nodig? En hoe vragen we structureel aandacht voor het belang van onze veiligheidsdienst? Deze en andere vragen stonden centraal in deze 7e editie van Reuring!Online. 

In de introductieronde stelden de gastvrouw en de gasten zichzelf voor en kwam er al een aantal interessante vraagstukken voor de toekomst van defensie naar voren. Volgens gastvrouw Wendy Kwaks (programmamanager transitie bij Defensie en ambtenaar van het jaar) ligt er in de toekomst nog meer ruimte voor defensie om samen te werken in de samenleving. Defensie kan op deze manier toekomstbestendig worden door bijvoorbeeld partners te vinden met belangrijke kennis en skills, om mee te gaan met de ontwikkelingen in bijvoorbeeld het digitale domein. Maar, zoals de watersnood en COVID-crisis laten zien, kan defensie ook zeker iets terugdoen voor de samenleving, ook al is dit niet altijd even zichtbaar.

  Plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten Generaal-majoor Rob Jeulink sloot hierbij aan, door te benadrukken dat defensie zelf ook onderdeel is van de samenleving. Dat kun je zien in de bijdrage van defensie aan het vaccinatieprogramma. Het schuurt echter dat de andere manieren waarop defensie bijdraagt aan de veiligheid van Nederland nog wel eens als vanzelfsprekend worden beschouwd. 

  Dieuwertje Kuijpers (politicoloog en politiek journalist), reageerde dat defensie zelf ook vooral zijn personeel niet ‘for granted’ moet nemen. Dit betekent dat het toegenomen budget bij defensie niet alleen maar moet gaan naar futuristische innovatie,  maar ook naar het eigen personeel en herstel van infrastructuur. 

  Commandeur Peter van den Berg (Koninklijke Marine), vond dat het draagvlak voor defensie in de maatschappij is toegenomen en zo is er ook financieel een substantieel bedrag bijgekomen. Maar dit betekent ook dat defensie een bepaalde verantwoordelijkheid draagt om dit zo goed, duurzaam en toekomstbestendig mogelijk te investeren. Er moet dus nagedacht worden hoe defensie de verbinding met de maatschappij en het bedrijfsleven kan zoeken en zo innovatie kan bevorderen.

  Volgens Danny Pronk (Senior onderzoeker Clingendael), moet er daarnaast een goede analyse worden gemaakt van wat er allemaal nodig is om mee te gaan met de ontwikkelingen van tegenstanders en toegenomen complexiteit van dreigingen. Dit is belangrijk omdat Nederland en bondgenoten in de afgelopen decennia vooral ook geïnvesteerd hebben in crisisoperaties, waar er nu heel andere problematiek naar voren is gekomen. 

  Ten slotte voegde Brigadegeneraal Jos Pieters (Koninklijke Marechaussee) hieraan toe dat de vraag vooral luidt hoe techniek en data de Marechaussee in de toekomst kan helpen, en wat technologische ontwikkelingen betekenen voor samenwerkingsverbanden en het werven van personeel.

 

Daarmee was het debat opengebroken en kwamen er verschillende discussies naar voren. Allereerst over het binnenhalen van specifieke kennis en competenties met betrekking tot het digitale en cyberdomein. Volgens Rob Jeulink zou defensie moeten focussen op het werven van het juiste personeel met de juiste competenties om deze kennis te omsluiten. Van den Berg vindt juist dat het juiste personeel er wel is, maar dat er een algemeen tekort is. Zo zou het beter zijn om te bouwen op de organisatie die er al staat en juist te investeren in het samenwerken met andere partijen die die kennis en innovatie wél al in huis hebben. 

Waar alle partijen het over eens zijn is dat er voor het binnenhalen van deze expertise flexibiliteit nodig is. Dit houdt in dat er ruimte moet zijn om bijvoorbeeld kortlopende contracten te gebruiken of minder eisen stellen voor bepaalde functies binnen defensie. Dat deze flexibiliteit in de afgelopen jaren al is toegenomen is duidelijk. Zo werd door Wendy Kwaks het ‘Defensity College’ traject genoemd, waarmee jonge mensen via een relevante bijbaan bij defensie militaire training krijgen en op deze manier haalt defensie mensen met kennis over Tech en IT laagdrempelig binnen. Op deze manier zou defensie als organisatie meer open zijn geworden.

  Toch is niet iedereen het hier mee eens. Zo is Dieuwertje Kuijpers kritisch over de zogenoemde openheid van Defensie. Volgens haar is er een groot verschil tussen openheid en goede PR. Hoewel de communicatie vanuit defensie de laatste jaren sterk is geprofessionaliseerd, benadrukt zij dat het als journalist nog altijd lastig is om inzicht te krijgen in bepaalde zaken binnen defensie.

Kwaks erkent hierop dat er verschillende definities van openheid zijn, maar er wordt in de zaal wel beaamd dat er naast een verbeterde PR ook zeker sprake is geweest van het flexibeler en opener worden van Defensie. Open zijn, als Defensie, is een lastige taak maar toch moeten er stappen worden gezet om de flexibele schil uit te breiden, zonder daarbij de robuuste kern van militairen te vergeten.

Dan werd nog de vraag gesteld hoe de verkokering van de strijdkracht-onderdelen tegengegaan kon worden en of onderlinge communicatie hiertussen niet verbeterd kon worden. Volgens de militaire gasten heeft elk onderdeel inderdaad zijn eigen systeem, maar kunnen ze elkaar juist goed vinden op het gebied van innovatie. Volgens Peter van den Berg vraagt de eigenheid van elk onderdeel tot op zekere hoogte ook om een eigen structuur. Toch is er volgens de andere gasten nog veel meer winst te halen, vooral in de uitwisseling van informatie en de afstemming van communicatiesystemen.

Danny Pronk herkent deze verkokering ook op het gebied van internationale samenwerking. Hoewel er internationaal verregaand wordt samengewerkt met buitenlandse partners gebeurt dit vooral nog binnen een domein. Er ligt nog veel ruimte om de communicatie tussen verschillende krijgsmachtonderdelen van verschillende landen te verbeteren. Dit zou belangrijk zijn omdat de hedendaagse uitdagingen, bijvoorbeeld in het cyberdomein, zich niet laten beperken tot één domein. De dreigingen zijn zo divers, en veranderen zo snel, dat er alleen samen echt een verschil gemaakt kan worden. 

Op deze manier zouden juist de nieuwe uitdagingen kunnen helpen met het terugdringen van verkokering en ouder bestuursstructuren in defensie. Dit vereist niet alleen samenwerking op internationaal niveau of tussen defensieonderdelen, maar ook met maatschappelijke partners en organisaties uit het bedrijfsleven. Waar er bijvoorbeeld een gebrek is aan kennis over digitale innovatie binnen defensie of een bepaald domein van defensie, kan er ruimte gegeven aan bedrijven die deze capaciteiten wel hebben, om defensie hierin te ondersteunen. Uit het gesprek bleek dat al deze stappen gezamenlijk zullen bijdragen aan de flexibiliteit en dus de toekomstbestendigheid van defensie. 

Er werd afgesloten met de boodschap dat Defensie inderdaad klaar is om als partner samen te werken en een maatschappelijke bijdrage te leveren, met daarbij een kleine kanttekening dat militaire overwinningen leveren natuurlijk het hoofddoel blijft.

Hieronder kan de volledige opname van het debat worden teruggekeken. In Reuring!Online brengen wij ambtenaren, betrokken burgers, mensen uit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties samen. Mark Frequin, buitengewoon adviseur Publiek Leiderschap bij de Algemene Bestuursdienst en voorzitter van de VOM, was tijdens deze editie onze debatleider. Hosts was Wendy Kwaks, Programmamanger Transitie Defensie. 

De bankgasten van deze editie van Reuring!Online waren:

  • Generaal-majoor Rob Jeulink: Plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten
  • Dieuwertje Kuijpers: Politicoloog en Journalist.
  • Commandeur Peter van den Berg: Directeur Integrale Bedrijfsvoering Koninklijke Marine
  • Danny Pronk: Senior onderzoeker Clingendael.
  • Brigadegeneraal Jos Pieters: Directeur Kennis, Strategie en Innovatie Koninklijke Marechaussee 

Kijk hieronder deze editie van Reuring!Online terug

Reuring!Online #6 | Verslag | Hybride werken, hoe werkt dat? | 14 december

Reuring!Online #6 | Verslag | Hybride werken, hoe werkt dat? | 14 december

 

Verslag

De Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) organiseerde op 14 december 2021 de 6e editie van het online Reuring!Café over Hybride Werken. Op deze pagina kunt u de uitzending terugkijken en de samenvatting lezen.

Hybride Werken, hoe werkt dat?

De afgelopen periode is er één geweest van veel turbulentie. Dat zien we ook terug in ons werk. In de overgang van analoog naar digitaal moeten we even de tijd nemen om stil te staan bij het ‘nieuwe normaal’. Hybride werken staat daarin voor velen centraal: agenda’s die vol zijn met digitale bijeenkomsten, livestreams en eventueel een paar dagen per week naar kantoor. In ruil voor minder reistijd en misschien juist meer tijd voor je familie.

Hybride werken kent vele uitdagingen en dilemma’s, iedereen heeft er wel een beeld bij en een mening over. Wat werkt goed, en wat willen we houden? Wat laten we liever zo spoedig mogelijk vallen? Kunnen – en willen – we wel helemaal terug naar een fysieke werkweek op kantoor? Nu binnen de Rijksoverheid hybride werken het uitgangspunt is, moeten we ons ook gaan afvragen hoe maatwerk kan worden geleverd. Welke vormen kan hybride werken aannemen? En hoe ziet het eruit voor diegenen die niet hybride kunnen werken? Wat betekent hybride werken voor de nieuwe medewerker die niet de kans heeft gekregen om zijn collega’s te leren kennen? Wat is de functie van het kantoor in het ‘nieuwe normaal’? Hybride werken, wat win jij ermee?

Tijdens het gesprek kwam er duidelijk naar voren dat hybride werken een brede invulling krijgt, zowel bij de Rijksoverheid als ook bij het bedrijfsleven. Vanaf het begin waren de bankgasten het erover eens dat hybride werken, en de omslag die dat meebrengt toch belangrijk is. Niet een verrassing. Wat misschien wel een verrassing is voor sommigen is het idee dat hybride werken ook prima los gezien kan worden van huidige pandemie. De omzet naar het nieuwe werken is hopelijk een resistentere ontwikkeling dan de huidige pandemie. Wat de pandemie betreft werd het daarbij ook gelaten.

Na een korte introductieronde werd er geconcludeerd dat het spannend is op de manier waarop hybride werken ingevoerd wordt. Hoe krijg je iedereen mee in die omwenteling, en hoe kan je bij die omwenteling juist vertrouwen geven aan je medewerker? Daarbij geef je ruimte, vraag je naar het welzijn van de werknemer, en laat je ze het uitzoeken binnen hun eigen team uitzoeken wat zij fijn vinden. Een open en experimentele houding is daarbij belangrijk. Daarnaast is hybride werken niet een kapstok om te bezuinigen, maar daadwerkelijk een manier om een andere invulling aan werk te geven.

Via Deloitte Nederland komt een internationale dimensie van hybride werken binnen. Daar wordt het gesprek over deze omwenteling ook gevoerd. Volgens Tito komt bij de werknemer een wens naar kaders, maar het is juist ook de puzzel om deze vanuit de leiding juist niet te geven. Het belang van communicatie binnen het eigen team geeft draagvlak, autonomie, en werkplezier. En daarbij kan Deloitte haar ecologische voetafdruk verminderen, doordat zij minder gebonden is aan reistijden en reisuitstoot. Desondanks worstel je nog met het vraagstuk hoe je mensen, die minder vaak fysiek op het kantoor komen, alsnog een goede binding met de bedrijfscultuur van het bedrijf zelf houden.

Ditox is sinds 2019 al bezig met het vervolg op het nieuwe werken. Meerbeek kreeg dit mee vanuit zijn ervaring bij Microsoft, en ziet een evolutie in de invulling van (samen)werken. Hybride werken is een grote trend, en dergelijke trends zien ook tegenwerking, wat goed. Dit houdt namelijk het debat levend en gericht op wat belangrijk is.

Spinder kaartte aan dat hybride werken belangrijk is. Tien jaar geleden is het ‘nieuwe werken’ mislukt door het blijven van een aanwezigheidsplicht en de nadruk op bezuinigingen, maar zij hoopt dat hybride werken een nieuwe kans is voor mensen. Een kans op doorontwikkeling, maar daarvoor moeten werknemers en leidinggevenden wel weten hoe zij dat op moeten pakken.

Volgens Jans heeft de introductie van hybride werken de afgelopen tijd tot voor- en nadelen geleidt. Enerzijds laat het de reisuren slinken, kan het de werk/privébalans helpen, en geeft het meer autonomie. Anderzijds is het een gemis aan contact, cohesie, en binding met het team. Het onderkennen van de keerzijde van hybride werken is belangrijk.

Riemeijer zag de verandering naar hybride werken bij Shell, en kon daar uitvoerig over vertellen. Hierbij is de veranderende bedrijfscultuur een kans, maar ook een gevaar. Een gevaar dat werk en thuis met elkaar gaan vermengen.

Vanuit dit gevaar ontstond een interessante discussie hoe werk en thuis toch uit elkaar gehouden kon worden. Hierbij werd gehamerd op open communicatie en voorbeeldgedrag vanuit de leiding. Het is belangrijk om bespreekbaar te maken wanneer je wel, en wanneer je niet beschikbaar bent voor werk. Men moet leren praten over een uitknop, en leidinggevenden dienen expliciet te vragen naar deze balans. Echter is het belangrijk om niet de verantwoordelijkheid van het individu over te nemen hoe deze balans eruit dient te zien, noch zich bezig te houden met het privéleven van de individu. Het staat vooraan dat je moet kunnen genieten van je privéleven, zonder dat werk ertussen mag komen. Zo kan je expliciet maken wanneer conference calls worden ingepland. Laat die discussie per team plaatsvinden, en forceer dat niet in een egale plak over de organisatie.

Mensen hebben namelijk verschillende belangen. Voor de één is hybride werken fijn, voor de ander een verlies aan sociaal contact. De één heeft baat bij structuur, en gedijt bij een uniforme werkweek. Ook heb je een derde groep die juist baat heeft bij de grotere autonomie die gegund is, en het vertrouwen wat daarmee gepaard gaat. De etiketten die je als team of leidinggevende namelijk opplakt rondom hybride werken moeten de hulpmiddelen voor hybride werken niet voorschriften maken. Dat is een moeilijke discussie, die niet met een reflex naar de top voor een wens om kaders moet leiden. Dit speelt zich af naast de bestaande ontwikkeling rondom stijgende burn-outcijfers. Ook vroeg men zich af hoe er binnen teams nog binding kan ontstaan met hybride werken.

Een oplossing werd gevonden in bier en wijn. Binding met een team creëren betekent momenten pakken. Wanneer je elkaar toch fysiek ontmoet, dan is het belangrijk om de ruimte te geven voor sociale bijeenkomsten, puur voor deze binding. Dan kan je deze online vasthouden. Dit gebeurt reeds in een aantal bedrijven, maar een panacee bestaat niet.

De nadruk bij de wending naar hybride werken bij de Rijksoverheid wordt gelegd op een gelaagd en iteratief proces. Vallen, opstaan, en leren. Kijken wat werkt, en maak een afspraak voor het vervolg. Dat uitproberen is misschien vervelend, en leidt af van de inhoudelijke taken die werknemers uitvoeren, maar het is juist belangrijk om het met elkaar af te spreken. Daarbij komt er ook een andere taak voor de leidinggevende: het aansturen van het goede gesprek binnen een team, in plaats van het aansturen van een kader.

Hybride werken is nog steeds werken, maar dan met andere middelen. Het is geen doel op zich, maar het is een instrument dat bijdraagt aan betere dienstverlening, een schoner milieu, meer vertrouwen legt bij de werknemer, en zorgt voor een andere privé-werkbalans. Dat biedt kansen, en schept uitdagingen. Maar dat gaat niet vanzelf, en benodigd het inslaan van een nieuwe weg.

Zo kan sociaal contact verbeterd worden met goede techniek, creativiteit, en alternatieve manieren om toch betekenisvol contact te leggen. De rijksoverheid speelt nu hierbij de rol als laboratorium: het experimenteren en leren moet nog uitgemeten worden. Daarna kan hybride werken in deze geleerde vorm plaatsvinden, en toegepast worden in andere contexten.

Vanuit het publiek kwamen drie vragen. Als eerste kwam een punt dat de discussie tot dan toe vooral op privéomstandigheden van de medewerkers werd gevoerd, en de vraag of de bankleden uit konden wijden over deze impact voor de maatschappij. Kunnen vrijgemaakte kantoorgebouwen niet een woonbestemming krijgen? Vanuit de bankgasten werd dit opgepakt als een goede vraag, en is het belangrijk om juist ook te kijken naar deze ontwikkelingen. Voor Deloitte is CO2-reductie een belangrijke drijfveer geweest voor het huidige beleid rondom hybride werken, naast de impact voor klant, medewerker, en de maatschappij.

Een tweede vraag kwam vanuit FUTUR, en richtte zich op hoe de positie van de jonge werknemer beter neergezet kan worden met hybride werken. Hoe kan je de idealen en ambitie van jongere ambtenaren gebruiken om de soft-skills, die eerder in fysieke de wandelgangen aangeleerd werden, alsnog mee te krijgen? Vanuit de Glazen Zaal kwam als antwoord het belang van kijken naar contactmomenten, ook voor het informele leren tijdens werk. Dar moet vanuit de werkgever ook georganiseerd worden. Daarbij is de optie van een kantoor toch belangrijk, dat kan je niet veranderen. Dan moet je je dus afvragen wat je gaat organiseren, en wat je aan het team overlaat. Jongeren hebben ook baat bij de lol van het fysieke werk, en willen zichtbaar zijn voor hun leidinggevenden en promotie maken. Die bewijsdrang, het laten zien dat je het goed doet, moet je ook in kunnen bouwen bij hybride werken. Daarbij hebben seniore werknemers ook een verantwoordelijkheid om de ‘jeugd’ mee op pad te nemen. Daarbij kan je zelf iets organiseren, en wees je bewust wat je voor een ander kan betekenen. Daarnaast kwam ook het punt dat het juist ook belangrijk is voor de wendbare jongere dat zij met hun ideeën en online-vaardigheden uit het stramien van het huidige werken kunnen breken.

De derde vraag richtte zich op de vraag in hoeverre een kader toch fijn is, en of dit bij de bankgasten ook gehanteerd wordt. Het eerdere hameren op het laten beslissen van kaders door het team zelf is als een sprong in het diepe. Daarbij kan een voorzichtig kader alsnog ruimte bieden om uit te vinden hoe het goed werkt, voor iedereen, en veel vertrouwen en grip biedt aan medewerkers. Mensen zijn nu gewend geraakt aan de autonomie die het thuiswerken met zich meebracht. Daarbij moet je niet te zware kaders stellen, maar een basisregel dat fysiek de standaard is voor momenten die ertoe doen, werkt juist wel. Dat is alsnog een kader, een suggestie.

Als afsluitende ronde kwam er een bemoedigende boodschap vanuit de zaal, zich beseffende van de uitdagingen en het voorkomen van het proces van het Nieuwe Werken. Evolutie, doorontwikkeling, binding, vertrouwen, en heldere communicatie zijn daarbij kerntermen. Wij moeten als werknemers nadenken over hoe wij wensen met elkaar omgaan in een groep, ook in de toekomst. Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en de avond raakte ten einde.

Deze vragen stonden centraal in deze editie van Reuring!Online! Je kan deze editie terugkijken via de livestream. Daarbij brengen wij ambtenaren, betrokken burgers, mensen uit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties samen. Mark Frequin, buitengewoon adviseur Publiek Leiderschap bij de Algemene Bestuursdienst en voorzitter van de VOM, was tijdens deze editie onze debatleider. Hosts waren André Weimar, Directeur IFHR en programmadirecteur Rijksprogramma Hybride Werken, en Ria Hoogervorst, Projectleider Hybride Werken bij Min. IenW.

De bankgasten van deze editie van Reuring!Online waren:

  • Mark Meerbeek, directeur Ditox en voormalig lead hybride werken bij Microsoft
  • Jeroen Riemeijer, HR consultant en columnist
  • Kim Spinder, innovator en auteur van ‘eerste hulp bij hybride werken
  • Robert Jans, voorzitter Groepsondernemingsraad Rijk
  • Petra Tito, CHRO van Deloitte Nederland

Wil je meer weten over de nieuwe rijks-strategie hybride werken? Kijk dan hier.

 

UITGESTELD NAAR VOORJAAR 2022 | Reuring!Café #100 | Geen leiderschap zonder Reuring! | 23 november 2021

UITGESTELD NAAR VOORJAAR 2022 | Reuring!Café #100 | Geen leiderschap zonder Reuring! | 23 november 2021

De Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) kondigt met veel trots een heel speciale editie van Reuring!Café aan:

Geen leiderschap zonder reuring!

Al meer dan honderd keer voerden wij tijdens de Reuring!Cafés het gesprek met bewindspersonen, politici, ambtenaren uit diverse overheidslagen, maatschappelijke pioniers, wetenschappers en betrokken professionals uit het bedrijfsleven. Dit altijd vanuit de overtuiging dat bepaalde uitdagingen en dilemma’s in de beleidsvorming en -uitvoering van de publieke sector beter naar voren komen in een schurend debat dan in een gelikte beleidsnota. Meer dan 350 experts namen inmiddels op onze pluchen meubels plaats. In meer dan tien steden creëerden wij ‘reuring’. Onze huisband, ‘The Wizards of AZ’, ontving menig applaus. Het is inmiddels tijd om de honderdste editie van Reuring!Café te vieren!

Het thema van dit Reuring!Café is publiek leiderschap. Publiek leiderschap moet worden getoond, juist in deze tijd van grote turbulentie. De maatschappij vraagt om publiek leiderschap, maar dat is niet makkelijk. Er doen zich veel ingewikkelde vraagstukken, lastige dilemma’s en onbegrijpelijke paradoxen voor. Zo moet de overheid niet geheimzinnig doen, maar geheimen kunnen desondanks wel zinnig zijn. Fouten kunnen natuurlijk gemaakt worden, maar owee als deze bij de overheid gemaakt worden. Publiek leiderschap is niet van één persoon, maar leiderschap is wel heel persoonlijk. Over deze opgaven gaan we het hebben in deze Reuring. Hoe kan leiderschap getoond worden in onzekere tijden, en hoe om te gaan om met de afrekencultuur, waar wij mee te maken hebben. Hoe kunnen wij samen werken in gedeeld leiderschap over organisatiegrenzen heen? Verschilt het leiderschap in de publieke sector van dat in de private sector? Hoe stimuleren we het tonen van leiderschap in de publieke sector?

We trappen de jubileumeditie af met een mooi interview die onze vaste debatleider Mark Frequin, buitengewoon adviseur Publiek Leiderschap bij de Algemene Bestuursdienst en voorzitter van de VOM, zal voeren met een speciale gast. Na dit interview wordt de avond vervolgd met een prikkelende paneldiscussie. In het panel nemen Toon Gerbrands, algemeen directeur van PSV, Hanne Buis, Chief Projects & Assets Officer (CPAO) van de Royal Schiphol Group en voormalig algemeen directeur van Lelystad Airport, Jesse Segers, professor Leiderschap en rector van Sioo, het Interuniversitair Centrum voor Organisatie- en Veranderkunde, en Liesbeth Spies (onder voorbehoud), burgemeester van Alphen aan den Rijn, voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en voormalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, plaats. Ook presenteren wij tijdens deze editie een boek over honderd keer Reuring!Café, waarin we naast terugblikken ook vooruitkijken naar waarover het schurende debat nog gevoerd moet worden. Voor wie vooraf meer wil lezen over het kompas voor publiek leiderschap dat Mark Frequin opstelde, kijk hier.

Ook ditmaal verzorgt onze huisband, ‘The Wizards of AZ’, de muziek. De locatie is De Glazen Zaal in Den Haag. Het debat vindt plaats op 23 november 2021, met een inloop vanaf 16.15 uur. Het evenement gaat om 17.00 uur van start. Na afloop van het debat, rond 18.45 uur, serveren wij, voor wie wil napraten, een Indonesisch buffet en wordt wijn, bier en fris geschonken.

Meld je nu aan!

LET OP! Het is mogelijk om deze 100e editie zowel fysiek, als ook online te volgen.

Voor online deelname moet jij jezelf aanmelden voor een ‘ONLINE’ ticket, waarna jij op de dag van het café een email krijgt met informatie over de livestream. 

Een beperkt aantal gasten kan fysiek aanwezig zijn. Om hiervoor in te schrijven ‘krijgt’ u een (gratis) ticket op Eventbrite gemarkeerd met FYSIEK. Als u dit doet dan verwachten wij u ook op 23 november in de Glazen Zaal. Indien u moet afzeggen, laat dit alstublieft aan de organisatie weten (Email: aisha@vom-online.nl) of cancel uw ticket.

We werken met een CoronaCheck, en een Eventbrite-systeem. Wij houden rekening met de op dat moment geldende coronamaatregelen. De opzet van het evenement kan a.d.h.v. deze maatregelen aangepast worden. 

Dit kan helaas betekenen dat wij niet kunnen garanderen dat iedere persoon die zich aanmeldt, ook een plek krijgt. In dat geval werken wij met een lotingsysteem. Indien je dan wordt uitgeloot, wordt jouw ticket omgezet naar een online ticket.

Locatie: De Glazen Zaal, Den Haag | Datum: 23 november 2021 | Tijd: Inloop vanaf 16.15 uur, start 17.00 uur, Indonesisch buffet en een goede borrel vanaf 18:45 uur!

Reuring!Café #102 | Verslag | Aan wat voor Europa wil jij werken? | 26 oktober

Reuring!Café #102 | Verslag | Aan wat voor Europa wil jij werken? | 26 oktober

Video

Verslag

De Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) organiseerde op 26 oktober 2021 de 102e editie van het (hybride) Reuring!Café over de Conferentie over de Toekomst van Europa, in samenwerking met het Liaisonbureau van het Europees Parlement en de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland. Op deze pagina kunt u de uitzending terugkijken en de samenvatting lezen.

Aan wat voor Europa wil jij werken?

In het laatste anderhalf jaar hebben we niet veel vooruit kunnen plannen. Met de crisis kwamen vaak veranderende omstandigheden en boeken vol maatregelen, die we allemaal continu moesten bijhouden. Maar het kan ook juist dan goed zijn om naar de toekomst te kijken. Te reflecteren over waar we zijn – en waar het proces ons naartoe leidt. Op persoonlijk en professioneel vlak; op nationaal en internationaal niveau.

Wij horen allemaal vaak in abstractie over Europa. Maar waar zien we ‘Europa’ nou terug in ons dagelijks leven? Wat voor rol spelen in jouw werk de dringende vraagstukken in die Unie? En burgers en het klimaat? Is het niet allemaal een ver-van-je-bed-show? Hoe kan jij en je collega’s de toekomst van de #EUolifant helpen bepalen? Deze en andere belangrijke vragen kwamen tijdens deze editie van Reuring!Café aan bod.

De toekomst van de EU wordt de komende maanden besproken binnen de Conferentie over de Toekomst van Europa. Deze conferentie is een door burgers aangestuurde reeks debatten, discussies en initiatieven, waar mensen uit heel Europa hun ideeën kunnen delen en mee kunnen bouwen aan onze gemeenschappelijke toekomst. Tijdens deze editie van Reuring!Café reflecteerden we op de eerste resultaten van de conferentie en voeren we het gesprek over waar het binnen Europa anders moet – en wat al goed gaat.

Tijdens het gesprek kwam naar voren dat de Conferentie over de Toekomst van Europa een burgerinitiatief is, dat zich nog niet eerder op dergelijke schaal heeft plaatsgevonden. Iedereen in het panel was, niet geheel verrassend, erover eens dat burgers gehoord dienen te worden, maar sommige panelleden stelden wel vragen of deze Conferentie daarvoor wel het middel is. Voorstanders benadrukten het open gesprek dat dicht bij de burger gevoerd werd over onderwerpen die voor hen belangrijk zijn. Tegenstanders gaven aan dat het blijven praten over EU-aangelegenheden en regelgeving op het niveau van de EU-implementatie van dergelijke sentimenten belemmert.

Daaropvolgend kwam een prikkelende discussie over het Europa wat men in de toekomst wilde hebben. Betekent een sterk Europa sterke lidstaten? Betekent het een sterke EU? Krijg je dan niet een veelspalt aan meningen op EU-beleidsniveau? Hoe ziet succesvolle samenwerking eruit, kan je dat terugbrengen tot federalisme of functionalisme? Zijn wij als Nederlanders bereid om een stukje controle opgeven? Maar ook: willen we niet liever een stukje nationale controle opgeven als dat betekent dat we niet een speelbal van de geopolitiek worden? Zitten wij in die situatie?

Onder het panel kwam naar voren dat de discussies die plaatsvinden onder het mom van de Conferentie ooit weerklank dienen te vinden in beleid. Die waardevolle gesprekken moeten opgepakt worden door beleidsmakers. Er was verdeeldheid onder het panel of dit ook het geval zou zijn. Desondanks werd er aangegeven door Alexander dat bij het vinden van een oplossing het niet gaat om het hebben van een afgestemd draaiboek. Het gaat om het aanhouden van korte lijnen, het makkelijk kunnen voeren van een gesprek, en dat je elkaar kent in de EU. Daarbij zou deze Conferentie goed kunnen helpen.

Na een initiële sparringsronde was er nog kort ruimte voor een aantal vragen uit de zaal en chat. Zo werd het panel gevraagd naar de noodzaak van de Conferentie, en of iedere paar jaar stemmen niet voldoende was. Daaropvolgend kwam er een discussie op gang over een eventueel preferendum, de prioriteiten van de EU en de verantwoordingscapaciteit daarvan. Ook werd benadrukt dat de Conferentie toch een manier is om op een heel bereikbaar vlak het gesprek aan te jagen over de EU, en gaan nadenken over wat we met deze gesprekken doen. Deze discussie over burgerdialogen en een maatschappelijk proces liep over in een vraag of het monetair beleid van de EU leek op functionele integratie. Hierop was het panel verdeeld. Het werd genoemd als een driver van integratie, een voorbeeld van federalisme, en een klep op macro-economische aanpassingsmogelijkheid van lidstaten. Desondanks werd deze vraag afgesloten met de opmerking dat niet iedere oplossing past in alle lidstaten, en dat in de EU men elkaar beter moet leren begrijpen.

Hieropvolgend kwam een vraag over de Nederlandse visie op de EU. Waar is deze te vinden in het gefragmenteerde Nederland? En wat betekent dat voor ons? Zijn wij daardoor juist pragmatisch, of blijven we daardoor achter? Via een slotvraag over internationale veiligheid kwam een discussie op gang over of de EU ‘de taal van macht’ moet leren, en of/hoe deze naast de NAVO kan bestaan.

Als slotmededeling wilde Wepke Kingma nog benadrukken dat de discussie veel stof gaf tot nadenken, en aantoonde dat er veel kanten aan de EU zitten die boeien. Mendeltje van Keulen gaf aan dat in debatten die niet over de EU gaan, het toch mooi zou zijn dat wij een stukje van de EU terug zouden zien. Alexander van den Bosch benadrukte dat iedereen onderwerp is van de toekomstvisie van de EU, en dat we met deze Conferentie de goede kant op gaan, en dacht dat de gevoerde gesprekken ons dwingt om verder te ontwikkelen. Dorien Rookmaker sprak haar hoop uit voor de EU, en voor Europa. Zij pleitte ervoor dat men binnen de EU moet proberen om echt naar elkaar te luisteren, om elkaars bedoelingen te doorgronden. Dan is het mogelijk om samen tot oplossingen te komen, en vast te stellen waar men het wel mee over eens is. De Conferentie kan dan een aanloop zijn tot een stuk wederzijds begrip en uitwisseling van opvattingen. Tot slot brak René Leegte een lans ervoor dat de Kamer zelf ook werk maakt van het rapport van de commissie-Bosman. Men kan de EU daadwerkelijk beter maken, en daarbij moet men stappen durven zetten. Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral nog een drankje te drinken en mee te eten.

Deze vragen en opmerkingen stonden centraal in de hybride editie van Reuring!Café. Je kan dit café terugkijken via de streamlink. Reuring!Café richt zich op het fysiek én virtueel samenbrengen van ambtenaren, betrokken burgers, mensen uit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Mark Frequin, buitengewoon adviseur Publiek Leiderschap bij de Algemene Bestuursdienst en voorzitter van de VOM, was tijdens deze editie onze debatleider. Host was Wepke Kingma, Gezant voor de Conferentie over de Toekomst van Europa bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en voormalig Nederlandse ambassadeur te Duitsland.

De bankgasten van deze editie van Reuring!Café waren:

  • Dorien Rookmaker, Europees Parlementslid namens Meer Directe Democratie en lid van de commissie Transport & Vervoer
  • Mendeltje van Keulen, Lector research group “Changing Role of Europe” bij de Haagse Hogeschool
  • René Leegte, voormalig rapporteur democratische legitimiteit en lid van de Tweede Kamer namens de VVD
  • Alexander van den Bosch, Senior-Adviseur Europese Zaken bij het Huis van de Nederlandse Provincies


Trailer OMOOC “Waar is Europa van?”

Voor degenen die verder geïnteresseerd zijn in de EU en bestuur: Bekijk onze OMOOC-reeks hier!

Reuring!Café #101 | Verslag | Doe nou gewoon mee: het klimaat, de overheid en de Nederlandse burger | 12 oktober

Reuring!Café #101 | Verslag | Doe nou gewoon mee: het klimaat, de overheid en de Nederlandse burger | 12 oktober

De Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) organiseerde op 12 oktober 2021 een hybride Reuring!Café over burgerschap en klimaatbeleid, in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Op deze pagina kunt u de uitzending terugkijken en de samenvatting lezen.

Doe nou gewoon mee: het klimaat, de overheid en de Nederlandse burger.

Het einde van de coronacrisis is in zicht. Dat lijkt mogelijkheid te geven om adem te halen. De crisis lijkt voorbij. Of toch niet? Wat doen we met de klimaatcrisis? Hoe gaan wij als land straks naar een CO2-neutraal land? Deze kwestie raakt veel mensen, en er moeten ingrijpende besluiten genomen worden. Wat doe je met het gasnet? Hoe krijg je iedereen in de juiste stand? Wie is aan zet? Wie wordt uiteindelijk benadeeld, en wie geholpen? En wat vinden we daarvan?

Hoe kan je überhaupt deze keuzes maken in een onzekere tijd? Hoe zorg je ervoor dat je langetermijnbeleid maakt waarin burger en overheid elkaar vinden? Dit vergt een gesprek over burgerschap, en de rechten en plichten die daarmee gemoeid zijn. Momenteel is het betrekken van burgers een groot probleem bij de klimaatpolitiek. Onder de panelleden werden parallellen getrokken met de Coronacrisis. Kijk naar polarisatie, ga het gesprek aan met sceptici, en probeer iedereen actief te betrekken. Geef burgers niet alleen de mogelijkheid om deel te nemen, maar zorg ervoor dat ze ook daadwerkelijk deelnemen. In dat geval kan je hete hangijzers juist aanpakken, zoals het energieaanbod, de doelstellingen tot 2050, en de verantwoordelijkheden tussen burger en overheid.

Tijdens het gesprek kwam duidelijk naar voren dat klimaatbeleid weliswaar een oplosbare crisis vormt, maar wel enorm moeilijk is. Er is haast geboden, en er is geen tijd te verliezen. Maar: je hebt juist tijd nodig om mensen mee te krijgen en succesvol beleid uit te stippelen. Hierbij kan je als overheid niet alleen maar kaders plaatsen en zenden, maar moet je ook de ambities, ideeën en praktijk van de regio’s en lokale initiatieven ruimte geven. Daarbij mag de overheid ook best zelf eens meedoen met de burger, en haar rol als een collectieve aanbieder op het gebied van de klimaattransitie aanpakken. En: hoe zorg je ervoor dat niet alleen de twee tegenpolen daarbij betrokken zijn, maar ook het midden en stille meerderheid? Waar kan je als overheid verleiden, en waar moet je straffen? Moet je als overheid proactiever of responsiever te werk gaan met klimaatinitatieven? Stuur je aan, of speel je in op?

Want: hoe ga je om met de kosten, en bij wie komen deze terecht? Waar zorg je ervoor dat de gemeenschap samen een antwoord kan vinden op de kwestie? Er werd geconstateerd dat burgers via bestaande kanalen te weinig meegenomen worden in de besluitvorming, en hopen dat de conclusies van de Commissie Brenninkmeijer betreffende de doe-democratie en burgerfora een stap in de goede richting zijn. Het idee van een ‘preferendum’, waar een burgerforum de antwoorden eerst bepaalt, en deze daarna voorlegt aan de bevolking, gaf veel reuring. Deze optie geeft helderheid over wat er op tafel staat, waarover overlegd wordt, wat de kaders zijn. Hierdoor kom je tot een breder gedragen besluit.

Echter: levert dit niet alleen maar meer eindeloos gepraat op? Loop je niet het risico dat mensen vroeger zeggen dat de discussie niet meer voor hen is, en eruit stappen? Hoe zorg je ervoor dat burgers uit alle groepen betrokken worden, en dat ook blijven? Hoe spreek je ontmoedigde burgers aan, die wel horen dat ze van het gas af moeten, en persoonlijke keuzes moeten maken, terwijl zij dit onvoldoende zien gebeuren bij grootverbruikers? Die burgers willen helderheid, en willen weten waar zij, maar ook anderen, aan toe zijn.

Na een afrondende discussie bleek toch dat het belangrijk is om de vraag centraal te stellen welke duurzame energiemix wij in 2050 willen hebben. Vanuit die vraag schep je duidelijkheid en stel je een kader. Deze kunnen verder bij regionale energiestrategieën en andere gesprekken gebruikt kunnen worden om niet alleen helderheid, maar ook de gemeenschappelijke onderlaag van het probleem, te benadrukken.

Zo kan je door naar elkaar luisteren, het besturen vanuit angst voorkomen. Niet  ‘aardgasvrij’ en een onzekere toekomst, maar een energiemix die wij met elkaar gaan regelen. Dan zal het gesprek ook eerder gaan over wat wij kunnen doen aan de klimaatcrisis, dan over de onzekerheid die deze crisis schept. Hierbij hebben overheid, burger, en maatschappelijke organisaties de taak om de straat over te steken, en met elkaar te praten. Al met al voldoende reuring!

Na een initiële sparringsronde was er nog kort ruimte voor vragen uit de zaal. Zo werd er nog om een duidelijke praktische vervolgstap voor de huidige klimaatdiscussie gevraagd. Er werd stilgestaan hoe tot nu toe niet betrokken partijen toch bij het gesprek betrokken kan en moet krijgen. Tot slot werd gekeken naar hoe participatie een wederzijdse situatie is, waar de overheid actief achter participatie achteraan kan gaan. Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral nog een drankje te drinken en mee te eten.

Reuring!Café richt zich op het fysiek én virtueel samenbrengen van ambtenaren, betrokken burgers, mensen uit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Mark Frequin, buitengewoon adviseur Publiek Leiderschap bij de Algemene Bestuursdienst en voorzitter van de VOM, was ook tijdens deze editie onze debatleider. De hosts van deze editie van Reuring!Café waren Niels Achterberg, Coördinator klimaatakkoord en plv. hoofd Duurzame Mobiliteit bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en Charlotte Koot, Senior beleidsmedewerker bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

De bankgasten waren:

  • Niels Kastelein, directeur Klimaat van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat
  • Evelien Tonkens, hoogleraar Burgerschap en Humanisering van de Publieke Sector aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht
  • Kristel Lammers, directeur Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën
  • Thijs van Mierlo, directeur LSA bewoners
Leiderschapsconferentie van de Inclusieve Overheid | Live op 23 juni

Leiderschapsconferentie van de Inclusieve Overheid | Live op 23 juni

Als Overheidsmanager van het Jaar 2018 en 2017 hebben wij, Emine Özyenici en Gerard Bakker, de eer om dit jaar de “Leiderschapsconferentie van de Inclusieve Overheid” te organiseren: hoe geven we leiding aan een inclusieve overheid? 

We staan voor een mooie uitdaging met beleid, uitvoering en toezicht. In wellicht een nieuw bestuurlijk evenwicht tussen politiek, bestuur, parlement en media. Waarin de uitvoering het gezicht naar de burger is. In de nasleep van de toeslagenaffaire hebben we het vertrouwen tussen burger en overheid te herstellen. Mede daardoor wordt de oproep tot een nieuwe bestuurscultuur steeds breder gedragen. 

Wij zien de overheid van de toekomst als transparant, inclusief én divers. Alleen met vertegenwoordigers uit alle hoeken van onze maatschappij waarborgen wij de vertrouwensband tussen burger en overheid. 

Samen met Loes Mulder (secretaris-generaal bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), Abigail Norville (plv. secretaris-generaal bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en Saniye Çelik (lector Diversiteit en Inclusie aan de Hogeschool Leiden) verkennen we een overheid van en voor de burger. 

Keynote spreker Loes Mulder deelt vanuit haar persoonlijke ervaringen hoe zij leiding geeft, in denken en doen, aan de nieuwe beweging. Bovendien vertelt zij hoe ze als topambtenaar en leidinggevende verantwoordelijkheid draagt. 

Dagvoorzitter Abigail Norville is voorbij de vraag waarom inclusie belangrijk is: “Ik ben er, mijn partner is er, mijn kinderen zijn er; wij zijn er. Net als ieder ander dragen wij bij.” Liever ziet zij actie en resultaten op dit onderwerp.

Tot slot zal keynote spreker Saniye Çelik vanuit haar wetenschappelijk oogpunt verhelderen hoe we toekomstig inclusief leiderschap kunnen vormgeven. Welke dilemma’s ontstaan er voor leiders in het publieke domein en hoe gaan zij daar mee om?

Meld je hier aan om de conferentie online bij te wonen.  

Datum: woensdag 23 juni

Start: 16.15 (inloop 16:00 uur)

Einde: 17.45 uur

Locatie: Livestream

Pagina 3 van 41234