Verslag Reuring!Café #94 | Het snijvlak publiek-privaat | 11 juni

Verslag Reuring!Café #94 | Het snijvlak publiek-privaat | 11 juni

Op dinsdagmiddag 11 juni vond de 94ste editie van Reuring!Café plaats in de Glazen Zaal in Den Haag. Thema was ditmaal ‘het snijvlak publiek-privaat’. Werken en samenwerken op het snijvlak van publiek en privaat biedt kansen, maar brengt soms ook problemen met zich mee. Welke problemen zijn dat, verstaan beide werelden elkaar goed genoeg en spreken zij dezelfde taal? Komen de doelen van beide werelden bovendien genoeg overeen en hebben zij elkaar écht nodig om die doelen te bereiken? Hoe creëer je waarde op een dergelijk snijvlak en in hoeverre vindt die waardecreatie al plaats? Over deze en andere vragen gingen bank, host en debatleider tijdens deze editie van Reuring!Café in gesprek.

Kennis combineren met efficiëntie
Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Carolien Gehrels, Europees directeur Big Urban Clients bij Arcadis. Gehrels stelde vooral gedurende haar periode als wethouder in Amsterdam veel te maken gehad te hebben met het thema van de avond: “Amsterdam telt 42 publiek-private deelnemingen en in zo’n situatie is het belangrijk dat je een dergelijke samenwerking goed regelt. We moeten ervoor zorgen dat we private ondernemingen de ruimte geven om in het publieke domein iets te betekenen. Dat is complex, omdat je schuurt tegen de werking van de markt. Het is ingewikkeld voor de overheid om zich op die markt te begeven.”

Gehrels introduceerde de bankgasten door middel van een gedichtje, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. In dit één-op-één-gesprek gaf Frits van Bruggen, hoofddirecteur bij de ANWB, aan het publiek-private een interessant snijvlak te vinden: “De overheid bezit veel kennis over innovatie en kan met die kennis, door deze te combineren met prikkels van efficiëntie die uit de markt voortkomen, grote hoogtes bereiken.” Roger van Boxtel, president-directeur bij de Nederlandse Spoorwegen, sloot zich daarbij aan, maar stelde ook dat die hoogtes alleen bereikt kunnen worden als er eens wat meer politici of bestuurders voor een tijd in het bedrijfsleven gaan werken: “Het zijn twee verschillende werelden. Ik heb een gespleten hart voor beiden en begrijp beide werelden. Dat begrip zouden meer mensen moeten kweken.”

Salaris en begrip
Dorine Burmanje, voorzitter van de Raad van Bestuur bij het Kadaster, reageerde op de opmerking van Van Boxtel door te stellen dat de salarissen in de publieke sector te ‘bagger’ zijn om die wisselwerking mogelijk te maken. Dat terwijl de publieke sector volgens haar veel complexer is dan de private: “In de publieke sector gaat het niet om productie en winst, maar om maatschappelijke vraagstukken die óók nog eens om een bedrijfsmatige aanpak vragen.”

De opmerking van Burmanje kon op bijval rekenen van Van Bruggen. Dick Benschop, president-directeur bij Schiphol, voegde aan de opmerking toe dat de uitwisseling tussen publiek en privaat die Van Boxtel voorstelde met name belangrijk is, omdat men dan begrip heeft voor elkaars businessmodel. Er wordt volgens hem veel met modder gegooid vanuit de politiek naar het private en dat leidt tot een laag vertrouwen in het bedrijfsleven onder burgers. Het is belangrijk om een ‘wij’-gevoel te creëren, met een overheid die optrekt met het private wezen, zo stelde hij.

Gehrels gaf daarom aan dat het misschien niet de werelden zijn die van elkaar verschillen, maar juist de manier van omgang met elkaar.

Bereiken van succes
Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van die vragen richtte zich op het bereiken van succes. ‘Waar zijn publiek-private-samenwerkingen goed voor?’, zo sprak de vragensteller uit. Van Bruggen reageerde op de vraag door te stellen dat PPS’en nuttig zijn op het ontwikkelen van nieuwe producten. Aan die ontwikkeling zijn vaak risico’s verbonden. De overheid hoort die risico’s niet te nemen, maar private ondernemingen kunnen dat prima doen.

Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral nog een drankje te drinken en mee te eten.

Verslag Reuring!Café #93 | The startup way of working | 29 mei

Verslag Reuring!Café #93 | The startup way of working | 29 mei

Op woensdagmiddag 29 mei vond de 93ste editie van Reuring!Café plaats in de Glazen Zaal in Den Haag. Thema was ditmaal ‘the startup way of working’. Het publieke domein verandert en vraagstukken als klimaatverandering, migratie en digitalisering brengen nieuwe uitdagingen met zich mee. Uitdagingen die zich veelal kenmerken door de onzekere omstandigheden waarin ze zich voordoen. Is de ‘traditionele’ overheid nog wel wendbaar genoeg om met die veranderingen om te gaan? Werkt een ‘klassieke aanpak’, die zich kenmerkt door projecten over een langere termijn? Of is er andere, meer flexibele werkwijze nodig; een startup way of working?

Startups werken in snelheid, reageren op vernieuwingen, experimenteren, falen, leren en stellen de klant centraal. Wat kan de overheid hiervan leren? Hoe blijft zij voldoende flexibel en open om in een veranderende wereld een bijdrage te blijven leveren? Over deze en andere vragen gingen bank, host en debatleider tijdens deze editie van Reuring!Café in gesprek.

Startup in Residence-programma
Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Rob de Werd, directieteamlid Informatiesamenleving en Overheid bij het ministerie van BZK. In het kader van het aanstaande debat zei De Werd al aan de start dat nieuwe vraagstukken, zoals de technologisering van de samenleving, impact hebben op de overheid en vragen om nieuwe oplossingen. Niet op ieder vraagstuk kan de overheid nu zelf het antwoord bieden, zo stelde hij: “We moeten daarom gebruik maken van de kennis en wendbaarheid van startups. Als we als overheid een probleem definiëren en dat probleem vervolgens in de markt leggen, kunnen startups creatief na gaan denken en toewerken naar een oplossing voor ons probleem. Opdrachten uitbesteden, dat is de kunst.”

Het uitbesteden van maatschappelijke ‘challenges’ aan startups is niet nieuw voor het ministerie van BZK. Met het Startup in Residence-programma tracht zij op een nieuwe, innovatieve manier grote vraagstukken ter handen te nemen. Bezoek nu haar website.

De Werd introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. In dit één-op-één-gesprek gaf Myrthe Hooijman, teamleider Regio’s en Overheden bij StartupDelta, aan de oproep van De Werd te ondersteunen: “De wisselwerking tussen startups en de overheid is fascinerend. Het zijn twee totaal verschillende organisaties die veel van elkaar kunnen leren. Door gebruik te maken van een combinatie van de maatschappelijke kennis van overheden en de snelheid en wendbaarheid van startups kan Nederland koploper worden binnen veel maatschappelijke uitdagingen.”

Probleemdefinitie en opschaling
Een eerste stap naar de samenwerking die Hooijman aangestipt is volgens Ton Jonker, CIO bij de provincie Zuid-Holland, en Daria Nepriakhina, founder van IdeaHackers, het beter worden in het formuleren van problemen binnen de overheid. Matthijs Goense, innovation designer bij Novum bij de Sociale Verzekeringsbank, ondersteunde deze opmerking met een voorbeeld: “Bij Novum komen er vaak opdrachtgevers naar ons toe die vragen om een oplossing voor een probleem dat eigenlijk het probleem niet is. Een probleem dat wij laatst moesten oplossen was het tekort aan aanmeldingen voor een regeling rondom armoedepreventie. Als je dan doorvraagt blijkt het probleem helemaal niet het tekort aan aanmeldingen te zijn, maar juist een in een eerder stadium ontstaan probleem, namelijk het niet aanslaan van armoedepreventie in zijn algemeenheid.”

Zodra de samenwerking met startups op microniveau werkt, moet de overheid volgens Jonker een omgeving creëren die het mogelijk maakt dat startups kunnen opschalen. Hooijman bevestigde dit: “Een klein bedrijf bewerkstelligt veel minder impact dan een groot bedrijf. Zorg dus voor groei.” Kennis over scale-ups kan gefaciliteerd worden door de overheid, aldus Jonker.

Over de reden waarom startups beter zijn in het oplossen van sommige maatschappelijke challenges dan overheden, stelde Nepriakhina, die het debat in het Engels voerde: “The government tries to build processes. Startups try to build solutions.”

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Hij sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral nog een drankje te drinken en mee te eten. Ook attendeerde hij het publiek op het Reuring!Café dat op 11 juni plaats zal vinden.

Verslag Reuring!Café #92 | De markt en het sociaal domein | 15 mei

Verslag Reuring!Café #92 | De markt en het sociaal domein | 15 mei

Op woensdagmiddag 15 mei vond de 92ste editie van Reuring!Café plaats in de Jaarbeurs in Utrecht. Thema was ditmaal de markt en het sociaal domein. Zijn de regels rond de aanbesteding van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning een uitkomst of zorgen zij voor een probleem? Is er verandering nodig in het sociaal domein en hoe gaan we voor die verandering zorgen? Na de grote veranderingen in 2015 staan we nog steeds voor grote opgaven. Nieuwe regels en wetgeving kunnen voor verbetering zorgen of meer bureaucratie opleveren. Hoe pakt het zorgveld dit aan?

In deze editie van Reuring!Café gingen bank, host en debatleider in op de uitdagingen en dilemma’s van aanbestedingen in het zorgveld. De overheid en de private sector waren beiden vertegenwoordigd.

Administratieve lasten

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Rob Jonkman, wethouder bij de gemeente Opsterland en lid van de VNG-commissie Europa en Internationaal. Over het aanstaande debat zei Jonkman al aan de start dat hij het graag wilde hebben over de vraag of aanbesteden in het sociaal domein een uitkomst is of juist een belemmering vormt. Een vraag die ook in Europa besproken moet worden, zo stelde hij: “Laten we vanuit Nederland alvast een wensenlijstje formuleren.”

Jonkman introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. Mariënne Verhoef, bestuurder bij Spirit! Jeugd & Opvoedhulp, gaf in dat voorgesprek al een antwoord op de door Jonkman gestelde vraag: “Ik ga iedere dag met plezier naar mijn werk, omdat ik iets doe voor de maatschappij, maar aanbestedingen gooien zo nu en dan roet in het eten. Ze leiden tot administratieve lasten en een angst om met elkaar te praten.”

Zorg zonder verkeerslichten

Ans de Maat, directievoorzitter van het Nederlands Jeugdinstituut, bracht al vrij vroeg in het debat de decentralisatie van de zorg ter sprake: “De decentralisatie is een transformatie geweest, zonder goed nagedacht te hebben over de standaarden van zorg en of gemeenten over voldoende middelen beschikken om die standaarden te waarborgen.” Het argument dat vaak gegeven wordt voor decentraliseren is het bieden van maatwerk aan complexiteit. Relatief eenvoudige opgaven, zoals opvoedvragen, worden nu echter steeds vaker als zorgvraag behandeld, terwijl informatievoorziening voldoende kan zijn. Niet alles is complex, zo stelde zij. Ze opperde onderzoek te doen naar veelvoorkomende problemen in de zorg, zodat die in de toekomst eenvoudiger opgelost kunnen worden. Jonkman voegde daaraan toe dat gemeenten bij de decentralisatie onvoldoende onderkend hebben hoe gelaagd problematiek in de zorg soms kan zijn.

Stephan Valk, bestuursvoorzitter van de Parnassia Groep, stemde met die opmerking in. Valk vervolgde het debat met de opmerking dat aanbestedingen vaak te complex in elkaar zitten. “We moeten niet tot in den treuren de rechtmatigheid willen waarborgen.”, zo stelde hij. Op de vraag van debatleider Frequin over of alle regels dan maar afgeschaft zouden moeten worden, reageerde hij ontkennend: “Regels zijn soms nodig, maar we moeten bij het vormen van die regels veel meer naar de uitvoering kijken. Als je op het Spui in Den Haag de verkeerslichten weghaalt, zoeken verkeersgebruikers zelf uit hoe ze zo veilig mogelijk oversteken. Minder regels kan in dat geval leiden tot minder ongelukken. Dat kan ook in de zorg het geval zijn.”

Projecten over de langere termijn

Francien Anker, loco-gemeentesecretaris bij de gemeente Alphen aan den Rijn, stelde het concept ‘tijd’ in aanbestedingen soms onhandig te vinden: “Soms moet je voor een langere tijd aanbesteden, zodat je samen met een aanbieder een transformatie door kan maken.” Daarbij is het afwegen van waarden met de aanbieder voor de aanbesteding gedaan wordt van cruciaal belang, vulde De Maat aan.

De bankgasten gaven aan het bovendien belangrijk te vinden om je voor de aanbestedingen te verdiepen in de zorgvrager. Luisteren naar elkaar is het credo.

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Frequin sloot rond 17:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral nog een drankje te drinken. De band zette daarop de muziek in.

Overheidsmanager van het Jaar | Wat de titel voor Emine heeft betekend

Overheidsmanager van het Jaar | Wat de titel voor Emine heeft betekend

Op 19 november 2018 werd Emine Özyenici (directeur Informatievoorziening en Inkoop, ministerie Justitie en Veiligheid) in de Ridderzaal uitgeroepen tot de Overheidsmanager van het Jaar 2018. “Vanwege haar type leiderschap, het creëren van verbinding binnen de organisatie naar buiten en een voorbeeld voor velen, was Emine het toonbeeld van het thema Leider in Verbinding”, aldus juryvoorzitter Jetta Klijnsma. Een halfjaar later stelden we de vraag wat de titel voor haar heeft betekend.

Emine (nu CIO bij de SVB): “Tijdens de gesprekken met de jury werd mij gevraagd wat mijn bijdrage zou kunnen zijn als ik overheidsmanager van het jaar zou worden. Ik heb toen aangegeven dat ik me graag inzet op het verder brengen van de digitaliseringsagenda van het Rijk; in gesprek zou willen gaan met groepen over verbindend en inclusief leiderschap; en een rolmodel zou willen zijn voor diversiteit in organisaties.  En dat is precies hetgeen de titel me heeft gebracht.

Ik geef veel lezingen op het gebied van digitalisering (o.a. bij Nijenrode), ben dagvoorzitter op congressen en geef introducties over leiderschap bijvoorbeeld aan de NSOB. Ik ben met de SER in gesprek gekomen hoe diversiteit en inclusie verder te brengen binnen mijn huidige werkkring én daarbuiten. Het heeft me dan ook verrijkt in de zin dat ik weet voor welk leiderschap ik sta en dat ook kan uitdragen, maar ook in verbinding gebracht met vraagstukken (diversiteit en inclusie binnen organisatie) waar ik een steentje aan kan bijdragen. Mooie ontmoetingen en nieuwe ervaringen met een recente uitblinkerslunch met Koning en Koningin als kers op de taart! Wat de titel de organisaties waar ik voor werk brengt is trots: trots op het vak van bijvoorbeeld CIO, maar ook trots op de positieve manier waarop de organisaties in beeld komen.  Dat is een mooie ervaring en een hele eer om aan mee te werken. Ik blijf dan ook de jury en haar voorzitter zeer dankbaar voor het toekennen van de titel!”

Kick-off | Startup in Residence | 21 mei

Kick-off | Startup in Residence | 21 mei

Meld je aan voor de aftrap SiR-BZK op 21 mei

Wil je weten hoe BZK met startups samenwerkt, wat de ‘Startup way of working’ inhoudt en welke startups nu aan de slag zijn met BZK-uitdagingen? Kom dan naar de kick-off van het Startup in Residence- programma. Het event wordt geopend door staatssecretaris Knops in het Auditorium van BZK. De ochtend is gevuld met pitches, een prijsuitreiking en aansluitend een heerlijke streetfood lunch.

Op 21 mei maak je kennis met de vijf winnende startups en hoor je welke oplossingen zij hebben voor de BZK-challenges op het gebied van Digitale inclusie, Aardgasvrije wijken, Gebruik van pachtgronden, Spoedzoekers op de woningmarkt en MijnOverheid.

Onze staatssecretaris, Raymond Knops, opent de kick-off en vertelt welke kansen er liggen in het samenwerken met startups en wat we als overheid kunnen leren van de ‘startup way of working’. Na de pitches van de winnende startups en de prijsuitreiking markeren we de start van het allernieuwste programma: SiR 2020! Hier werken we samen met het ministerie van EZK, LNV, de gemeente Den Haag aan gezamenlijke challenges met brede maatschappelijke impact, binnen en buiten de overheid. Hiermee werken we aan een solide startup ecosysteem voor en door de overheid.

Na afloop is er een lekkere streetfood lunch en de kans om met elkaar en de winnende startups in gesprek te gaan.

Meld je aan en reserveer

  • Datum: 21 mei
  • Tijdstip: 10.30-12.00 gevolgd door een lunch en een startup markt
  • Locatie: Auditorium BZK/Turfmarkt 147
  • Meld je hier aan. Let op, het aantal kaarten zijn beperkt.

Heeft jouw afdeling ook een interessante challenge die je graag wilt voorleggen aan een innovatieve startup, of wil je meer weten over de ‘Startup way of working’, zoek dan het SiR programma op na afloop in de foyer.

Meer informatie

Het Startup in Residence (SiR) programma is in het leven geroepen om samenwerking tussen overheden en startups mogelijk te maken. Binnen het programma worden maatschappelijke challenges uitgezet bij startups met de oproep om een innovatieve oplossing aan te leveren. De beste startups werken vijf maanden ‘in residence’ samen met ambtenaren en stakeholders aan een demo. Bij een succesvolle demo kan het ministerie ‘launching costumer’ worden en de oplossing aankopen.

Wil je meer weten over Startup in Residence of de kick-off op 21 mei, stuur dan een mail naar startupinresidence@minbzk.nl.

Overheidsawards | Nominatieperiode is geopend! | 8 mei

Overheidsawards | Nominatieperiode is geopend! | 8 mei

Op 19 november 2019 worden de Overheidsawards uitgereikt aan de Overheidsmanager van het Jaar 2019 en de Beste Overheidsorganisatie van het Jaar. Welke manager of organisatie moet namens jou genomineerd worden? Vanaf vandaag is de mogelijkheid tot nomineren voor beide verkiezingen geopend.

De verkiezingen hebben het doel om transparantie en kennisdeling binnen het openbaar bestuur te bevorderen door het werk van goede overheidsmanagers en organisaties uit te lichten en te belonen. Jetta Klijnsma, juryvoorzitter van de Verkiezing Overheidsmanager van het Jaar, is op zoek naar vooruitstrevende managers die passen binnen het thema ‘Kompas in Zwaar Weer’, managers die achter hun mensen staan en hen steunen. Vooral wanneer het moeilijk wordt.

Jan van Zanen, juryvoorzitter van de Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar, wil een krachtige organisatie bekronen die met de constante wil om te verbeteren het verschil maakt. Een organisatie die zicht heeft op de uitdagingen die in haar omgeving spelen en daarop inspringt.

Nominaties voor de Verkiezing Overheidsmanager van het Jaar zijn welkom tot1 juli 2019. Nomineren voor de Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar is mogelijk tot 5 augustus 2019. Nomineer jouw overheidsmanager en overheidsorganisatie via www.overheidsawards.nl/nomineer

De Verkiezingen worden georganiseerd door de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) in samenwerking met Binnenlands Bestuur, Interprovinciaal Overleg (IPO), ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Netwerk van Publieke Dienstverleners (NPD), Ordina, Publiek Denken, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Wil je de opening van de nominatieperiode delen op social media? Bekijk hier de tweet voor de Verkiezing Overheidsmanager van het Jaar 2019, hier de tweet voor de Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar 2019.