Verslag Reuring!Café #90 | Robotic Process Automation | 19 februari

Verslag Reuring!Café #90 | Robotic Process Automation | 19 februari

Op dinsdagavond 19 februari vond de 90ste editie van Reuring!Café plaats. Thema was ditmaal Robotic Process Automation (RPA). In RPA, een van de nieuwste ‘vruchten’ van de digitale revolutie, schuilt een grote belofte voor overheden: snellere processen, betere besluiten, minder kosten en effectievere allocatie van resources. RPA beperkt de hoeveelheid menselijke handelingen in administratieve processen tot het hoogstnoodzakelijke door kennis en expertise te digitaliseren en vatten in algoritmes, waardoor expliciet gemaakt wordt wat mensen (impliciet) doen. Ambtenaren concentreren zich voortaan op complexe zaken en laten eenvoudige zaken aan de techniek. Maar wat is eenvoudig en wat is complex? Hoe verantwoordt de overheid haar ‘geautomatiseerde’ besluiten? Hoe wegen we voor- en nadelen ten opzichte van elkaar? Hoe behoudt de overheid de controle als ze haar verantwoordelijkheid ‘delegeert’ aan computers?

In deze editie van Reuring!Café gingen bank, host en debatleider in op de uitdagingen en dilemma’s waar bestuurders en ambtenaren dagelijks mee te maken hebben. Experts reflecteerden op de ontwikkelingen die RPA met zich meebrengt en spraken over de aandachtspunten bij implementatie van de techniek. Het panel van dit Reuring!Café was divers. De overheid en wetenschap waren beiden vertegenwoordigd.

Inclusiviteit waarborgen

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Dennis Struyk, directeur Publiek bij Ordina. Struyk sprak voorafgaand aan het debat al over de kansen die RPA biedt aan organisaties: “RPA is een mogelijkheid om heel efficiënt de schaarse middelen van organisaties in te zetten. Toch wordt de techniek nog niet geheel omarmt binnen de overheid. Mede door de ethische dilemma’s die eraan kleven. Laten we daarover vanavond het gesprek aangaan.”

Struyk introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. José Lazeroms, lid van de Raad van Bestuur van het UWV, stelde in dat één-op-één-gesprek dat zij vooral moeite heeft met RPA als het gaat over de bedreiging die de techniek meebrengt voor het zijn van een ‘inclusieve organisatie’: “Het klopt dat processen efficiënter ingedeeld kunnen worden met RPA, maar dat betekent vaak dat eenvoudige werkzaamheden door machines overgenomen worden. Bij het UWV worden die werkzaamheden onder andere uitgevoerd door mensen met een arbeidsbeperking. Het is onze verantwoordelijkheid als maatschappij om die mensen aan het werk te houden.” Bert-Jaap Koops, hoogleraar Regulering van Technologie bij de Universiteit van Tilburg, sloot zich hierbij aan: “Aan nieuwe technologieën zijn altijd normatieve vraagstukken verbonden.”

Waken voor een ‘innovatietheater’

Wouter Welling, beleidsmedewerker Digitale Overheid en presentator van de recent gepubliceerde MOOC ‘Digitalisering doet ertoe’ op OMOOC.nl, bracht vooral stellingen in vanuit het ‘rondje langs bestuurders en experts’ die hij maakte voor de MOOC. “Ik merk twee dingen. Enerzijds dat bestuurders vanuit de maatschappij een enorme druk ervaren om te innoveren, dat er steeds meer technologie beschikbaar is, maar dat ze eigenlijk nog bezig zijn met de vragen van gisteren. Technologie gaat soms te snel. Anderzijds merk ik dat we ervoor moeten waken dat we blijven hangen in het spreken over de mogelijkheden die technologie biedt. Alleen spreken over mogelijkheden en minder over wat moet en echt nodig is, creëert een soort innovatietheater.”, zo stelde hij.

Lazeroms sloot zich bij Welling aan en voegde aan zijn uitspraak toe dat organisaties niet moeten innoveren om het innoveren. Ook Arjan Widlak, directeur bij de Kafkabrigade, stelde dat innovatie vooral een middel moet zijn: “Laten we het met name hebben over de waarden die we samen willen nastreven. Op basis van die waarden kunnen we onze technologie inrichten. De taal van het systeem moet secundair zijn aan de taal van de maatschappij.”

De mens centraal

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van deze vragen richtte zich op de aan de start van het debat door Lazeroms gemaakte opmerking: “Moeten we innovatie echt belemmeren om te voorkomen dat bepaalde mensen buiten de boot vallen?” Lazeroms beantwoordde deze vraag bevestigend: “We hebben met de politiek, overheid en het bedrijfsleven bepaalde werkafspraken gemaakt over mensen met minder kansen op de arbeidsmarkt. Nieuwe technologie moet zich ook aan die werkafspraken houden.”

Struyk bedankte de gasten voor hun aanwezigheid. “Laten we vooral het gesprek blijven voeren. In dit soort debatten, maar ook bij de vorming van techniek als RPA.”, zo stelde hij. Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral te blijven eten.

Nieuwe stagiair(e)s stellen zich voor!

Nieuwe stagiair(e)s stellen zich voor!

Per 5 februari zijn twee nieuwe stagiair(e)s bij de VOM begonnen. In dit korte nieuwsbericht stellen zij zich voor en leggen ze uit waarom ze bij de VOM stage lopen.

Mijn naam is Joost Jongenelen, 22 jaar en sinds een jaar woonachtig in de Hofstad. Ik zit momenteel in het derde jaar van mijn studie Bestuurskunde/overheidsmanagement aan de Haagse Hogeschool. Ik interesseer me in mijn vrije tijd vooral in politiek, bijvoorbeeld via een politieke jongerenvereniging. Daarnaast poog ik een aantal keer per week hard te lopen en bezoek ik zo nu en dan een museum.

Ik ben bij de VOM gekomen via een vacaturesite. Ik had er eerlijk gezegd niet eerder van gehoord, en moest dan ook via de website over hun activiteiten lezen. Ik was direct geprikkeld toen ik dit deed, want veel activiteiten liggen binnen mijn interessegebied. Gedurende mijn opleiding heb ik voornamelijk interesse ontwikkeld voor de New Public Governance (NPG) vraagstukken, bijvoorbeeld: hoe gaat de overheid om met de digitalisering?

Ik hoop me bij de VOM vooral te ontwikkelen en mijn theoretische kennis in de praktijk te mogen gebruiken, bijvoorbeeld op het gebied van projectmanagement. Hoe krijg ik dit project in juiste banen geleid? Ook hoop ik wat mee te krijgen van de politiek-ambtelijke verhoudingen: hoe verhoudt de politiek zich tot een ‘apolitiek’ ambtelijk apparaat, en zijn hier spanningen? Ik zal me bij de VOM bezighouden met de Reuring Café’s, Overheidsawards en Platform O.

Hoi! Mijn naam is Giulia van Zwam, ik ben 22 jaar oud en sinds een paar maanden officieel Leidenaar. Ik ben nét klaar met mijn bachelor European Studies en wil voordat ik met mijn master begin wat meer werkervaring opdoen in de publieke sector. Waar kan dat nou beter dan bij de Vereniging voor OverheidsManagement?

Tijdens mijn studie heb ik me veel beziggehouden met het bestuderen van de overheid en publiek beleid. Hoe zorg je ervoor dat de juiste mensen aan elkaar verbonden worden in de publieke sector om zo beter beleid te maken? Hoe betrek je mensen op een actieve manier bij besluitvormingsprocessen? Ik kijk er erg naar uit om tijdens mijn stage bij de VOM juist de vertaalslag naar de praktijk te maken door te werken aan de Overheidsawards en OMOOC. Twee ontzettend interessante én maatschappelijk betrokken projecten.

Als ik niet bezig ben met mijn werk voor de VOM, kan ik erg genieten van een goed boek en maak ik graag gebruik van mijn museumjaarkaart. Ook ben ik altijd in voor een goed gesprek over maatschappelijke kwesties onder het genot van een goede koffie!

 

Verslag Reuring!Café #89 | Toezicht in beeld | 29 januari

Verslag Reuring!Café #89 | Toezicht in beeld | 29 januari

Op dinsdagavond 29 januari vond de 89ste editie van Reuring!Café plaats. Thema was ditmaal toezicht houden. Toezicht houden wordt veelal geassocieerd met regelgeving en het handhaven van die regelgeving. Men denkt vaak aan inspecteurs die langskomen in de organisatie om te speuren naar fouten en overtredingen. Minder vaak denkt men echter aan het voorkomen van ongelukken of het waarborgen van arbeidsomstandigheden, zaken waar iedere werknemer baat bij heeft. Hoe komt het dat het beeld rondom de toezichthouder zo eenzijdig van aard is? Waarom lijkt de toezichthouder pas in beeld te komen als ongelukken of complexe regelgeving zich manifesteren?

In deze editie van Reuring!Café gingen bank, host en debatleider in op de uitdagingen en dilemma´s waar toezichthouders dagelijks mee te maken hebben. Experts reflecteerden op het systeem en de positionering van toezicht houden in Nederland en welke verandering daarin dient plaats te vinden. Welke vraagstukken vergen de meeste toezicht? Hoe zorgen we voor een andere invulling en rol voor toezicht? Het panel van dit Reuring!Café was divers. De overheid, wetenschap en de toezichthouder zelf waren allen vertegenwoordigd.

Aandacht voor onze fundamentele overtuigingen

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Jan van den Bos, voorzitter van de Inspectieraad en inspecteur-generaal bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Van den Bos sprak voorafgaand aan het debat de – volgens Van den Bos zelf vrij idealistische – wens uit om een eenduidig beeld van toezicht houden te creëren: “We moeten erachter zien te komen wat de samenleving van toezichthouders verwacht en wat wij realistisch aan die samenleving kunnen leveren.”

Van den Bos introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. René Hoff, voormalig voorzitter van de Raad van Toezicht bij de Stichting Anton Constandse en de JP van den Bent stichting, nam in dat gesprek al stellig een positie in door te pleiten voor een volledige afschaffing van toezicht. Ook Reinier van Zutphen, Nationale Ombudsman, koos positie: “We hebben als maatschappij veel teveel toezicht georganiseerd. Allemaal om de echte vraag, namelijk wat de burger eraan heeft, te vermijden.” Frédérique Six, hoofddocent Public Governance, vertrouwen en controle bij de Vrije Universiteit Amsterdam, koos een meer wetenschappelijke benadering: “We moeten binnen het vraagstuk van toezicht houden kijken naar een aantal fundamentele overtuigingen. We controleren vanuit wantrouwen, maar moeten juist toe naar een systeem waarin we met vertrouwen meer maatwerk kunnen leveren.”

Raad van Betrokkenheid

Frequin trapte het debat af met de vraag of toezicht houden op alles dat er in de maatschappij gebeurt wel mogelijk is. Six benadrukte daarop dat dat niet het geval is: “Het leven bestaat uit pech. We kunnen onmogelijk alles controleren.” Mark van Twist, hoogleraar Bestuurskunde en decaan en bestuurder van de NSOB, bevestigde dat: “We willen graag geloven dat een inspectie op ieder moment de organisatie binnen kan vallen, maar dat is in de praktijk niet realistisch.”

Op de vraag wat er op dit moment verkeerd gaat binnen het vraagstuk van toezicht houden, antwoordde Hoff dat er vanuit de Rijksoverheid te vaak een Pavlovreactie ontstaat als er iets mis gaat in de samenleving: “Het Rijk gaat dan regelgeving produceren. Meer en meer regels. Dat is de verkeerde weg.” Hoff pleitte daarom ook voor het vervangen van inspecties en Raden van Toezicht door een Raad van Betrokkenheid: “Een Raad van Betrokkenheid kan met stakeholders praten over de juiste invulling van toezicht binnen een organisatie. Daarmee verdwijnt ook direct het aspect van controle.” Van Twist gaf aan het niet met die stellingname eens te zijn: “Een Raad van Toezicht moet ook de bestuurders kunnen ontslaan bij slecht functioneren. Een Raad van Betrokkenheid lijkt mij daarin veel vrijblijvender.” Ook Van Zutphen heeft zijn twijfels: “Een Raad van Betrokkenheid gaat veel over het vertrouwen waar Frédérique (Six) ook over sprak. Maar wat is vertrouwen? Vertrouwen betekent in mijn optiek helemaal niet controleren. Ik raad het iedereen in deze maatschappij af om alleen maar vertrouwen te hebben. Wantrouwen houdt mensen scherp.”

Samenwerking tussen inspecties

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van de luisteraars stelde daarop de vraag of het proces van toezicht houden niet veel beter wordt als de samenwerking tussen inspecties intensiever wordt. Host Van den Bos antwoordde daarop dat die samenwerking al bestaat, maar vooral het proces van kennisuitwisseling verbeterd zou kunnen worden. Een andere luisteraar stelde daarop dat ook het ‘toezicht’ vanuit de burger niet vergeten moet worden: “Niet alles hoeft via inspecties. Laten we vooral ook vanuit de bevolking controle uitoefenen en sectoren verbeteren.”

Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral te blijven eten.

Professionele reflectie met elkaar? Begin met intervisie!

Professionele reflectie met elkaar? Begin met intervisie!

Wil je vaker sparren met je collega’s over situaties waar je in je werk tegenaan loopt? Misschien kan intervisie je helpen. Via InterCoach is het mogelijk om een intervisiegroep te starten. De sessies worden dan begeleid door een collega van de Rijksoverheid die hier speciaal voor is opgeleid.

“Intercoach leidde de afgelopen jaren ongeveer 100 ervaren coaches op tot intervisiebegeleider. Zij begeleiden groepen naast hun ándere baan bij de overheid”, vertelt Danielle Boonman, programmamanager bij InterCoach. Maar wat is intervisie nu eigenlijk? “Het is leren van elkaar. Collega’s doen een beroep op elkaar om mee te denken over werkgerelateerde vraagstukken. Niet door meteen oplossingen aan te dragen, maar door op een methodische wijze de vraag te verkennen. Denk hierbij aan het afpellen van een ui, iedere keer een laagje eraf tot je bij het hart van het vraagstuk uitkomt”, zegt Daniëlle.

Volgens haar is Intervisie voor iedereen geschikt. “Iedereen kan meedoen, maar je kunt je niet individueel aanmelden voor intervisie. We werken we het liefst met een vooraf samengestelde, gemotiveerde groep. Denk aan mensen met een gelijksoortige functie zoals managementondersteuners, leidinggevenden of een team.”

Wereld achter de vraag
Tijdens intervisie komen uiteenlopende onderwerpen aan bod. “Deelnemers brengen bijvoorbeeld vragen in over het voeren van slechtnieuwsgesprekken, het omgaan met dominante personen of het goed laten lopen van werkprocessen. Soms lijkt iets een kleine vraag, maar dan schuilt er een hele wereld achter. Dat maakt het interessant”, zegt Danielle.

Collega ambtenaar als begeleider
Hetty Lucassen, in het dagelijks leven hoofd van de afdeling Handhaving en Gegevensuitwisseling bij het ministerie van SZW, is één van de intervisiebegeleiders. Ze ziet het als een voordeel dat ze zelf ook bij de overheid werkt. “Ik weet bijvoorbeeld hoe de processen lopen en hoe de overheid werkt. Dat maakt het gemakkelijker om een probleem te doorgronden. Maar ik zorg wel altijd voor afstand. Ik begeleid bijvoorbeeld geen sessies binnen SZW.” Hetty vindt het belangrijk dat intervisie zinvol is voor de hele groep en niet alleen voor de casusinbrenger. “Aan het einde van de sessie vraag ik aan alle deelnemers wat zij eraan gehad hebben en wat ze meenemen naar hun eigen werk. De meeste casussen zijn voor iedereen herkenbaar.”

Mensen echt helpen
Ze beleeft veel plezier aan het begeleiden intervisiegroepen. “Als afdelingshoofd bij SZW heb ik een hectische baan waarin ik snel beslissingen moet nemen. Ik krijg er veel energie van om daarnaast met groepen de diepte in te gaan en mensen echt te helpen. Mijn doel is dat de hele groep met positieve energie weggaat. Tot nu toe lukt dat gelukkig altijd!”

Wil je meer weten over intervisie? Kijk dan op de website van InterCoach.

 

De VOM zoekt stagiairs!

De VOM zoekt stagiairs!

De Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) is hét interbestuurlijke netwerk van professionals in de publieke sector! De VOM is dé organisatie waarbinnen leidinggevenden en professionals van verschillende overheidsorganisaties elkaar ontmoeten om samen te bouwen aan de overheid van de toekomst. Dat doet de VOM als initiator van een aantal projecten. De projecten van de VOM worden georganiseerd vanuit Bureau VOM: een team van jonge, enthousiaste mensen. Bij ons ligt de nadruk op het organiseren van reuring, verrassing en vernieuwing, met als uitgangspunt het informeel samenbrengen van ambtenaren en het agenderen van maatschappelijke thema´s die aandacht verdienen.

Wat doen wij?
We organiseren diverse activiteiten, zoals debatten tussen topbestuurders (Reuring!Cafés), maaltijdgesprekken en dialoogtafels, die aansluiten op relevante, maatschappelijke thema´s. Als medeoprichter van OMOOC ontwikkelen we MOOCs (online collegereeksen) om ambtenaren in alle overheidslagen te inspireren en te voeden met praktische oplossingen voor vraagstukken in de maatschappij. Ook gaan we het gesprek aan met topambtenaren en wetenschappers in het kader van Platform O. Tot slot organiseren we de Overheidsawards, waarbij in de Ridderzaal de awards voor de Beste Overheidsorganisatie van het Jaar en de Overheidsmanager van het Jaar worden uitgereikt.

Wat bieden wij?
Er zijn verschillende activiteiten op te pakken o.a. afhankelijk van jouw ervaring en interesses, bijvoorbeeld:

  • Meedenken over en ontwikkelen van MOOCs die wij als medeoprichter voor OMOOC produceren in samenwerking met een opdrachtgever. Je bent betrokken bij de vormgeving van de cursussen, het vullen van de inzichten en het organiseren van online of offline bijeenkomsten.
  • Het organiseren van Reuring!Cafés en meehelpen aan de inhoudelijke en organisatorische opzet hiervan.
  • In gesprek gaan met topambtenaren en wetenschappers in het kader van Platform O.
  • Het organiseren van de Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar, de Verkiezing Overheidsmanager van het Jaar en de jaarlijkse uitreiking van de Overheidsawards in de Ridderzaal.
  • De mogelijkheid om een dag mee te lopen met een van onze bestuursleden.

Het liefst start je vanaf februari/maart voor 32 – 36 uur per week voor een half jaar (één maand proeftijd). Je ontvangt een stage en reiskostenvergoeding conform regeling Rijksoverheid (€ 550,- bij een 36-uurs stage). De VOM is binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te Den Haag gevestigd.

Wie zoeken wij?
Het zou fantastisch zijn als je creatief, assertief, ondernemend, nauwkeurig, een sociale media-expert en een teamspeler bent. Maar je mag bij één van de vereisten een joker inzetten. Daarnaast ben je bezig met HBO of WO of master-opleiding. Je bent een proactieve stagiair die zijn/haar netwerk binnen en rondom de overheid wil vergroten. Dus interesse in actuele maatschappelijke thema’s en openbaar bestuur is een vereiste. Tot slot woon je binnen een straal van 70 km van Den Haag.

Ben je geïnteresseerd en pas jij in bovenstaand profiel? E-mail dan jouw CV en motivatie (200-400 woorden) naar nick@vom-online.nl. Meer informatie via Nick Toet (06-30099416).

Verslag Reuring!Café #88 | Zijn wij slim bezig in Nederland met Smart Mobility? | 27 november

Verslag Reuring!Café #88 | Zijn wij slim bezig in Nederland met Smart Mobility? | 27 november

Op dinsdagavond 27 november vond de 88ste editie van Reuring!Café plaats. Thema was ditmaal slimme mobiliteit. Files, vertraging en uitval van het openbaar vervoer zijn kwesties waar menig reiziger dagelijks mee te maken heeft. Dit zorgt voor frustratie, maar de mobiliteit blijft groeien, dus we moeten op zoek naar slimmere oplossingen. Slimme mobiliteit kan als oplossing dienen voor verbetering van vervoer op de weg, het spoor of in de lucht. Slimme mobiliteit is een manier om intelligenter te reizen. Recente ontwikkelingen en ambities tonen ons al dat auto’s uitgerust kunnen worden met functies als automatisch parkeren of het controleren van oogbewegingen, om te voorkomen dat een bestuurder in slaap valt. Welke ontwikkelingen zijn er nog meer te verwachten, hoe stimuleert de overheid deze ontwikkelingen en hoe werkt de overheid samen met de industrie en wetenschap?

Voertuigen die zich datagestuurd voortbewegen kunnen tot een verbetering van de verkeersveiligheid leiden. Toch kent iedereen ook de nieuwsartikelen over de gevoelde zorgen over zelfrijdende auto’s . Helpt de zelfrijdende auto of de zelfrijdende trein om veiliger te reizen? En gaat het om techniek of om gedrag als we willen innoveren? Kunnen we door slimme oplossingen nog beter gebruik maken van onze infrastructuur?

In dit Reuring!Café stonden we daarom stil bij vragen als: ¨Werken de overheid, industrie en wetenschap wel goed samen?¨, ¨Zijn we in Nederland goed bezig als we in de mobiliteitstop van de wereld willen opereren?¨ en ¨Zijn we in Nederland slim bezig met Smart Mobility?¨. Het panel was divers. De overheid, de wetenschap en het bedrijfsleven waren alledrie vertegenwoordigd. Mobiliteit is een sectoroverstijgend vraagstuk, dus naast discussie vulden de bankgasten en de host elkaar veelal aan.

Van Nederland een showcase maken

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Steven van Eijck, voorzitter van de RAI Vereniging. Van Eijck opende enthousiast de avond en lichtte kort de aanleiding van het Reuring!Café toe. ¨We hebben het in Nederland vaak over mobiliteit, hebben veel aandacht voor nieuwe techniek, maar voeren bijna nooit een debat waarin de verbinding tussen techniek, beleid en de praktijk gelegd wordt.¨, zo stelde hij. Het aanstaande debat moest volgens Van Eijck vanuit de gezamenlijke doelstellingen gevoerd worden, bijvoorbeeld op het gebied van verkeersveiligheid en milieu.

Van Eijck introduceerde de bankgasten daarop door middel van een limerick, waarna debatleider Frequin een kort gesprek met iedere gast voerde. Frequin vroeg Maurice Geraets, managing director bij NXP Semiconductors Nederland, bijvoorbeeld naar zijn rol binnen het debat dan later zou volgen, waarop Geraets antwoordde: ¨NXP is zoals je weet een chipfabrikant. Onze chips zijn te vinden in vrijwel iedere auto. Ik neem dus deel aan dit debat vanuit de technologische sector. Aan de gezamenlijke doelstellingen die Steven al benoemde kan NXP vooral op het gebied van technologie een bijdrage leveren.¨.

Ook Bart Smolders, division director Mobility bij Siemens Nederland, bevestigde de doelstellingen en zei: ¨We moeten van Nederland een showcase maken. Voorop lopen op het gebied van slimme mobiliteit. Er is op dit moment teveel sprake van versnippering tussen sectoren, waardoor dat onmogelijk wordt. Een debat als dit is daarom waardevol.¨. Marieke Martens. director of science van de Unit Traffic & Transport bij TNO en professor Intelligent Transport Systems bij de Universiteit Twente, voegde daaraan toe dat ook vanuit de wetenschap baat ervaren wordt bij een meer intensieve samenwerking.

Het opschalen van experimenten

Het eerste deel van het debat richtte zich vooral op de rol van de techniek en hoe de overheid daarmee om zou kunnen gaan. Smolders stelde daarbij dat Nederland een mooie voedingsbodem vormt voor het uitvoeren van experimenten: ¨Nederland is klein en die kleine schaal maakt testen van technologie goed mogelijk.¨ Toch stelt hij dat Nederland bij het opschalen van geslaagde pilots naar grotere projecten vaak de boot mist. Geraets stelt dat die boot vooral gemist wordt op het gebied van bijvoorbeeld leefbaarheid in steden, bijvoorbeeld binnen de doorstroming. Floor Vermeulen, gedeputeerde bij de provincie Zuid-Holland, bevestigt dat en denkt dit probleem vooral op te kunnen lossen door coördinatie en samenwerking binnen en tussen verschillende afdelingen bij de overheid te verbeteren. Martens voegt daaraan toe dat de overheid op het gebied van logistiek nu al moet inspelen op de toenemende mate van technologie. Proactief zijn dus.

Framing

Van Eijck sneed in het tweede deel van het debat nog kort het onderwerp inclusie aan: ¨Iedereen moet betrokken blijven en het gesprek dat tijdens dit evenement gevoerd wordt moet hier niet eindigen. Doorgaan dus.¨ Hij kon daarop op bijval rekenen van de zaal. Ook stelde hij dat framing binnen het vraagstuk van mobiliteit een belangrijk onderwerp is: ¨De techniek is er vaak al, maar onderzoek toont dat het gebruik ervan onder burgers vaak achterblijft. Laten we vooral ook een soort campagne voeren om met de ontwikkelingen aan de slag te gaan. Het heeft immers zoveel te bieden.¨

Mark Frequin sloot de avond af, bedankte alle bankgasten en de host en adviseerde iedereen om vooral mee te eten. Het Indische buffet werd ook ditmaal verzorgd door de Big Improvement Day, die weer zal plaatsvinden op 15 januari 2019.